Ligging
Alphen aan den Rijn - Oudhoornseweg
Alphen aan den Rijn - Oudhoornseweg
Bruinsigt, (Rijnoord)
De buitenplaats is in bezit geweest van Cornelis de Vlamingh van Outshoorn en van diens dochter Maria, echtgenote van Pieter van Reede tot Nederhorst. In 1733 werd de buitenplaats verkocht door hun zoon Barend Cornelis aan Hugo van Rijk.
Johan Baartmans verkoopt op 25 april 1740 de buitenplaats of hofstede "genaamd "Rijnoord", bestaande uit een huis, speelhuizen, stallingen, wagenhuis en schuur, met zijn tuinen, boomgaarden, vijvers, staand en gelegen in de Kalkovense polder aan de Lage Zijde van de Rijn, te verongelden voor 1 morgen 531 roeden, strekkend van de Rijn tot achter aan de landen van Dirk Kalkoven de Jonge, belend ten oosten de Molenwetering van de Kleine polder en ten westen de Gemeneweg en voornoemde Kalkoven." aan Maria van Amstenraad, weduwe van Johannes Hagelis voor een bedrag van 6.500 gulden.
Zij verkoopt de buitenplaats op 2 oktober 1741 aan Jacobus de Bruijn Govertszoon voor een bedrag van 3.550 gulden. De buitenplaats wordt in de akte omschreven als "een hofstede of buitenplaats genaamd Rijnoord, bestaande uit een herenhuis, speelhuizen, stalling, wagenhuis, schuur en schuitenhuis (om het schuitenhuis te behouden moet een nieuw verzoek worden ingediend in verband met de doorvaart waarvoor een jaarlijks bedrag verschuldigd is) met de tuinen, boomgaarden en vijvers, en met het tuinmansgereedschap, gelegen in de Kalkovense polder aan de Lage Zijde van de Rijn, te verongelden voor 1 morgen 531 roeden, strekkende voor uit de Rijn tot achter aan de landen van Dirk Kalkoven de Jonge ter halver sloot, belend ten oosten de Molenwetering van de Kleine polder en ten westen de Gemeneweg en voornoemde Kalkoven de Jonge." De naam van de buitenplaats wordt omgedoopt in Bruinsigt.
Na het overlijden van Jacobes de Bruijn verkoopt zijn weduwe Arnoudina Catharina Cores de buitenplaats voor een bedrag van 2.400 gulden aan Jan Agges Scholten. Hij was heer Van Aschat, schepen en raad van Amsterdam, bewindhebber van de Oost-Indischen Compagnie. Op 1 februari 1752 verkoopt hij de buitenplaats met de naam Bruijnsigt aan Willem Boreel Jacobsz., vendumeester te Amsterdam, voor een bedrag van 4.200 gulden. Vermoedelijk heeft Willem Boreel de buitenplaats weer de naam Rijnoord gegeven.
Op 30 juni 1757 verkoop hij de buitenplaats "vanouds genaamd Rijnoord, bestaande uit een herenhuis, speelhuis en stalling, wagenhuis, schuur, schuitenhuis, waarvan de verkoper het schuitenhuis behield (doortochtgeld van de brug 3 gulden per jaar), met tuin en boomgaarden, vijvers, tuinmansgereedschappen, tuinsieraden enzovoorts, te verongelden voor 1 morgen 531 roeden, strekkende voor uit de Rijn tot achter aan de landen van Dirk Kalkoven, belend ten oosten de oude Molenwetering van de Kleine polder en ten westen de Gemeneweg en voornoemde Kalkoven; nog een hoekje land ten oosten van de buitenplaats ter lengte van 17 roeden, breed 3 1/2 roeden, grootte 24 1/2 roeden", aan Elias Schellinger, schepen en raad van Amsterdam, voor 5.000 gulden.
In 1791 komt het in bezit van mr. Nicolaas Willem Röell. Na zijn overlijden in 1793 hertrouwde zijn weduwe met Lieve Martinus Isaäc van Reede van Oudtshoorn, kleinzoon van de vroegere eigenaar Barend Cornelis. Lieve Martinus Isaäc verkocht de buitenplaats in 1801.