Buitenplaats Donkervliet

Ligging

Baambrugge - Donkervlietse Binnenweg 8

Geschiedenis

De exacte onstaansdatum van de buitenplaats is niet bekend, maar de stichtingsdatum ligt in de 17e eeuw. Waarschijnlijk is het de oudste van de drie aan de westzijde van de Angstel gelegen buitenplaatsen, aangezien de brug over de Angstel op deze hoogte ligt. In 1664 vindt men de oudste geschreven bron met betrekking tot de buitenplaats. Het betreft een tweetal akten uit 1664, waarin gesproken werd van een overdracht van het bezit naar Cornelis Berkman, in opdracht van Bartholomeus Jans, koopman uit Amsterdam.

Het huis komen we voor het eerst tegen op een afbeelding in Hollands Arcadia van 1730. Hierop is het huis zeven ramen breed huis en telt slecht twee bouwlagen. De vensters waren waarschijnlijk zogenaamde kloosterkozijnen, terwijl langs de Angstel een vierkant theehuis met een puntdak staat.

In 1730 was mr. Gijsbert van Hogendorp eigenaar van het huis. Van 1707 tot 1740 was hij ontvanger-generaal van de Zeven Verenigde Nederlanden. Daarnaast had hij de titels graaf des H.R. Rijks, baron van St. Jan ten Steen en Glossenberghe, Vrijheer van Hofwegen en Heer van Steenhuysen, Cromstrijen en Heyningen. Nadat hij weduwnaar geworden was, trouwde hij met Catharina Margaretha Beck, die na zijn dood in 1750 het huis gaat verhuren.

Op een afbeelding van 25 jaar later zien we dat deze theekoepel vervangen is door een nieuwe achtkantige theekoepel met een modernere koepeldak. Rond 1900 werd deze koepel afgebroken.

Op de afbeelding uit 1755 staat achterop, dat de buitenplaats eigendom is van mejuffrouw De Neufville. Zij heeft haar memoires achter gelaten en daarin schrijft ze, dat zij op weg van Utrecht naar Amsterdam het "plaatsie Donkervliet" te huur zag staan. Zij huurde op dat moment de buitenplaats Lindenhoff, dat iets noordelijker langs de Angstel stond. Zij had al een tijdje op het huis een oogje gehad en nu ging ze het huren. Ze had het huis ook laten taxeren, waarschijnlijk om het later eventueel te kopen. Dit gebeurde ook, want vijf jaar later koopt zij de buitenplaats samen met haar nicht Maria Petronella de Neufville, voor f. 4500,- van de erven Van Hogendorp.

Naast Donkervliet huurde zij ook een huis in Utrecht, dat zij als pied à terre gebruikte voor als het 's winters te koud was in de polder of als zij een bezoek bracht aan de stad en niet direct wilde terug reizen. Zij was nogal rusteloos, want zij heeft vijf verschillende huizen gehuurd. Als zij ruim 10 jaar eigenaresse van Donkervliet is (1768), gaat ze het huis Leeuwenstein aan de Vleutense Wetering in het Lauwerecht huren. Donkervliet bleef wel eigendom van haar en haar nicht, maar werd waarschijnlijk verhuurd.

Maria de Neufville sterft op 19 December 1779 en pas daarna wordt het huis door haar erfgenamen in de verkoop gedaan.

In 1780 wordt Albertus van Soest de nieuwe eigenaar, die gedurende 24 jaar eigenaar is geweest van de buitenplaats. Bij de veiling in 1804 wordt het huis als volgt omschreven: "heerenhuyzinge, stallinge, coupel, boerewooninge". Bij het huis hoorde 22 morgen land, waarvan 5 morgen van oorsprong leenroerig was aan het slot Abcoude, maar door de Franse Revolutie aan de Staten van Utrecht vervallen was: "Gaasbeeks leen releverende aan de Gestigte van Utrecht". De overige 17 morgen waren vrij. Door de heer Van Soest was er 8 morgen bijgekocht, die weer in 2 delen leenroerig waren aan slot Loenersloot. Hoewel ik dit nog niet eerder gemeld heb, had de eigenaar van het huis de plicht om het onderhoud aan de "Stevens- of Donkere brugge" voor zijn rekening te nemen. Deze plicht hoorde al zeker 150 jaar bij het huis.

In juni 1804 wordt Donkervlet gekocht door Stephanus Jacobus Baalde. Door de economische malaise rond 1800 was de waarde van het huis flink gedaald. Had zijn voorganger nog f. 9000,- voor het huis betaald, de heer Baalde betaalde slechts f. 7650,-. Lang plezier heeft Stephanus Jacobus niet van zijn huis gehad, want twee jaar later sterft hij.

Opnieuw wordt het huis geveild en voor f. 6110,- wordt Gerrit Rinses Voormeulen de nieuwe eigenaar. Voormeulen heeft waarschijnlijk het huis verbouwd en ook de tuin is mogelijk door hem veranderd in een Engelse landschapstuin. In 1833, als de buitenplaats opnieuw verkocht wordt, blijkt dat de boerderij aan het hoofdhuis vast gebouwd is (een situatie, die ook nog bij Vrederust in Baambrugge voorkomt). Verder wordt gesproken over "moestuinen, broeyerijen (kassen), bakken en legkasten, vruchtbomen, plantsoenen, boomgewassen, beeken en vijvers".

Daarna gaat "de alleraangenaamst gelegen buitenplaats" met "onderscheiden vertrekken [...] meerendeels behangen, met stookplaatsen" meerdere keren door verkoop over in andere handen. Bij de verkoop in 1880 blijkt de boerderij met het grootste deel van de grond niet meer bij het huis te horen. Deze is mogelijk al in 1853 apart verkocht.

In 1893 was de toestand van het huis erg slecht, want als de toenmalige eigenaar Gerrit Hermanus Meyer het huis verkoopt, laat hij in de acte opnemen: "de koper zoo mocht hij overgaan tot de sloping of ontgraving van het door hem bij deze gekochte en hij daarbij eene schat vindt, zich verbindt om de helft in het hem daarin toekomende aandeel aan de verkoper af te staan".

Het huis werd ook afgebroken en Alphonsus Louis Holterhoff liet een nieuw huis bouwen in neo-renaissance stijl. Van de materialen die bij de sloop beschikbaar kwamen werd een nieuw koetshuis gebouwd. Ook de tuin werd aangepakt: van een aantal beken en kleine vijvers werd één grote vijver gemaakt.

In 1903 wordt het nieuwe huis gekocht door het echtpaar Middelberg-Hollmann. Na het overlijden van de heer G.A.A. Middelberg, blijft zijn weduwe in het huis wonen. Zes jaar later wordt de buitenplaats geërfd door hun zoon Eduard. In 1903 beschikte het huis nog over een theekoepel, die blijkbaar in slechte staat was, want hij is daarna verdwenen.

In 1923 vond de enige en laatste keer plaats dat het huis door vererving in anderr handen overging. Na de dood van ir. Eduard Middelberg in 1949 is het huis nog een groot aantal keer door verkoop in andere handen over gegaan. Momenteel is het huis eigendom van Martin de Munnik, die eigenaar is van een reclamebureau.

Bewoners

  • - 1664 Bartholomeus Jans
  • 1664 - Cornelis Berkman
  • - 1750 mr Gijsbert graaf van Hogendorp x Catharina Margaretha Beck
  • 1750 - 1756 Catharina Margaretha Beck
  • 1756 - 1780 Maria de Neufville en Maria Petronella de Neufville
  • 1780 - 1804 Albertus van Soest
  • 1804 - 1806 Stephanus Jacobus Baalde
  • 1806 - 1833 Gerrit Rinses Voormeulen
  • 1847 - 1850 Pieter Abraham Godefroy
  • 1850 - 1853 Engelberth Meckmann
  • 1853 - 1863 Jurry Peter Hammann
  • 1863 - 1870 Cornelis van Rinsum x Aletta Sophia Charloote Becker
  • 1870 - 1880 Aletta Sophia Charlotte Becker
  • 1880 - 1886 Willem Jan van Bork
  • 1886 - 1893 Gerrit Hermanus Meyer
  • 1893 - 1903 Alphonsus Louis Holterhoff
  • 1903 - 1917 Gerrit Adriaan Arnold Middelberg x Luise Hollmann
  • 1917 - 1923 Louise Hollmann
  • 1923 - 1949 ir. Eduard Middelberg
  • 1949 Cornelis Rijken
  • 1949 - 1959 Jan de Nes
  • 1959 - 1960 Johanna de Vries
  • 1960 - 1973 Gerardus Adriaan van Oorschot
  • 1973 - 1977 Raoul Jean Marie Chenevert en Covert vor der Hake
  • 1977 - 1985 Johannes Muller
  • 1985 - 1998 fa. Derijcke & Koch
  • 1998 - 2007 Martin de Munnik
  • 2007 - mw S. Bernhart

Huidige doeleinden

  • Particuliere bewoning

Opengesteld

  • Niet toegankelijk

Bronverwijzing

  • E. Munnig Schmidt, Donkervliet, 1997, In: Jaarboekje 1996 van het Oudheidkundig Genootschap Niftarlake
  • Abcoude. Geschiedenis en architectuur

Foto's © Albert Speelman 2017

@