Buitenplaats Rozenburg

Ligging

Amsterdam (Watergraafsmeer) - zuidwestzijde van de Middenweg tussen Kruislaan en Zaaiersweg

Andere benaming

Oud Rozenburg, Meerlust, het Viskaantje

Geschiedenis

Op kavel 16 liet Govert Loten in 1642 een huis bouwen dat hij Het Viskaantje noemde.

In 1681 kocht de Amsterdamse zijdefabrikant Jacob van Lennep (1631 - 1704) de buitenplaats en noemde het Meerlust. Via de dochter van Jacob van Lennep, Ingena, kreeg haar echtgenoot Pieter Rutgers de buitenplaats in bezit. In 1697 werd hij door keizer Leopold I in de adelstand verheven en kreeg de toevoeging 'van Rozenburg' bij zijn naam. Hij zal dan ook de naam Rozenburg aan zijn Amsterdamse buitenplaats hebben gegeven. Na zijn dood in 1727 werd de buitenplaats in 1729 verkocht aan Jan van Eik. Na 1763 was het aan de noordwestkant van de Middenweg gelegen in handen van Josina Hillegonda van Eik, die ook Het Bakkersparadij aan de zuidoostkant vande Middenweg bezat. Zij noemde deze nu ook Rozenburg.

In 1801 werd de buitenplaats eigendom van Harmen de Vries en Roelof Gelke. Gelke richtte er na 1802 een theetuin in. In het begin van de 19e eeuw werd de uitspanning Oud-Rozenburg genoemd.

In 1914 kocht de gemeente Amsterdam de buitenplaats voor uitbreiding van de Oosterbegraafplaats.

Bewoners

  • 1642 - Govert Loten
  • 1681 - Jacob van Lennep
  • - 1727 Ingena van Lennep x Pieter Rutgers
  • 1729 - Jan van Eik
  • > 1763 - Josina Hillegonda van Eik
  • 1801 - Harmen de Vries en Roelof Gelke
  • 1914 - gemeente Amsterdam

Huidige doeleinden

  • Het huis is verdwenen. Landgoed is nu onderdeel van de Oosterbegraafplaats

Bronverwijzing

  • Noord-Hollands Arcadia

Foto's

Foto's © Albert Speelman 2017

@