

Heemstede - Herenweg 5
Thorenvliet
Het terrein was in de 16e eeuw in bezit van de familie Van Berkenrode.Via Adriaan van Berkenrode kwam het terrein aan de familie Van Thorenvliet. Deze verkocht in 1662 Thorenvliet met huis aan de Amsterdamse koopman Hendrik Zeegersz. van de Camp, die in het Huis te Manpad woonde. Thorenvliet kreeg onder Van de Camp de naam Hartekamp.
Kennelijk werd Hartekamp na 1662 niet als buitenplaats gebruikt; het werd in 1680 dan ook als boerderij verkocht. Pas een van de latere eigenaren, de Amsterdamse postmeester Johan Hinlopen, maakte er een deftige buitenplaats van. Hinlopen, die het in 1692 kocht, gaf niet alleen opdracht voor de bouw van een herenhuis ter vervanging van het oude huis, maar liet ook de buitenplaats verfraaien.
In 1709 werd de Amsterdamse koopman George Clifford sr. eigenaar van de buitenplaats. Deze liet in 1724 aan de overkant van de Herenweg met toestemming van de eigenaren van de terreinen aan die zijde een koepel bouwen met zicht op de Haarlemmermeer. De koepel was op de middenas van het huis en tuin geplaatst en op die manier visueel bij de tuin van de buitenplaats getrokken.
Tussen 1727 en 1760, onder de zoon van Clifford sr., mr. George Clifford jr. beleefde de buitenplaats zijn bloeitijd. In 1731 pachtte Clifford jr. het terrein aan de overkant van de weg waarop zijn vader in 1724 de koepel had laten bouwen. Clifford verzamelde een unieke plantencollectie op de buitenplaats. De Zweedse botanicus Carolus Linnaeus deed vanaf 1736 onderzoek in deze botanische tuin.
Onder mr. Pieter Clifford, bewindhebber van de WIC, ging de buitenplaats na 1760 geleidelijk achteruit. Het grootste verlies betekende echter de uitverkoop van de buitenplaats na de dood van mr. Pieter Clifford in 1788.
Tussen 1803 en 1809 liet Johan Christiaan Meyer delen van de tuin nieuw aanleggen in landschapsstijl.
Na een intermezzo onder de beruchte makelaar en grondspeculant Christiaan Stumphius uit Beverwijk in 1809/10 kwam in de eerste decennia van de 19e eeuw een tweede fase van vernieuwing. De eigenaar, de Amsterdamse koopman Mattheus Pieter Brants, liet de tuinen van de buitenplaats opnieuw aanleggen in landschapsstijl door Jan David Zocher jr. tussen 1817 en 1832.
De dochter van Brants, Anna Maria, en haar echtgenoot Baron Barthold A. van Verschuer lieten huis Hartekamp in de tweede helft van de 19e eeuw restaureren door de architect Lucas Hermanus Eberson. Na de dood van het echtpaar Van Verschuer-Brants in 1901 lieten de erven de buitenplaats veilen.
De nieuwe eigenaar werd de Binnenlandsche Exploitatie Maatschappij voor Onroerende Goederen. De overplaats werd gesplitst in twee terreinen, waarvan het ene Eikenrode werd genoemd. Op het andere deel van de overplaats opende in 1954 bloemenpark Linnaeushof zijn poorten. Nog in 1901 verkochtte de maatschappij Eikenrode door aan Nicolaas Vas Visser. Vas Visser liet de architect Johan Adrianus Gerard van der Steur een schilderachtig nieuw huis bouwen. De maatschappij verkocht het huis Hartekamp met een deel van het terrein aan W. de Ridder. Ook hij liet zijn huis verbouwen door Van der Steur. In 1902 bracht Van der Steur uitbouwsels aan, aan beide kanten van het huis.
In 1921 verbouwde men het huis opnieuw; deze keer werden er twee naar voren springende vleugels toegevoegd naar een ontwerp van de architect H.C. Berchtenbreiter.
Omstreeks 1952 werd de buitenplaats eigendom van de Broeders Penitenten, die er een instelling voor geestelijk gehandicapten van maakten.
Kantoor gebouw
Landgoed is toegankelijk
Meer foto's en tekeningen van Hartenkamp

- Noord-Hollands Arcadia