Buitenplaats Meerleveld

Ligging

Baambrugge

Andere benaming

Veldenhoven

Geschiedenis

Uit de belastingpapieren weten we dat in 1685 Meerleveld eigendom is van Van Seller. Reinier en Anna van Seller, broer en zus van elkaar, zijn leden uit een geslacht van wijnkopers uit Rotterdam, wonend in Amsterdam. Ze gebruiken Meerleveld als zomer-residentie, maar hebben daar niet zo lang plezier van gehad. In 1690 sterft de langstelevende en het huis komt in bezit van de weduwnaar van Anna: Pieter Coenensz, advocaat te Amsterdam. Pieter sterft kinderloos in 1698, waarna Meerleveld nog een aantal jaren in bezit blijft van Joan van Malsen en zijn vrouw, ?? de Kokers

In 1708 besluit Joan, hij is dan 71 jaar oud, het buiten te verkopen aan Reynier van Recklinghuysen, oorspronkelijk afkomstig uit Aken. Reynier is een lid uit het adellijke Duitse geslacht Von Recklinghausen.

Reynier was in 1685 met Margriet Abbas getrouwd en ze kregen in 1986 een zoon: Hendrik. Margriet is kort na de geboorte overleden. Van beroep was Reynier boekhouder, volgens het Poortersboek van Amsterdam. In 1708 wordt het huis als volgt omschreven: "seeckere hoffstede genaempt Meerleveld met desselfs heerschapshuys, boerenhuys, paerdestal als anders, mitsgaders bepotinge, beplantinge en met 14 1/2 mergen lants...".

Vader en zoon gingen in Meerleveld wonen, terwijl een nicht, Sara Catharina von Recklinghausen, uit Duitsland naar Nederland kwam om voor hen het huishouden te doen. Van Jan Jacob Swaen kocht Reynier nog een halve morgen grond en liet een fraaie ingangspartij met twee inrijhekken bouwen. In 1727 sterft Reynier op Meerleveld en het huis komt in bezit van zijn zoon.

Hendrik blijft in Meerleveld wonen en blijft ongehuwd. Als huishoudster neemt hij een nicht van eigen leeftijd in dienst: Helena Margaretha van Recklinghuysen. In 1738 verkoopt hij Meerleveld en verhuist naar de buitenplaats Sorgvrij, meer zuidelijker langs de Angstel gelegen. In 1739 sterft hij daar.

De nieuwe eigenaar wordt Hendrik Joan de Ruyter, die zilversmid in Amsterdam is, maar er niet woont. Hij verkoopt het huis 8 jaar later aan Jaques Ferrand, koopman te Amsterdam.

Jaques Ferrand en zijn vrouw Jeanne Le Clercq waren beide van Franse afkomst, maar leerden elkaar in Amsterdam kennen. Daar trouwden ze in 1717 en kregen in totaal 10 kinderen. Jaques stond in het Poortersboek van Amsterdam ingeschreven als kassier. Meerleveld werd door hen als zomerresidentie gebruikt. Verder bezat hij twee plantages in Suriname en hij handelde daarom ook veel op en in Suriname.

Het weiland van Meerleveld, groot 11 morgen, werd door hem al snel verkocht aan de eigenaar van de naastgelegen buitenplaats Langverswegen, zodat Meerleveld nog maar 3 morgen groot was. Na de dood van haar man, bleef Jeanne Le Clercq eigenaresse van Meerleveld, hoewel ze steeds in Amsterdam woonde. Na haar overlijden is 1764 stond in haar testament dat Meerleveld moest worden geërft door haar 4 niet getrouwde dochters. De 4 dochters Jeanne Louise, Madelaine, Marianne en Constance Jeanne gingen er wonen, totdat ze in 1780 besloten het huis publiekelijk te verkopen.

Daarna wisselde het huis een aantal keren via verkoop van eigenaar. Eén eigenaar, Abraham van der Velden, veranderde de naam van het huis in Veldenhoven, maar vier jaar later werd deze naam door de volgende eigenaar weer terug veranderd in Meerleveld.

Ten slotte werd de buitenplaats in 1800 gekocht door H.H. Rijnders. Door hem werd al begonnen met de afbraak van het huis en zijn weduwe verkocht in 1811 het landgoed met wat nog over was van de opstallen aan Simon Reinierse, meester-timmerman te Bloemendaal.

In 1815 werd de grond verkochtaan de tussenhandelaar Gerrit Bosch, die het weer doorverkocht aan Nicolaas Trokkel, landman te Amstelveen. Deze verstigde er een 'warmoesierderij' (=groentenkwekerij). Na het overlijden van Nicolaas in 1826, verkopen zijn kinderen Meerleveld in 1827 aan Andries Joh. Althoff, tapper, later rentenier, wonende te Amsterdam.

Vijf jaar later wordt de 'warmoesierderij' gekocht door Willem Marx, die tuinman is en eigenaar van Lindenhoff. Na zijn dood in 1848 nemen zijn 2 zonen het bedrijf over.

De laatste persoon, die eigenaar was van de groentenkwekerij, was Steven van Wees, familie van Keetje van Wees, die getrouwd met Elbertus Miltenburg en eigenaresse van de buitenplaats Ipenburg.

Bewoners

  • ca 1685 - 1690 Anna en Reinier van Seller
  • 1690 - 1698 Pieter Coenensz. x Anna van Seller
  • 1698 - 1708 Joan van Malsen x Catharina de Koker
  • 1708 - 1727 Reynier van Recklinghuysen x Margriet Abbas
  • 1727 - 1738 Hendrik van Recklinghuysen
  • 1738 - 1746 Hendrik Joan de Ruyter x Wijnanda Cappel
  • 1746 - 1764 Jacques Ferrand x Jeanne le Clercq
  • 1764 - 1780 Jeanne Louise, Madelaine, Marianne en Constance Jeanne Ferrand
  • 1780 - 1789 Joan Muijsekn
  • 1785 - 1789 Abraham van der Velden
  • 1789 - 1800 Frans Elderman
  • 1800 - 1811 H.H. Rijnders x Anna Geertruide Heeren
  • 1811 - 1812 Simon Reinierse
  • 1812 - 1815 Gerrit Bosch
  • 1815 - 1827 Nicolaas Tokkel
  • 1827 - 1832 Andries Joh. Althoff
  • 1832 - 1848 Willem Marx
  • 1848 - 1871 Josef en Petrus Marx
  • 1871 - Steven van Wees

Huidige doeleinden

  • Verdwenen

Op het grondgebied van de vroegere buitenplaats zijn nu twee woningen gebouwd en prijkt op het toegangshek nog steeds de naam 'Meerleveld'.

Bronverwijzing

  • ir. D.L.H. Slebos, Drie verdwenen Buitenplaatsen aan de Angstel te Braambrugge, De bewoners en hun buren in: jaarboekje 1998 van het oudheidkundig genootschap Niftarlake, blz. 49 - 85

Foto's

Foto's © Albert Speelman 2017

@