Buitenplaats Het Leeuwenhof

Foto: 
    Albert Speelman 2008

Ligging

Rotterdam (Overschie) - Delftweg 122

Andere benaming

Schiezigt

Geschiedenis

Oorspronkelijk was Het Leeuwenhof een versterkte boerenhofstede. Het hoofdgebouw was bij de Delftweg gelegen, verder stonden er een koetshuis en een koepel. In 1645 werd de hofstede omgebouwd tot een buitenhuis. Eigenaresse was mejuffrouw Maria van der Meyden, dat in die tijd ook onder de naam Schiezigt bekend was. Haar moeder had de buitenplaats gekocht van Leendert Huybrechtsz. Post.

Mr. Van der Staal, burgemeester van Rotterdam, was in 1792 eigenaar van de buitenplaats. Hij liet het vergroten met de erachter liggende zes morgen land, het terrein liep toen van de Delftweg tot aan de Achterdijk. De Engelse tuinen waren aangelegd door de heer Schonck, architect van de Prins van Oranje. De weduwe van mr. Van der Staal, H.P.Meerman, verkocht de buitenplaats aan de heer Suermondt in 1798. De erfgenamen van Suermondt verkochten het in 1828 aan Jacob Hoogerbrugge. Hij liet de tuinen, die zich tot ver achter het buiten uitstrekten, vervenen en zo verdwenen het park, de beken en de fraaie boompartijen en zo ontstond een van de Overschiese plassen.

In 1893 werd het herenhuis gesloopt. Het koetshuis, de theekoepel en het toegangshek bleven gespaard.

De koepel werd later tot de nu nog bestaande boerenwoning verbouwd. Na het kinderloos overlijden van Jacob Hoogerbrugge, waardoor de buitenplaats geërfd werd door de Overschiese familie Speelman, die verwant was aan Jacob Hoogerbrugge. Kort voor de Eerste Wereldoorlog in 1914 bewoonde Marinus van der Kooy de boerderij als pachter. In 1948 werd de grond, het koetshuis en de boerderij aan de gemeente Rotterdam verkocht.

In 1958 werden de hekpijlers van het toegangshek wegens bouwvalligheid door de gemeentewerken van de gemeente Rotterdam gesloopt. Het mooie smeedijzeren hek wed opgeslagen met het idee om het op te knappen en terug te plaatsen. Dat is er nooit van gekomen en het hek werd verkocht en verplaatst naar de buitenplaats Bingerden.

De boerderij bleef bewoond door pachter Van der Kooy. In het begin van de jaren negentog kreeg hij het recht van koop op de behuizing, dat bij zijn overlijden op zijn kinderen overging. In 1993 besloten zoon Cees en dochter Janneke van der Kooy, samen met de echtgenoot van Janneke en met begeleiding vande Overschiese architect Jouke Post, de vervallen boerderij en het koetshuis te restaureren en geschikt te maken voor bewoning.

Bewoners

Huidige doeleinden

Particuliere bewoning

Opengesteld

Niet toegankelijk

Foto's

Foto: 
    Albert Speelman 2004

Bronverwijzing