Ligging
Vreeland - Bergseweg 6
Vreeland - Bergseweg 6
Het Derde Bloemhof
In 1723 werd hier, vermoedelijk door Pieter Lucas van Beek, een doopsgezinde Amsterdammer, een eenvoudige hofstede gebouwd. Een opkamer en een kelder met tooggewelven zijn in de vorm van een uitbouw aan de linkerzijde nog aanwezig. Na de bouw volgde een periode waarin het perceel telkens met kleine stukken grond werd vergroot. Ook de hofstede zelf werd in de loop van de tijd uitgebreid.
Diederik van Romondt kocht in 1760 de buitenplaats met verschillende stallingen, een hooiberg en weilanden. Het koetshuis kwam in 1782, volgens een datumsteen, tot stand. De tuinen en vijvers, lanen en parterres waren toen in Franse stijl aangelegd. Iets voor het einde van de 18e eeuw kwam de buitenplaats in handen van een commissionair uit Amsterdam, Daniël da Costa Gomez de la Penha. De naam van de buitenplaats werd door de familie veranderd in "Het Derde Bloemhof".
Johan Willem Meissner mocht zich in 1817 eigenaar noemen van de buitenplaats. Hij liet het verbouwen waardoor het het huidige uiterlijk in chaletstijl kreeg. Hierbij werd de nok van het dak haaks op de straat geplaatst. Hij moderniseerde ook het interieur, terwijl hij de tuin zijn 18e eeuwse karakter liet behouden. In 1888 kwam het in handen van een eigenaar van een zuivelfabriek. Het huis werd aan de voorzijde uitgebreid met een serre en in de tuin kwamen fabrieksgebouwen tot stand. Nadien volgden verschillende eigenaren elkaar op.
In 1906 richtte Frans Jurgens er de roomboterfabriek MILKA op. Hij was één van de oprichters van Van den Bergh en Jurgens NV, waaruit de fusie met Lever brothers Unilever voortkwam. Het woonhuis werd verhuurd aan mevrouw Hillebrand. Zij bewoonde de afgeslankte buitenplaats van 1902 tot 1922. In 1925 werd Friedrich Ludwig Bergisch eigenaar. Hij vestigde er een logement in. Aangezien dit een weinig lucratieve onderneming bleek, was hij genoodzaakt zijn bezit te verkopen. De fabriek kwam in 1930 in bezit van Van Leer's Verenigde Fabrieken. In 1941 verwierf de familie Van Leer het hotelpand, dat ze vervolgens als bedrijfskantoor inrichtte. Het bedrijf, dat NV Nederlandsche Vatenfabriek genaamd was, kocht ten behoeve van fabrieksuitbreiding een stuk terrein erbij. Vervolgens zorgde de fabriek ervoor dat het koetshuis in 1942 weer bij het buiten werd gevoegd. Bernard van Leer was een groot circusliefhebber. Hij plaatste achter op het terrein een grote circustent met twee stalcomplexen annex manege. Tot 1986 bevond zich dit ensemble op het terrein.
Transportbedrijf
Niet toegankelijk
Meer foto's en tekeningen van Brugzicht