Buitenplaats Overdorp

Ligging

Baambrugge - Rijksstraatweg 75

Andere benaming

Rustenburg, Rustenburgh, Het Huis te Halfwegen

Geschiedenis

In 1648 komen we de naam Rustenburgh voor het eerst tegen. Het is dan een boerderij met 10 morgen grond en aangrenzend nog 16 morgen wei- en hooiland die we in de boedelscheiding van Jan Roupe, een gefortuneerde koopman uit Amsterdam, tegen komen. Jan was ook eigenaar van de ernaast gelegen buitenplaats Dortmont.

Rustenburg en Dortmont worden geërfd door zijn dochter Geertruida, die getrouwd was met Paulus Pietersz de Witte. Na de dood van Paulus in 1667 erft zijn zoon Pieter Pauluszn de Witte zijn bezittingen. Tussen 1667 en 1670 werden de 16 morgen wei- en hooiland verkocht en werd daarop de buitenplaats Poelesteyn gebouwd.

Na het overlijden van Pieter in 1682, verkopen zijn weduwe, Johanna de Haan, en een zoon, Johannes de Witte, Dortmont met 16 morgen grond een jaar later aan Pieter Cronin. Daarmee blijft alleen Rustenburg nog in bezit van de familie de Witte met nog maar 3,5 morgen land. Rustenburgh is ondertussen een buitenplaats geworden en komen we verder alleen nog tegen onder de naam Overdorp. Johannes de Witte was medicus en vestigde zich met zijn gezin op de buitenplaats, waarin hij ook zijn praktijk had. Hij en zijn vrouw Susanna Danckamp kregen uiteindelijk 10 kinderen, waarvan de laatste in 1698 werd gedoopt. Dokter de Witte trad regelmatig op als raadsman van inwoners van Abcoude en Baambrugge en werd in 1706 ook nog ouderling in de kerk van Baambrugge. In 1714 sterft zijn vrouw en in 1724 sterft hijzelf.

De erfenis werd verdeeld onder de 10 kinderen. De echtgenote van Paulus de Witte, Susanna van Wijk, koopt alle parten van Rustenburg op van haar man, zwagers en schoonzussen. In 1725 wordt het huis omschreven als "seeckere hoffstede, bestaande in een huysinge, stallinge, tuyn, boomgaard en plantagien daer op staande, mitsgaders de landeryen daer aen behorende, [...] te samen voor 3½ mergen..." en wordt getaxeerd op f 3600,-. In 1727 verkoopt zij het huis aan Johannes Clerk voor f 4500,-

Johannes was getrouwd met Maria del Court en het echtpaar woonde hoofdzakelijk op de Prinsengracht in Amsterdam. Na de dood van Johannes in 1742, hertrouwt zijn weduwe met Jan Beun, die al 8 jaar later, in 1750, sterft. Door de erfgenamen wordt Overdorp dan in 1752 via openbare veiling verkocht aan Arnolt van Aalst, die het huis in 1756 al weer doorverkoopt aan Daniël Parvé, die ook al eigenaar van Poelesteyn is. Na het overlijden van de echtgenote van Daniël, in 1771, verkoopt hij zijn eigendommen één voor één. Van Overdorp is echter geen verkoopacte bewaard gebleven. Uit beschrijving van belendingen weten we dat het huis in bezit is gekomen van Sijmen van Caspel, ook al eigenaar van Zorgvrij (voorheen Dortmont). Hiermee is de toestand uit 1648 hersteld: Zorgvrij en Overdorp hebben één eigenaar.

Overdorp wordt door Sijmen omgebouwd tot herberg met de naam "Het Huis te Halfwegen". Tussen 1771 en 1781 woont Sijmen in de herberg, maar het herbergier zijn gaat hem niet voor de wind. In 1781 sluit hij een hypotheek af met de herberg en de boerderij die bij Zorgvrij staat als onderpand. Hij verhuurt de herberg en gaat met zijn gezin in de boerderij van Zorgvrij wonen (Zorgvrij zelf is inmiddels afgebroken).

Nadat Sijmen in 1795 gestorven is, wordt een zoon uit zijn tweede huwelijk, Gerrit geheten, die in 1796 trouwt met Hendrika van Maaswinkel, kastelein van de herberg 'Het Huis te Halfwegen'. Tot 1800 woont hij ook in de herberg, waarna hij naar Nieuwersluis vertrekt. De herberg was in 1796 in eigendom gekomen van Christoffel Nagel, die in het ernaast gelegen Poelesteyn woonde. Hij was hier komen wonen om rust te vinden, maar dat viel hem niet mee, met een herberg naast zijn huis. In 1800 weet hij een koper te vinden, die van het huis weer een woonhuis wil maken. De nieuwe eigenaar wordt Pieter Verschooff, die chirurgijn is.

Pieter sterft in 1827 en zijn weduwe, Anna Margaretha de Koning, verkoopt het huis via een publieke veiling en de nieuwe eigenaar wordt Pieter Bernardi. De omschrijving luidt: "dubbel heerenhuis met annex wagenhuis en stalling voor twee paarden, een afzonderlijk wagenhuis, moestuin, boomgaard, Engelse aanleg en plantsoen in hetwelk een goudvischkom, groot 55 roeden". In de veilingbrieven vinden we ook en beschrijving van het interieur: "een vliering en een zolder, een tweede zolder boven de achterkamer, een grote bovenkamer boven de kelder aan de voorzijde, een kleine zijkamer, een achterkamer (waar nog het meeste meubiliar stond), een achterslaapkamer, een dagelijks huisvertrek, een kelder en een apotheek".

Pieter Bernardi verkoopt na 3 jaar het huis aan Lambertus Ras, die er weer een herberg van maakt. Het succes uit de 18e eeuw bleef weg: in tien jaar tijd waren vier verschillende personen herbergier.

Daarna vinden er vele wisselingen van eigenaar plaats en wordt het landgoed steeds meer versnippert, totdat de grond in 1885 wordt aangekocht voor de bouw van een gemeentehuis. Overdorp staat nu nog steeds naast het "Oude Raadhuis"

Bewoners

  • - 1648 Jan Roupe
  • 1648 - 1667 Geertruida Roupe x
  • 1667 - 1682 Pieter Pauluszn. de Witte x
  • 1682 Johanna de Haan
  • - 1724 Johannes Pietersz. de Witte
  • 1724 - 1725 de 10 kinderen van Johannes de Witte
  • 1725 - 1727 Susanna van Wijk x Paulus Johannesz. de Witte
  • 1727 - 1742 Johannes Clerk x
  • 1742 - 1752 Maria del Court
  • 1752 - 1756 Arnolt van Aalst
  • 1756 - 1771 Daniël Parvé
  • 1771 - 1795 Sijmen van Caspel
  • 1795 - 1800 Gerrit Sijmens van Caspel (herbergier)
  • 1796 - 1801 Christoffel Nagel (eigenaar)
  • 1801 - 1827 Pieter Verschooff
  • 1827 - 1830 Pieter Bernardi
  • 1830 Lambertus Ras

Huidige doeleinden

  • Particuliere bewoning

.

Opengesteld

  • Niet toegankelijk

Bronverwijzing

  • Ir. D.L.H. Slebos, Dortmont - Zorgvrij, Rustenburg - Overdorp, Poelesteyn - Oud Rustenburg, in; Jaarboekje van het Oudheidkundig Genootschap Niftarlake, 2001

Foto's © Albert Speelman 2017

@