

Voorburg - Oosteinde. De buitenplaats heeft gelegen naast de Rusthof en de rooms-katholieke kerk
Waarschijnlijk is de buitenplaats in de 17e eeuw uit een hoeve ontstaan. Dat valt op te maken uit een beschrijving uit 1664, waarin een huis, schuur, hooibergen, speelhuis, boomgaard en plantage worden genoemd.
In 1879 blijkt uit een kadastrale kaart dat Noordervliet tot een echte buitenplaats te zijn uitgegroeid. Er is dan sprake van een voornaam, in een landschappelijk park gelegen herenhuis. De buitenplaats kwam in 1879 in het bezit van prinses Marianne, eigenaresse van het naburige Rusthof. Na de dood van Prinses Marianne in 1883 erfde Albert al haar bezittingen en na 1906 verkocht de familie zowel deze buitenplaats als de buitenplaatsen Rusthof, Klein Rusthof alsook de boerderij aan de Achterweg (thans Parkweg) voor de som van ƒ 200.000,-. Alleen Leeuwensteijn werd niet verkocht. Albert trok zich terug op het prachtige kasteel 'Camenz' in Silezië dat hij ook van zijn moeder had geërfd. Hij stierf twee jaar later in 1906. Noordervliet werd kort daarna gesloopt, om plaats te maken voor villa's.
Van de buitenplaats resteert nog een deel van de grote vijver en aantal oude bomen. De bakstenen hekpijlers met natuurstenen topstukken zijn in het Openluchtmuseum bij Arnhem terechtgekomen.
Verdwenen