

Rijswijk - Sionsweg
De buitenplaats dankt zijn oorsprong aan een klooster dat op deze plaats in 1433 vanuit Delft gesticht is. Het werd in 1572 afgebroken uit angst dat de Spanjaarden bij een eventueel beleg van Delft zich in het klooster zouden verschansen. In de 17e eeuw werd op de zelfde plek een buitenplaats aangelegd, waarvan het herenhuis al in 1660 door een felle brand werd verwoest.
In 1679 kocht mr. Gerard Putmans de hofstede Sion. Zijn vader en schoonvader waren beiden rijk geworden in hoge functies, onder meer als gouverneur van de VOC (in Formosa en Batavia). Hij zelf was veertigraad, schepen en burgemeester van Delft, baljuw en dijkgraaf van Delfland en bewindhebber van de Delftse kamer van de VOC.
Gerard Putmans liet alle opstallen van het klooster Sion afbreken om er een nieuwe buitenplaats aan te leggen. Het nieuwe huis had twee bouwlagen en een rondlopend schilddak. De ingang bevond zich in de zuidgevel, aan de zijde van de Kastanjewetering.
In 1698 overleed Gerard Putmans kinderloos. Jacob Dankers en Jacob Quina, twee neven van Gerard erfden de buitenplaats. In 1704 werd Jacob Dankers alleen eigenaar. In 1710 verkoopt hij de buitenplaats aan Gijsbert van Hogendorp.
Gijsbert van Hogendorp en Margaretha Beck verfraaiden de buitenplaats aanzienlijk. Zij verblijven alleen maar zomers op het huis. De rest van het jaar woonden zij in een pand aan de zuidzijde van de Herengracht in Den Haag. Na het overlijden van Gijsbert van Hogendorp in 1750 erfde zijn dochter Jacoba Sara Justina de buitenplaats. Na haar door in 1777 ging het complex over in handen van haar broer Johan François van Hogendorp. Hij overleed twee jaar later, waarna de buitenplaats in bezit kwam van zijn neef Willem van Hogendorp. Deze kon in 1783 de andere erfgenamen uitkopen en werd zo alleen eigenaar. In 1784 kwam hij om toen zijn schip verging. ZIjn weduwe Caroline van Haren bleef er met haar zes kinderen wonen. Tot rond 1800 bleef de buitenplaats in bezit van de familie. Daarna werd het in onderdelen verkocht en werden de meeste opstallen gesloopt.
Opgravingen in 1979 / 1980 hebben o.a. funderingen van het herenhuis en het eerdere klooster blootgelegd.
Van de buitenplaats resteren twee vijvers, de brug over de Spieringwetering, het timmermanshuis, een deel van het koetshuis en de Kitswoning.
