Buitenplaats Over-Holland

Ligging

Nieuwersluis - Rijksstraatweg 14

Andere benaming

De Plaetse ter Aa

Ontstaan

De buitenplaats Over-Holland werd in 1676 gebouwd. Zijn naam heeft de buitenplaats te danken aan het feit dat het grondgebied indertijd bij Holland hoorde.

Geschiedenis

Zoals hierboven vermeld werd het huis in 1676 gebouwd. Het kreeg toen het uiterlijk van een stadshuis, zoals dat in die tijd gebruikelijk was. In die tijd had men namelijk nog geen ervaring met het bouwen van echte, aan de omgeving aangepaste, landhuizen. Het werd een symmetrisch gebouw en was een kopie van een Amsterdams grachtenhuis. Het huis behoort tot de grootste buitenplaatsen uit de 17e eeuw.

Het gedeelte van de buitenplaats dat het dichtst bij de Vecht staat is het oudst. Later werd, vanuit de Vecht gezien, aan de achterkant een stuk toegevoegd. Dit gebeurde na 1755, nadat mr. Willem Straalman, heer van Ruwiel, de nieuwe eigenaar was geworden. Ook de tuin werd aangepakt: de Franse stijltuin moest plaats maken voor een Engelse landschapstuin. Deze Willem Straalman, zoon van François, eigenaar van Queekhoven liet als één van de eersten in de Vechtstreek de tuin aanleggen in landschapsstijl.

De prachtige theekoepel stamt uit dezelfde tijd en is waarschijnlijk geïnspireerd door de koepelkamer van Queekhoven.

Uit die tijd stamt een prent van Hermanus Numan uit 1793, die erbij vermeld, dat mr. Straalman 'zeer veel aangewend heeft om alles wat stijf en onbevallig voor het oog was, te veranderen in slingerende wandelingen en heuvelachtige gronden, vergeseld en doorsneeden met verfrisschende Beeken, en ruime Waterkommen, welke door de rivier de Vecht haaren toevoer verkrijgen, als mede zeer lommerrige Rustplaatsen en Prieëlen, vervallen Gebouwen en verdere afwisselingen die alle medewerken om dit buitenverblijf aangenaam te maaken'.

Op de twee afbeeldingen van H. Numan wordt het huis wit afgebeeld. Dit duidt er op dat het huis toen al wit gepleisterd was. Dit zien we namelijk ook op de afbeelding van P.J. Lutgers uit 1832. Op het huis is een klokketorentje aangebracht.

Een andere belangrijke eigenaar was Jacob Poppen, één van de rijkste Amsterdamse kooplieden. Hij en zijn charmante dochter komen voor in het boek 'De Plaetse aan de Vecht'. Dit boek werd geschreven door Marie van Zeggelen, die daarvoor gedurende 3 maanden in de theekoepel woonde. Jacob Poppen trok dagelijks van Over-Holland naar Amsterdam, met iedere dag een ander span paarden voor de koets: op maandag zwarte paarden, op dinsdag bruine paarden, op woensdag appelschimmels, op donderdag vossen en op vrijdag blessen. Hij had dus de beschikking over aardig wat paarden!

Ook heeft in Over-Holland de bekende plantkundige Linnaeus gewoond en gewerkt.

In het oudste deel van het huis vinden we een haardpartij met houtsnijwerk van rond 1770. Een andere kamer heeft stucwerk in Lodewijk XV stijl en moet uit dezelfde tijd stammen als de zaal, die zich in het nieuwere gedeelte van het huis bevindt. In het huis vallen verder de stucplafonds en grote behangselschilderingen op.

Bij de buitenplaats horen ook nog een oranjerie en een eind 18e eeuwse theekoepel met chinese motieven. Ook heeft het huis de beschikking over een overtuin, aan de andere kant van de Rijksstraatweg.

Bewoners

Huidige doeleinden

Particuliere bewoning

Opengesteld

Niet toegankelijk

Bronverwijzing