Buitenplaats Zeevliet

Ligging

Benschop - het huis heeft gelegen ten oosten van de buitenplaats Snellenburch

Geschiedenis

Aan de noordzijde van Benschop lag de herenplaats Zeevliet. Het was een boerderij, bestaande uit 32 morgen land met huis, berg en schuur. Eigenaresse was Maria van der Egge, weduwe van mr. Anthonius van Everdingen, burgemeester van Oudewater. Na haar overlijden werd de boerderij publiek verkocht. Koper was kapitein Abraham Ferdinand van ZIjll (1642-1697). Hij heeft het vermoedelijk gekocht in verband met zijn aanstaande huwelijk met Wilhelmina van Nyhof.

Voor 1740 is de oude boerderij afgebroken en vervangen door een fraai herenhuis. De boerderij met stalling, schuur en koesthuis werd een eindje naar achter opnieuw opgebouwd. Grote lanen zijn aangelegd en veel vruchtbomen geplant.

Na het overlijden van Abraham Ferdinand in 1697 heeft zijn enige dochter Isabella Margaretha het eigendom van de buitenplaats gekregen. Zij trouwde met ritmeester Johan Gijsbert Ruysch. Toen haar man overleed, hertrouwde ze met Louis Francouis de la Chevalerie. Vier kinderen uit het eerste huwelijk en één kind uit het tweede huwelijk zijn jong gestorven. Na het overlijden van het laatste kind heeft men de buitenplaats op 1 januari 1711 publiek verkocht voor 8.000 gulden. Het kwam in bezit van Vrouwe Susanna Muller, weduwe van Cornelis van Outhoorn. In 1716 werd "huize en hofstede Zeevliet met de aanhorige huizen, beplantingen, bepotingen en plantagiën, mitsgaders de aanhoorige landeryen" verkocht aan Cornelis Cuyck van Myrop voor dezelfde prijs.

Hij verkocht het twee jaar later aan de Hooged. Heere Grave Jan Willem van Esteren (of Efferen), kapitein in het leger, voor 9.000 gulden. Het landgoed is dan slechts 18 morgen groot. Het is 11 jaar in zijn bezit geweest. In 1729 verkocht notaris Van den Doorslag als gemachtigde van de graaf en gravin, vrouwe Cornelia Everdina Jeanette van Weede, de buitenplaats.Het eigendom ging over aan Laurens Storm van ´s Gravenzande, die als vaandrig in hetzelfde regiment diende. Toen was het 17 morgen land met `hofstede, al de grote timmerragie, zo van huizinge, stallinge, koetshuizen en verder getimmerte, bepotinge, beplantingen` etc.Hij heeft er slechts drie jaar gewoond, maar het land heeft hij verhuurd aan de domeinen van IJsselstein.

In 1732 verkocht hij `achttien morgen hooi- we- bouw- en griendland, benevens boomgaard, in huur gebruikt door de Domeinen van IJsselstein, genaamd Zeevliet. Verder nog eenbank in de kerk van Benschop, met alle behangels en losse goederen`. Hij was genoodzaakt om het landgoed te verkopen om zijn schulden af te lossen. Hij moest nog 1.500 gulden betalen aan de vorige eigenaar en nog 700 aan Vrouwe Sara Ida Keppel, weduwe van P.H.Ramskamer, kanunnik van de Dom.

Zeevliet werd in 1752 verkocht aan de heer Paulus de Vayne van Brakel, canunnik van Sint Marie te Utrecht, voor een prijs van 12.000 gulden. In 1768 werd het bewoond door een zekere mijnheer Wolfert Beeldsnijder. Blijkbaar huurde hij het van Paulus de Vayne. In 1772 geeft Paulus zijn echtgenote Hester Henrica Baars machtiging om het landgoed te verkopen. Het wordt in dat jaar verkocht voor 9.800 gulden aan Wilhelm Johannes van de Nijpoort, oud-commandeur van de Oost-Indische retourvloot. Hij verkoopt het in 1787 aan Wolfert Beeldsnijder voor 13.000 gulden.

Na het overlijden van mevrouw Beeldsnijder verkoopt hij de buitenplaats aan Julianus Albertus van Diemen, kapitein in het leger. In 1811 overleed zijn vrouw Helena Begthold, en in 1813 hertrouwde hij met Maria Bruinsma, wed. van Dirk Hulsebos te Zwammerdam. Zij hadden geen kinderen en hij vermaakte de buitenplaats aan zijn neef en oomzegger Adrianus van Diemen, inspecteur van de kerkelijke goederen. Hij trouwde met Agatha Louise van der Poel. Zij kregen één dochter, nl. Johanna Louise Maria Juliana. Deze trouwde in 1841 met jhr. J.F. Strick van Linschoten. Van hun negen kinderen zijn er maar vijf volwassen geworden. Een van hun kinderen, Nicolaas Hendrik bleef ongehuwd en op de buitenplaats wonen. Na zijn overlijden in 1904 werd het huis verkocht aan de familie Van Stralen

Het huis was ondertussen bouwvallig geworden en de kopers verkochten het voor afbraak. De boerderij is nog 25 jaar bewoond gebleven, maar later ook gesloopt. De paardenstal werd door de kantonrechter als gevangenis gebruikt. Van de voormalige buitenplaats is niets meer over.

Bewoners

  • - Maria van der Egge
  • - 1697 Abraham Ferdinand van Zijll x Wilhelmina van Nijhoff
  • 1697 - 1711 Isabelle Margaretha van Zijll x Johan Gijsbert Ruysch x Louis Francouis de la Chevalerie
  • 1711 - 1716 Susanna Muller
  • 1716 - 1718 Cornelis Cuyck van Myrop
  • 1718 - 1729 Jan Willem van Esteren (of Efferen)
  • 1729 - 1732 Laurens Storm
  • 1752 - 1772 Paulus de Vayne van Brakel x Hester Henrica Baars
  • 1772 - 1787 Wilhelm Johannes van de Nijpoort
  • 1787 - Wolfert Beeldsnijder
  • - Julianus van Diemen x Helena Begthold x Maria Bruinsma
  • - Adrianus van Diemen x Agatha Louise van der Poel
  • - Johanna Louise Maria Juliana x jkh J.F. Strick van Linschoten
  • - 1904 Nicolaas Hendrik van Linschoten
  • 1904 - familie Van Stralen

Huidige doeleinden

  • Verdwenen

Bronverwijzing

Foto's © Albert Speelman 2017

@