Buitenplaats In de wereldt is veel Gevaer

Foto: 
    Albert Speelman 2008

Ligging

Voorburg - Schoolstraat 43

Andere benaming

Vlietzicht

Geschiedenis

Aan het einde van de Cleijne Laan heeft een boerderij gelegen. In oude documenten wordt het omschreven als een "woonhuijsinge ende erve met een hollenbarge (open hooiberg)". Hugenoot Jean Nau kocht op 5 november 1738 deze boerderij van Cornelis Claesz. van der Laan. Jean Nau is 'leederbereijder', legt bij zijn huisje aan de Cleijne Laan vele putten aan waarin koeienhuiden wordengelooid.

Op 6 mei 1745 breidde hij zijn bezit uit door de aankoop van een oude buitenplaats die lag naast zijn boerderijtje en die als volgt wordt omschreven: "Een seer plaijsant huijs ende erve welk aen drie partijen kan werden bewoont, met een groote schuur en speelhuijs [koepel] aen de Vlieth, genaemt In de Wereld is veel Gevaar, staande en gelegen [...] op het suijdeijnde vande Cleijne Laan, [...] belend ten oosten de voorsz. Cleijne Laan, ten suijden de Vlieth, ten westen de Buur off Havensloot, ende ten noorden den cooper selfs, belast met vijffentwintigh stuijvers 'sjaars erffpagt toekomende den heer van Werve". De verkoopster is Apolonia van IJsbergen, weduwe van Damianus van Hensbergen. De buitenplaats was in de familie gekomen via Floris Adriaen van IJsbergen, een Voorburgse schipper die het buiten in 1685 kocht van Michiel Vrolick, 'vendumeester van 't collegie ter admiraliteit tot Rotterdam'. Dat ongetwijfeld een van hen de naam 'In de Wereld is veel Gevaar' aan de buitenplaats heeft gegeven, wordt duidelijk uit het vervolg, waarin staat te lezen dat die dubbelzinnige naam ook iets met varen heeft te maken. Archiefstukken noemen nog als direct voorafgaande eigenaren Joost Engels, Dirck Jansz. Cluijt van Paridon, Henrick Verhoeff (die burenruzie veroorzaakte met een poort die de Vliettoegang belemmerde) en Jan van Son.

Na het overlijden van Jean Nau, erfde zijn zoon Abraham Louis de huizen en de leerlooierij. Hij laat omstreeks 1790 de oude boerderij als het oude buitenhuis afbreken en vervangen door een nieuw rechthoekig herenhuis, direct aan de Vliet gelegen, en op enige afstand van zijn looiputten. In dat jaar trouwde hij met Suzanne Rocques. Twee kleine gedenkstenen aan weerszijden van de hoofddeur aan de Vlietkant, met de initialen ALN - SR en het jaartal 1790, herinneren aan dit huwelijksjaar.

Na het overlijden van Abraham Louis op 24 januari 1810, vier later gevolgd door zijn echtgenote, wordt het huis eigendom van Johannes Drunen. Na zijn overlijden in 1834 gaat het over naar zijn zoon, die ook Johannes heet. Op 3 september 1843 wordt het huis gekocht door Bart Schreuders, een kostschoolhouder, die het al enige tijd huurde om er zijn kostschool in onder te brengen.

Na de dood van Bart Schreuders op 15 oktober 1845 laat hij een volstrekt failliete boedel achter. Zijn weduwe, Eva de Voogd, verkoopt de kostschool aan dr. Petrus de Raadt. De koopakte van 29 mei 1847 geeft als omschrijving: "'Een huis ingerigt tot eene kostschool met het daarnevens gelegen erf en speelplaats, mitsgaders ten westen daarvan gelegen tuin met een laantje en poort uitkomende aan de Herenstraat, staande en gelegen aan het einde der Kleine Laan [...]" Naast deze kostschool beheert hij ook de kostschool in de voormalige buitenplaats Noorthey in Voortschoten.

Op 31 maart 1851 koopt Christoffel Willem Bruijnings Ingenhoes de kostschool van dr.Petrus de Raadt. In 1877 volgt zijn Pieter Hendrik zijn vader op als kostschoolhouder. Hij laat in 1896 in de tuin naast zijn huis met de kostschool, aan het einde van de Voorhofstraat, een apart huis bouwen, waarin hij zelf wil gaan wonen.

Aan het begin van de 20ste eeuw raken de kostscholen op hun retour. Pieter Hendrik besluit de kostschool vaarwel te zeggen en zich volledig terug te trekken in zijn nieuwe woning naast de kostschool. Dit betekent nog niet het einde van het onderwijs aan de Vliet. De school wordt verhuurd aan Jacobus Anne Hendrikus Reiziger. In 1909 wordt de kostschool gesloten.

Pieter Hendrik verkoop in 1911 het huis aan Friedrich Wilhelm Christiaan Waldeck. Die krijgt op 27 april 1911 vergunning om in het huis 'een wasscherij met stoommachine' te beginnen. Drie generaties Waldeck zouden die wasserij 62 jaar lang blijven beheren.

Na 62 jaar komt het pand in handen van de aannemer Lucas, die het in 1976 volledig restaureerde en het zijn oude luister teruggaf. Daarbij werd een gedeelte van de 19e eeuwse zijvleugel met de vroegere leslokalen afgebroken. De oude gymnastiekzaal, gebouwd in de vorm van een koetshuis, werd ook gerestaureerd. Het geheel werd een appartementencomplex.

Bewoners

Huidige doeleinden

Appartementen

Opengesteld

Niet toegankelijk

Foto's

Foto: 
    Albert Speelman 2008

Litho 
    van Lutgers 1856

Bronverwijzing