

Driehuis - Rijksweg 134
In 1631 wordt de hofstede omschreven als 'seeckere wooninge ende hoffsteede gelegen tot Velsen met woon ende bouhuys, werve ende boomgaerden groot tesamen omtrent twee morgen lants ...'. Nicolas Corver (1589-1654), burgemeester van Amsterdam, koopt in 1648 de hofstede. Hij liet het bestaande huis waarschijnlijk uitbreiden en verbouwen. Zijn weduwe Margaretha Bas verkoopt de hofstede op 12 maart 1659 voor 19.000 gulden aan de Amsterdamse koopman Goycke Elbertsz., wiens zoon Elbert Goyckens later trouwt met Agatha Munter. Na het overlijden van Elbert hertrouwt zij eerst met Sijbrand Valckenier en, na diens overlijden, in 1669 met mr. Joan Corver, een achterneef van Nicolaas Corver. Later blijkt de hofstede in het bezit te zijn van Jan Trip, een neef van Agatha Munter, die in 1687 overleden was zonder kinderen achter te laten.
In de tweede helft van de 17e eeuw werd het huis opnieuw verbouwd. Jan Trip de Oude, burgemeester van Amsterdam, eigenaar tussen 1687 en 1716, heeft waarschijnlijk de eerste formele tuin laten aanleggen met vier grote tuinvakken achter het huis. Aanvankelijk bewoonde hij zomers Beeckesteijn, maar na zijn tweede huwelijk met Elisabeth Tiellens, vrouwe van Berkenrode, verbleef hij zomers op het huis Berkenrode bij Heemstede. Hij verkocht op 9 december 1716 voor 31.000 gulden de buitenplaats aan zijn zoon Jan Trip de Jonge, die een jaar eerder getrouwd was met Petronella Wilhelmina van Hoorn, dochter van de gouverneur-generaal van Oost-Indië, Joan van Hoorn.
Hiervoor verkocht hij, de in 1715 voor 12.000 gulden gekochte buitenplaats Woestduin, in 1717 voor 20.000 gulden. Na het overlijden van Jan Trip de Jonge in 1721 hertrouwde zijn weduwe in 1723 met Lubbert Adolph Baron Torck, raad ter Admiraliteit te Amsterdam, later bewindhebber van de West-Indische Compagnie. Hij was eigenaar van kasteel Rozendaal bij Velp. Het vruchtgebruik van Beeckesteijn bleef bij Petronella. Nadat in 1738 haar enige zoon Jan Willem Trip kinderloos overlijdt, verkopen de ervan van Jan Trip de Jonge de buitenplaats op 21 maart 1742 voor 28.000 gulden aan Jacob Boreel, schepen van Amsterdam en raad en advocaat-fiscaal van de Admiraliteit.

Hij was in 1735 in het huwelijk getreden met een achternicht van Agneta en Margaretha Munter. Hij liet rond 1770 ook de grote lijnen van de tuinaanleg van omstreeks 1719 invullen door elementen van de nieuwe Engelse landschapsstijl.
De opvolger van Jacob Boreel Jansz. was Jacob Boreel, de zoon van mr. Willem Boreel en Maria Trip. In 1799 kocht hij ook het naburige Waterland. In de eerste helft van de 19e eeuw werd onder jhr. Willem François Boreel niet alleen het huis witgepleisterd maar ook een oranjeriegebouw in neoclassicistische stijl neergezet (gesloopt in 1957).
In de Tweede Wereldoorlog gebruikte het Duitse leger het huis en liet in de tuin een aantal bunkers bouwen. De gemeente Velsen kocht het in 1952 van mevrouw A. Cremers-Boreel. Het huis werd in de jaren vijftig bijna gesloopt en ook het park ontsnapte maar net aan de verkaveling tot villapark. Uiteindelijk werd het huis gered door een overheidssubsidie; voor 1962 werd het gerestaureerd. Vanaf 1969 tot 2006 was in het hoofdgebouw Museum Beeckestijn gevestigd.
Koetshuis - Landgoed Beeckestijn
Landgoed is vrij toegankelijk. Het huis is niet toegankelijk
Diverse foto's van buitenplaats Beeckesteijn
