Buitenplaats Boschwijk

Foto: 
    Albert Speelman - 2003

Ligging

Wijthem - Heiligeweg 11

Geschiedenis

De buitenplaats was in de 17e eeuw ontstaan uit een laat-Middeleeuws, agrarisch complex met als centrum een hofstede.

Pas in de 18e eeuw was het echt een buitenplaats geworden. In 1716 kocht hopman Egbert Ridder het goed Ten Busch, gelegen in de buurschap Zalné en leenroerig aan de proosdij der St. Lebuniuskerk te Deventer en breidde dat een jaar later uit met het Alphersgoed. Dit goed lag eveneens in Zalné, maar was leenroerig aan het stift Essen. De goederen werden later verdeeld tussen de broers Berend Hendrik (kreeg Alphersgoed) en Egbert Spaar (kreeg Boschwijk). In 1781 is er voor het eerst sprake van een echte buitenplaats wanneer bij de verdeling van de erfenis van Egbert Spaar aan Rhijnvis Feith "des overledens buitenplaats, genaamd Boswijk, met alles wat daar bij en aangelegen en door de overledene in de boerschap Salne bezeten is geweest".

Rhijnvis Feith ( - 1824) liet het eenvoudige 18e eeuwse huis vergroten om onderdak te kunnen bieden aan zijn talrijke kinderschare, waarmee hij na zijn huwelijk met Ockje Groeneveld ( - 1813) in 1772 gezegend werd.

Het huis heeft in 1809 ernstige schade geleden na een overstroming. Na een dijkdoorbraak op 6 mei 1809, schreef Feith dat de hele buurt overstroomd was, "zoo dat zelfs het water over de vier voeten in mijn huis stond, en ik nu druk bezig ben, met alles te repareren, zoo ver zich dit doen laat, waartoe ik zeker met geen duizend daalders toekom".

Na het overlijden van Rheinvis Feith op 8 februari 1824, kwam de buitenplaats door loting in handen van dr. Everard Eisso Christoffel Feith, nadat men aanvankelijk van plan was geweest om het te laten veilen. De nieuwe eigenaar liet de Grote Zaal van het huis tot gang en twee kamers verbouwen.

Na de dood van dr. Everard Feith op 5 januari 1849 werd zijn zoon Ontko Rhijnvis Feith eigenaar van de buitenplaats. Na zijn dood, in 1883, volgde zijn neef Everard Oosting hem op. Deze was in 1879 tot zijn enige erfgenaam benoemd. Hij vestigde zich pas definitief in 1909 op de buitenplaats, alwaar hij op 21 juni 1914 overleed.

Na de dood van Oosting volgde zijn neef mr. Cornelis Hiddingh hem op als eigenaar. Daarna zouden, na 1918, nog diverse particuliere bewoners op de buitenplaats verblijven.

In 1921 werd de buitenplaats geveild. Delen van het landgoed worden verkocht, alleen het park bij het huis wordt gespaard. In 1950 wordt het huis verkocht aan de gemeente Zwollerkerspel. Het huis wordt de ambtswoning van de burgemeesters C. Slager (tot 1963) en mr. W.J.E. Crommelin (tot 1966). In een van de vleugels wordt de raadszaal ondergebracht. Na opheffing van de gemeente, blijft de de laatste burgemeester mr. W. Crommelin en zijn familie het huis particulier bewonen.

Vanaf 1996 is het landgoed weer helemaal in particuliere handen.

Bewoners

Huidige doeleinden

Particuliere bewoning

Opengesteld

Het park is openbaar toegankelijk, behalve het gedeelte om het huis.

Bronverwijzing