Buitenplaats Zomerzorg

Tekening; 
    A. Rademaker - Rhynlands fraaie gezigten

Ligging

Leiden - was gelegen tegenover het station van Leiden, ongeveer teer hoogte van het huidige Schuttersveld

Andere benaming

Bijstad, Vijverlust

Geschiedenis

In 1696 was er sprake van een hofstede met huis, stal, schuur, plantages, enz. die voor 6.000 gulden door de Amsterdamse koopman Pieter le Pla verkocht werden aan Isaac Lespaul. Deze hofstad werd diverse malen doorverkocht, tot in 1764 de naam Bijstad voor het eerst genoemd werd.

Er was toen sprake van een groot herenhuis, waarin twintig begangen en onbegangen kamers waren, met een koetshuis, speeltuin, visvijvers, karperkom, twee houten beschilderde tuinbeelden, stenen banken en tuinornamenten. De kopers waren Jan en Andries Warendorp en Pieter Bronkwaal voor een bedrag van 5.500 gulden.

Adriaen Wittert, heer van Bloemendaal (bij Amersfoort), was een illustere bewoner van de buitenplaats. Hij was een Jansenistisch geestelijke die in 1791 uit de kerk trad om te kunnen trouwen. Zijn vrouw overleed op de buitenplaats, waarna hij weer tot de kerk terugkeerde.

De buitenplaats werd aan het eind van de 18e eeuw gesloopt. In 1797 werd het terrein door mr. Ysbrand van Dam verkocht aan een zekere Peltenburg. Als belendend perceel aan de zuidzijde werd daarbij het buiten Vijverlust genoemd, eigendom van twee weduwen. Deze dames deden hun bezit over aan de weduwe van mr. Johan Hendrik van Panhuys, die in 1808 overleed.

Jonkheer Pieter van Panhuys verkocht de buitenplaats in 1811 aan Hendrik Dewald, kastelein aan de Haarlemmerstraat. Deze droeg de buitenplaats in 1820 over aan Johan Jacob Selier, een Leidse tapper. Het woonhuis werd afgebroken en op de plaats vande gebouwen aan de weg verrees een koffiehuis.

Bewoners

Huidige doeleinden

Verdwenen

Bronverwijzing