Buitenplaats Rusthoff

Ligging

Baambrugge -Rijksstraatweg

Andere benaming

Bassenhoff

Geschiedenis

De buitenplaats Bassenhoff was de op één na grootste buitenplaats van de vier aansluitende buitens ten zuiden van Baambrugge: kleiner dan Paddenburg en groter dan Patiëntie en Meebaal. We komen deze vier huizen tegen op een kaart van Gerrit Drogeham uit ca 1700. Door het rampjaar 1672 zijn de archieven van Abcoude-Baambrugge van voor 1672 verloren gegaan en zijn de gegevens over deze periode erg spaarzaam.

Waarschijnlijk werd in de jaren 60 van de 17e eeuw een deel van de grond van de boerderij Meebaal gekocht door Lodewijk de Bas. Dit terrein splitst hij in twee delen, waarbij hij het kleinste deel verkoopt aan Pieter Apostool, die er in 1670 de buitenplaats Patiëntie laat bouwen. Hij zelf heeft 30 morgen ter beschikking en hierop laat hij de buitenplaats Bassenhoff en een tuinmanswoning bouwen. Van beroep was Lodewijk ossenweider.

Aan de andere zijde van de Angstel bevond zich nog een klein stukje grond, een zogenaamde overtuin in gebruik was als moestuin of plantsoen. Daarnaast was Lodewijk de Bas ook eigenaar van de tegenover zijn huis gelegen boerderij met 9 morgen grond. Hierop zou later de buitenplaats Landgenoegen worden gebouwd. Lodewijk de Bas, die heer van Horstermeer, Ossenburgh en Heinoort was, trouwde drie keer, maar alleen uit zijn derde huwelijk werden kinderen geboren: in 1685 een dochter Sara en in 1691 zijn stamhouder Lodewijk. In 1700 sterft Lodewijk de Bas en zijn echtgenote in 1704, waarmee zijn kindereen wees worden.

Zijn zoon Lodewijk trouwt in 1712, hij is dan 20 jaar, met Cornelia Eliana Reael, dochter van Pieter Reael, eigenaar van Realeneiland en Maria Eleonora Huydecoper, dochter van de bekende Joan Huydecoper. Lodewijk de Bas was een vriendelijke en behulpzame man en zijn jaarinkomen werd geschat op zeven à acht duizend gulden per jaar. Omgerekend naar deze tijd, zou dat neer komen op een duizendfout van dat bedrag. Hij beschikte dan ook over vier dienstboden en liet zich rondrijden in een koets bespannen met 4 paarden. Hij had voldoende geld om Bassenhof te herscheppen in een Lusthof en hij verbleef er 's zomers dan ook vaak. Na het overlijden van zijn eerste vrouw, hertrouwde hij met Christina van de Rijp, die eigenaresse was van een buitenplaats bij Bloemendaal. Ondanks dat, bleef Bassenhof zijn favoriete woonplek.

Een half jaar voor het overlijden van Lodewijk de Bas, verkoopt zijn oudste zoon, met toestemming van zijn vader, voor f. 30000,- Bassenhoff aan zijn jongere broer Jan. Deze Jan had in Leiden de meestersgraad behaald en wilde graag met Maria Jacoba de Surmont van Vlooswijk trouwen. Het probleem hierbij was, dat hij Hervormd was en Maria Jacoba Rooms. Haar moeder was dan ook fel tegen het huwelijk, maar ondanks haar felle verzet, werden er geen wettige reden gevonden en Jan en Maria Jacoba trouwden in 1748. Haar moeder, Margaretha Cromhout, Vrouwe van Vlooswijk, weduwe van de heer Gillis Surmont, werd door de Amsterdamse kroniekschrijver Bicker Raye in 1755 omschreven als "sijnde in haar leven sonder weerga brutaal en kwaataardig geweesd".

Het huwelijk van Jan en Maria Jacoba is heel slecht geweest. Uit verschillende erfenissen erfden zij veel geld, zoals uit de boedelscheiding van hun (schoon)moeder, Margaretha Cromhout, f. 243.096,-. Maria Jacoba gaf heel veel geld uit; in de archieven is melding gemaakt dat ze eens in heel korte tijd alleen maar voor 'opschik' f. 10000,- had uitgegeven. Ze hadden heel veel ruzie, waarbij zij hem voor o.a. "schelm, bedrieger, kaale jakhals" uitmaakte en hem bedreigde van het leven te beroeven. Door alle problemen raakte Jan verslaafd aan de drank. In 1766 was de ruzie zo hoog opgelopen, dat Jan aan de Schepenen verzocht of zijn vrouw in "het Beterhuis" kon worden opgenomen. De Schepenen gaven toestemming en Maria Jacoba zou voor 4 jaar worden opgenomen.

Jan was net als zijn vader een goedig man en al naar 4 maanden vroeg hij toestemming of zijn vrouw weer uit het Beterhuis mocht komen. Er werd een schikking getroffen, waarbij alle schulden van zijn vrouw werden afgelost; hun 2 kinderen zouden verder door Jan worden opgevoed en voor zijn vrouw werd een woning gezocht. Zo kwam zij op Buitenrust aan de Gein te wonen. Maria Jacoba mocht niet zonder toestemming op Bassenhoff komen, maar niet lang daarna woonde ze er toch al weer. Met Jan ging het steeds slechter en in oktober 1770 overleed hij, slechts 52 jaar oud.

Vrij snel na het overlijden van Jan gaat zijn weduwe over tot de verkoop van Bassenhoff en de er tegenover gelegen boerderij. Op de veiling bracht het geheel minder op dan de totale hypotheek van f. 12000,-.

De nieuwe eigenaar werd Jean Benjamin du Peyrou. Een jaar later voegt deze Jean Benjamin 11 morgen weiland van Jan Carel van der Upwich, dat onderdeel was geweest van de buitenplaats Patiëntie en in 1774 het huis Patiëntie met 2 morgen grond. Tenslotte wordt daar in 1780 Meebaal aan toegevoegd. Meebaal blijft dan geen zelfstandige buitenplaats meer, maar wordt onderdeel van Bassenhoff, dat dan ook al een naamsverandering heeft ondergaan en voortaan Rusthoff wordt genoemd. In 1786 sterft Jean Benjamin.

De erfgenamen van Dhr. du Peyrou geven opdracht om de bezittingen te verkopen. Rusthoff (inclusief Meebaal) wordt dan in datzelfde jaar nog verkocht aan Mr. David Cornelis van den Bergh en zijn echtgenote, Johanna Maria Thuret voor f. 29.000,-. Vijf jaar later verkopen ze het huis al weer en wel aan Abraham van Ketwich voor slechts f. 25000,-. Deze Abraham koopt in datzelfde jaar, 1791, nog de twee delen van Patiëntie bij, zodat de drie buitenplaatsen opnieuw van één eigenaar zijn. In 1808 koopt hij daar nog de buitenplaats Landgenoegen aan de andere zijde van de Angstel bij van Anthonie Bassi. Een jaar later, op 4 Juli 1809 sterft Abraham op Rusthoff. Zijn weduwe Bartina Gerharda Bernard, waarmee hij toen nog maar 5 jaar getrouwd was, verkoopt in de eerste plaats de buitenplaats Landgenoegen aan een sloper.

In 1811 hertrouwt Bartina Gerharda en wel met Jacobus Johannes van Westenhout. Hij is weduwnaar en wordt omschreven als "Collonel van de Armee", later "Collonel der Genie" en lid van het "Instituut van Schoone Kunsten en Wetenschappen". Het echtpaar woont Amsterdam, maar verblijft regelmatig op Rusthoff. Vervolgens werd in 1815 de afbraakmaterialen van Patiëntie verkocht en bij het overlijden van Jacobus Johannes is Meebaal inmiddels ook afgebroken. Tenslotte verkopen de erfgenamen van het echtpaar Bassenhoff Rusthoff, om deze ook te laten afbreken.

In 1818 komen we in Abcoude-Baambrugge Willem van Wees tegen, die een telg is uit een veehoudersgeslacht. Hij koopt in dat jaar de oude boerderij van de familie Buys met 13 morgen land. In 1824 krijgt hij de mogelijkheid zijn landerijen uit te breiden met het grondgebied van de drie eerder genoemde buitenplaatsen. Dit grondgebied koopt hij en voortaan noemt hij de boerderij Rusthoff.

In 1829 verkoopt hij weer een stuk van de grond aan de gemeente ten behoeve van de aanleg van een begraafplaats. Deze begraafplaats is nog steeds in gebruik en het werd in 1891 nog vergroot door de aankoop van een stuk grond dat oorspronkelijk tot de vroegere buitenplaatsen Rusthoff en Meebaal behoorden.

Bewoners

  • ca 1665 - 1700 Lodewijk de Bas
  • 1700 - 1756 Lodewijk de Bas
  • 1756 - 1770 Jan de Bas x Maria Jacoba de Surmont
  • 1770 - 1771 Maria Jacoba de Surmont
  • 1771 - 1786 Jan Benjamin du Peyrou
  • 1786 - 1791 mr David Cornelis van den Bergh
  • 1791 - 1809 Abraham van Ketwich x Gerarda Bartina van Ketwich
  • 1809 - 1823 Gerarda Bartina Bernard
  • 1823 - 1824 erven Jacobus Johannes van Westenhout

Huidige doeleinden

  • Verdwenen

Er is niets meer terug te vinden van deze buitenplaats. Een deel van het terrein is nu in gebruik als begraafplaats.

Opengesteld

  • Vrij toegankelijk

Bronverwijzing

  • Abcoude. Geschiedenis en architectuur.
  • Ir D.L.H. Slebos, Meer Baambrugse buitenplaatsen, in: Jaarboekje 2003 van het Oudheidkundig Genootschap van Niftarlake, blz. 66 - 98

Foto's

Foto's © Albert Speelman 2017

@