

Vrouwenpolder - Koningin Emmaweg 2a
Het Hof de Pille-Grim, Pelgrim, (Elzenoord)
Op de plaats van het latere buitenplaats lag in het begin van de 18e eeuw een boerderijtje. Het complex werd in 1705 samen nog een hofstede in Gerstpolder, door Wessel Becker, oud-schepen en raad van Veere, verkocht aan François Reckstoot. Of Becker de hofstede al tot een zomerverblijf geschikt had gemaakt, is niet bekend.
In 1705 werd het al weer doorverkocht aan Michiel Pille, een arts uit Middelburg en bewindhebber van de Westindische Compagnie. Vermoedelijk heeft Pille in 1707 de buitenplaats gebouwd, dat hij "het Hof de Pille-Grim" noemt.
In 1730 is de buitenplaats verkocht aan Johan François Noppe uit Middelburg. In 1736 werd het door de weduwe van Noppe verkocht aan Johan Louis Verelst. Hij doopt het hof om in Elsenoort, het oord van de heer Verelst.

Na het overlijden van Verelst erfde zijn zoon Dirk Hubert de bezittingen. In 1753 vertrok hij als gezant van de republiek naar Berlijn. Twee jaar daarna werd de buitenplaats verkocht aan Johan Lodewijk Vogel.
Na het overlijden van Vogel in 1773 kwam de buitenplaats in handen van Petrus Jacobus Matthijsen uit Middelburg. Na zijn overlijden op 9 februari 1809 werd zijn zoon eigenaar van de buitenplaats. Hij, Huibrecht Johannes Thibaut Matthijsen, overleed op vrij jonge leeftijd waarna zijn weduwe Johanna Canisius het buiten in eigendom verkreeg, Zij hertrouwde met Wolterus Conradus Johannes Schaden.
In 1847 overleed mevouw Canisius. De buitenplaats ging over op haar zoon uit het eerste huwelijk, Jacob Daniël Thibaut Matthijsen. Hij liet in de tweede helft van 1847 het huis met een verdieping verhogen. Toen hij in 1879 stierf, erfden zijn weduwe Johanna van der Ven, hun dochter Cornelia Johanna Thibaut Matthijsen en haar echtgenoot Jacobus Daniël van de Minne de buitenplaats. Mogelijk wegens gebrek aan financiële middelen werden de gebouwen direct afgebroken en de bossen gerooid. Het afbraakmateriaal werd gebruikt om de marachausseekazerne in Westkapelle te bouwen. Op de plaats van de voormalige stal verrees een boerderij, met de naam van de buitenplaats.
Van de buitenplaats resteert nog de oprijlaan en een deel van de gracht.

