Buitenplaats Lindenhoff

Ligging

Baambrugge - Rijksstraatweg 21

Geschiedenis

Het pand dateert uit 1738. In dat jaar liet Jacob Cousset, de eigenaar van de buitenplaats Binnenrust, de boerderij Nieuwendijck (grotendeels) afbreken en een nieuw herenhuis bouwen, dat de naam Lindenhoff kreeg. In 1737 had ook de naastgelegen boerderij Schaeps Gift gekocht, die zijn agrarische functie behield. Hiermee was een buitenplaats van 41 morgen land ontstaan. Na het overlijden van Jacob Cousset in 1744, waarbij alleen het herenhuis met slechts een morgen land, bleef in het bezit van zijn weduwe. De overige grond en opstallen werden geveild.

Het herenhuis werd verhuurd en een van de huurders werd Maria de Neufville (1699 - 1779), een lid uit een vermogend dopers geslacht uit Amsterdam. Een broer van haar, Mattheus, woonde in het huis aan Herengracht 475. Daarnaast had ze ook familie langs de Vecht wonen. Een oom van haar, Jan de Neufville, woonde in Oud-Over en een andere oom, Baltbasar de Neufville, in Beek en Vecht.

Maria de Neufville woonde vlak bij haar broer Matheus op een klein buitentje bij Bennebroek en na het overlijden van haar broer in 1743 woonde ze daar nog tot oktober 1744. Daarna verhuisde ze naar Lindenhoff, dat ze per half jaar huurde voor f.125,- van Maria Hendriks. Na 2 jaar op Lindenhoff gewoond te hebben, verhuisd ze naar Donkervliet, dat ze eerst huurt en later koopt. Haar nichtje Maria Petronella de Nuefville (1730-1773), weesdochter van haar broer Isaac sinds 1738, komt bij haar wonen.

Voor de bewoners van de buitenplaats werd een vrij uitzicht gegarandeerd via een erfdienstbaarheid, dat werd opgelegd aan de bewoners van de ertegenover gelegen boerderij, nu Jeanette Hoeve geheten. In een akte uit 1764 is het volgende opgenomen: "dat op het erv nog de kade of landerijen van de voorschreven huismanswoning nooijt eenige meerdere betimmeringen, bepootinge nog beplantinge zal mogen gesteld worden, waer door het uitzigt van de hofstede Lindenhoff zoude kunnen benoomen worden".

In 1815 wordt Lindenhoff gekocht door Joan August Classen, die in dat jaar ook nog de grond van de enkele jaren daarvoor afgebroken buitenplaats Langverswegen bijkoopt, waarmee de totale grootte van Lindenhoff 78 morgen (70 ha.) bedraagt. Joan August laat Lindenhoff in 1819 ingrijpend verbouwen, maar hij woonde nauwelijks of niet in het huis, omdat hij veel in Brussel verbleef, waar hij zijn werk had. In 1837 besluit hij het huis te verkopen via een openbare veiling en de nieuwe eigenaresse wordt Vrouwe Johanna Judith van IJsseldijk-Zeelt, die sinds 1817 door vererving eigenaresse was van het naastgelegen Postwijck. Waar ze overigens pas sinds 1832 woonde, omdat ze daarvoor samen met haar man op de Trompenburgh in 's-Graveland woonde.

In de komende 20 jaar wordt Lindenhoff steeds verhuurd en uiteindelijk in 1857 verkocht aan Jhr. Willem Karel de Rooy van der Does met nog maar 8 ha grond. Deze jonkheer kocht het huis voor zijn echtgenote, Maria Julia van der Does. In 1859 wordt door haar de buitenplaats uitgebreid met een theekoepel.

Vijf jaar later wordt Lindenhoff door Maria Julia via een openbare veiling verkocht, met daarin een clausule opgenomen, dat de nieuwe eigenaar het huis en alle opstallen met uitzondering van het tuinmanshuis moet afbreken voor of op 1 april 1863. De koper was Dirk de Groot Dirkszn, die timmerman was en het geheel kocht in opdracht van Herman Lejay, grondeigenaar te Warnsveld (Gld.). Dirk had van zijn opdrachtgever te horen gekregen, het niet af te breken.

Zeven jaar later wordt Lindenhoff opnieuw verkocht en wel aan Vrouwe Sara J.M. Bongardt, weduwe van Rudolf H.J. Veeren, een nicht van mevrouw Zeelt, die in 1865 ook al een groot deel van de grond van het vroegere Langverswegen gekocht had. Vrouwe Sara was blijkbaar helemaal niet tevreden over de theekoepel, want die werd in 1871 al afgebroken.

Drie jaar later wordt Lindenhoff, met slechts weinig grond verkocht aan de Gemeente Abcoude-Baambrugge.

Rond 1900 werd de heer Campen eigenaar van het pand. Hij bewoonde niet alleen het pand, er was destijds ook een chemische fabriek in gevestigd, De Bruine en Van Campen. In 1918 gaf zijn weduwe, mevrouw H.G. van Campen-Verschuur, de opdracht tot een grootschalige verbouwing.

De heer N. Gentenaar werd in 1924 eigenaar van het pand. Hij startte hier met een melkfabriek, die later uitgroeide tot een groot exportbedrijf met veel tankwagens. In 1991 vertrok de Gentenaar Transport Group naar Moerdijk.

Piet Jonker vestigde in 1991 hier zijn handel in historische bouwmaterialen.

Bewoners

  • 1738 - 1744 Jacob Cousset
  • 1744 - 1746 (huur) Maria de Neufville
  • 1815 - 1837 Joan August Classen
  • 1837 - 1857 vrouwe Johanna Judith van IJsseldijk-Zeelt
  • 1857 - 1862 jhr. Willem Karel de Rooy van der Does x Maria Julia van der Does
  • 1862 - 1869 Herman Lejay
  • 1869 - 1872 vrouwe Sara J.M. Bongardt
  • 1872 gemeente Abcoude-Baambrugge
  • 1900 - Van Campen
  • - 1918 H.G. van Campen-Verschuur
  • 1924 - N. Gentenaar
  • 1991 - Piet Jonker

Huidige doeleinden

In het oude koets- en tuinhuis van lusthof Lindenhoff is een boerenbedrijf gevestigd dat (dag)verse producten levert aan diverse gerenommeerde restaurants in Nederland en België. (INFO)

Opengesteld

  • Toegankelijk voor gasten

Bronverwijzing

  • Jaarboekje Nifterlake - 1997 - E. Munnig Schmidt: "Lindenhoff en Donkervliet opnieuw bezocht" - blz 22-37
  • Abcoude. Geschiedenis en architectuur.

Foto's © Albert Speelman 2017

@