Buitenplaats Ionica

Ligging

Amsterdam - lag aan de Amsteldijk in de Amstelveense Middelpolder, tussen de herberg Het Kalfje en de 1400-roeden-paal.

Andere benaming

(Jonica)

Geschiedenis

In 1692 had Anthonie van der Ghiessen (1637-1725), eigenaar van de zeepziederij in 'de Drie Swaentjes', een bescheiden hofstede gebouwd aan de Amstel. Hester van der Ghiessen (1676-1736), vrouwe van Nootdorp, die de hofstede bij de boedelscheiding in 1725 uit de erfenis van haar vader toegewezen had gekregen, verkocht het huis en de gronden zes jaar later voor 14.000 gulden aan Thomas del Ferrier (1680-1755). Thomas was een bemiddeld steen- en beeldhouwer op de Brouwersgracht. Hij verbouwde het bestaande huis ingrijpend en gaf het de naam Ionica. Omstreeks 1750 besloeg de buitenplaats eenuitgestrekt terrein, met landerijen die zich aan de noordzijde uitstrekten tot de Kalfjeslaan; in het oosten werd de plaats begrensd door de Amsteldijk, in het westen door de Amstelveenseweg en aan de zuidzijde door een naburig perceel van de familie Van der Meer.

Na het overlijden van Del Ferrier in 1755 werd het voor 16.000 gulden gekocht door Matthijs Herfst (1709-1785). De koopakte omschrijft de hofstede als "heerenhuysinge,stallingen, koetshuis en verdere opstalling, beelden, pedestallen, thuyn en thuymmansgereedschappen, thans genaamd 'Ionica', met deszelfs boerewoninge en annexe landerijen".

In 1785 koop mr. Quirijn Willem van Hoorn (1730-1797), bankier en burgemeester van Amsterdam, de buitenplaats voor 16.000 gulden. Na het overlijden van Van Hoorn werd de buitenplaats door de weduwe Van Hoorn in 1798 verkocht aan Fredrik Reijnhout voor 12.800 gulden. Hij heeft het huis maar enkele jaren in bezit gehad. In 1801 verwisselde het opnieuw van eigenaar, toen het werd gekocht door Gulian Crommelin (1743-1809), koopman aan het Singel bij de Korsjespoortsteeg, die er 13.750 gulden voor betaalde.

In 1809 werd het door de executeurs-testamentair van Crommelin voor 11.800 gulden verkocht aan Jan Hendrik Marlof (1752-1822). Hij was boekverkoper-uitgever op het Rokin.

Op 14 april 1823 werd de buitenplaats publiekelijk geveild. Het verkoopbiljet bevat de meest uitgebreide beschrijving van de buitenplaats. Na de vermelding van de

"roijaale Hechte/ Sterke en modern betimmerde HEEREN HUIZINGE' wordt de lezer mee naar binnen genomen. De gang had een marmeren vloer en fraai gestukadoorde nissen. Aan weerszijden hiervan lagen de kamers, veelal aangeduid als ‘zijkamers’. De rechter voorkamer bezat een marmeren mantel en een met ijzeren platen bezette Engelse schoorsteen, waarboven zich een spiegel en een schilderstuk bevonden. De kamer was met papier behangen. Via een porte brisée kwam men in een dito behangen kamer met een kast. Aan het einde lag een ‘plaisante en cierlyke’koepelkamer, die toegang gaf tot de tuin. Achter in de gang was het secreet voor de familie; het gemak voor het personeel lag buiten, naast de tuinmanswoning. Links van de gang was een ‘zeer groote en deftig met Doek behangen Zykamer’ gesitueerd, voorzien van diverse vaste kasten, ‘kassen’ genoemd.

De bovenverdieping had een soortgelijke indeling als de beletage. Rechts van de gang lagen een voor- en een achterkamer, beide behangen, gestukadoord en voorzien van stookgelegenheid en opbergruimte. Naast de voorkamer bevond zich een ‘Logeerkamer of Kabinet’, links van de gang een ruime voor- en achterkamer en aan het einde van de gang twee ‘gehangen logeerkamers’.” De zolder, die over het hele huis doorliep, had afgeschoten ruimten voor een knechtenkamer met bedstede en een berging voor turf. De keuken lag in het souterrain en was uitgerust met een haardstee, fornuizen, een aanrecht met kastjes, een regenwaterpomp, een gootsteen, glazen-, spijs- en andere kasten en een turfhok. De cementen provisiekelder had aparte afdelingen voor wijn en groenten. In het bijgebouw waren een koetshuis, een stalling voor vijfpaarden, een kippen- en een duivenhok ondergebracht. De naastgelegen tuinmanswoning was voorzien van stookgelegenheid, gootsteen, opbergruimte en bedstede. De slaapverdieping van de tuinman huisvestte ook een knechtenkamer met twee bedsteden. Onder het dak bevonden zich zolders voor de opslag van hooi, stro en haver, alsmede een turfvliering.

Over de tuinen verschaft het document eveneens uitvoerige informatie. Achter het huis lag een in de ‘Engelsche manier fraai aangelegde Party’, waarin de reeds eerder genoemde goudvisvijver was opgenomen. Verder was er een ‘aangenaam en wel aangelegd Slingerbosch, aan welks einde/ ter regterzyde van de Plaats/ eene nieuwe/ met veel smaak geordonneerde Achtkante Koepel, met deszelfs fraaije naar de Ionische orde geschilderde Voorgevel’ stond. De oevers van een slingerende beek waren beplant met treuressen en -wilgen. Het hoogtepunt was een ‘Bergje’vanwaar de wandelaar een ‘frappant uitzigt’ had. De directe omgeving van het bijgebouw werd benut voor gebruiksgewassen, hier waren moestuinen en boomgaarden met verschillende fruitrassen. Exotische vruchten groeiden in een ‘zeer kapitaale en wel onderhouden Broeijery, bestaande in een Persiken- en Druivenkast, voor 10 Raamen voor dezelve een dito Druiven-, Persikenen Abrikoozenbak, voor 15 Raamen’, die mogelijk nog uit de tijd van Van Hoorn stamden. De overige terreinen waren omheind met schuttingen en begroeid met perziken-, abrikozen- en pruimenbomen. De muren van het bijgebouw gingen schuil achter oude moerbei- en perenbomen. Langs de slootkanten lagen de hakhoutpercelen voor geriefhout en aan de zuidkant van het terrein bevond zich een brug die toegang gaf tot een houten loods en de achterliggende landerijen.

De buitenplaats werd uiteindelijk voor 8.000 gulden voor afbraak verkocht. Koper was Jillis Walm (1764-1847), zonder beroep, wonende te Oudekerk. Hij verkocht het op 7 februari 1824 aan Jan Hendrik Horstman jr (1776-1845), makelaar te Amsterdam, 'de plattegrond en de nog overig zijnde gebouwen der gewezen hofstede Ionica, met 6 kampen weiland daarachter'. Met deze overige gebouwen werden de 'tuinmanswoning, loots, huis en paardenstalling met de steenen sluis en het ijzeren hek' bedoeld. In augustus 1824 werd dit ter amotie te koop aangeboden. De sloop leverde hem nog 1.185 gulden op. De afbraak van het herenhuis en de bomen werden afzonderlijk verkocht voor 2.012 gulden.

Bewoners

  • 1692 - 1725 Anthonie van der Ghiessen
  • 1725 - 1731 Hester van der Ghiessen
  • 1731 - 1755 Thomas del Ferrier
  • 1755 - 1785 Matthijs Herfst x Margaretha Plaat
  • 1785 - 1797 Quirijn Willem van Hoorn
  • 1797 - 1798 weduwe Van Hoorn
  • 1798 - 1801 Fredrik Reijnhout
  • 1801 - 1809 Gulian Crommelin
  • 1809 - 1823 Jan Hendrik Marlof
  • 1823 - 1824 Jillis Walm
  • 1824 Jan Hendrik Horstman jr.

Huidige doeleinden

  • Verdwenen

Bronverwijzing

  • Vreeken, Hubert - "De buitenplaats Ionica aan de Amstel" - Tijdschrift Amstelodamum, 1997 - pag 161-171

Foto's © Albert Speelman 2017

@