Buitenplaats Rodenrijs

Ligging

Rotterdam - Delftweg bij 144

Geschiedenis

Op 26 april 1775 werd mr. Willem Graaf van Hoogendorp, gecommitteerde in de Admiraliteit van de Maeze, eigenaar van de hofstad Rodenrijs. Hij verbouwde het tot een zeer fraai landhuis. Zijn weduwe verkocht de buitenplaats op 14 mei 1800. De laatste bewoner was de heer Jan Nolet sr., oud burgemeester van Schiedam, die de hofstede kocht in 1803. Hij woonde er met zijn vrouw J. van der Burg. In 1830 werd de hofstede voor het laatst verkocht aan de heren Metzelaar, die de gebouwen in 1840 lieten slopen.

Diverse onderdelen en bouwmaterialen werden publiek verkocht. De grachten en vijvers werden gedempt met puin en grote bakstenen, de grond werd geëgaliseerd en tot akker gemaakt. De koepel is verkocht en heeft tot aan het eind van de 19e eeuw in Scheveningen gestaan op de plaats van het huidige Seinpost, dicht bij het koninklijke paviljoen. Het statige hek met de vergulde letters 'Rodenrijs' verhuisde naar een villa in Scheveningen.

Tijdens bouwwerkzaamheden van de De Röntgen Technische Dienst NV kwam veel van het puin en grote bakstenen weer te voorschijn. Bij een uitbreiding in noordelijke richting werd een verdwenen singel van de tuinaaleg door een nieuwe grenssloot doorsneden.

Bewoners

Huidige doeleinden

Verdwenen

Bronverwijzing