

Driebergen - Hoofdstraat 211
De Horst wordt voor het eerst in 1729 genoemd. Van een buitenplaats is echter pas sprake na 1834.
In 1729 komen we de naam De Horst tegen in een koopacte als een zekere Jan Jansz Haarman deze koopt van de erfgenamen van Maria Cornelis van Blankensteyn en Willem Jansz van Dijk. De beschrijving luidt: 'huysinghe, bergen, schuur, schaapshok en getimmerten met sijne bepootinge en beplantinge, staande onder Driebergen, strekkende uit de gemeende Aarenheimsche beneden wegh tot hondert roeden over den gemeenden Aarenheimsche boven wegh, alweer ten Zuyden het gemeene bunt velt en ten Noorden den Heer van Beverweert naast geland zijn.'
De daarop volgende 100 jaar gaat de boerderij regelmatig over in andere handen, tot het in 1834 gekocht wordt door de heer Richard Boer te Zeist, die er f 13.000,- voor betaald. Hij laat een flinke verbouwing uitvoeren, want als hij het in 1847 verkoopt, lezen we: 'Eene kapitale Heerenhuizing benevens koetshuis, paardenstal en woning, nog eene mangelkamer thans mede tot paardenstal ingericht, alsmede een schaapshok en verdere getimmerten, voorts wandeldreven, moestuin, boomgaard, bouwland, te zamen eene uitgestrektheid hebbende van 74 roeden.'
Mr. Reinhard Crommelin, advocaat te Amsterdam wordt voor f 21.000,- de nieuwe eigenaar en laat ook weer veranderingen en verbeteringen aanbrengen.
Opnieuw gaat het huis enkele keren in andere handen over, tot het in 1927 voor f. 245.000,- Jhr. mr. Daniël de Block van Haersma de With, die het voor zijn echtgenote, Vrouwe Henriëtte Willemina van Naamen van Eemnes, koopt. Zij is de laatste particuliere eigenaresse van het huis.
In 1946 verkoopt zij de buitenplaats aan de Stichting Kerk en Wereld en gaat zelf op de tegenovergelegen buitenplaats Rusthof wonen.
Deze Stichting heeft het gebouw in gebruik als kantorencomplex.
Kantoor
Niet toegankelijk

- Kastelen en Buitenplaatsen op en om de Utrechtse Heuvelrug