Buitenplaats Wolfslaar

Ligging

Breda - Wolfslaardreef 100-102

Geschiedenis

De eerste vermelding van Wolfslaar dateert van 1525. Zoals het geval is bij de meeste buitenplaatsen was het een boerderij. In twee acten van de schepenen van Ginneken is dan sprake van “de hoeve en goeden van Wolfslair, gelyc Henrick Blerinck ende Margriet Cornelis Heysdr. syn huysfrou….. te besitten plagen”. Omvang van de landerijen in dat jaar was 27 à 28 bunder. In 1553 bestond het uit een huis, twee schuren, een schaapskooi, een duifhuis, boomgaard, hovinge en erfenisse". De totale grootte was toen teruggebracht tot 17 bunder.

Hoeve Wolfslaar had ook te lijden onder de Tachtigjarige oorlog. In 1637, tijdens de belegering van Breda door de troepen van Frederik Hendrik, is het verwoest.

In 1651 – 1652 werd hier een nieuwe boerenwoning gesticht.

Leonard van Erfrenten, de nieuwe eigenaar, ging in 1694 over tot de bouw van een echte buitenplaats naast de boerderij. Hij was eerst getrouwd met Catharina Hoepel, die in 1674 overleed. In 1676 hertrouwde hij met Catharina van Kuyk. Na het overlijden van Leonard in 1706 ging de buitenplaats over op zijn zoon Cornelis en later, na zijn overleden in 1749, op zijn weduwe Cornelia Vereyck. Zij hertrouwde met de luitenant kolonel van de infanterie Abraham Mathias Chombach.

In 1783 overleed Cornelia en de buitenplaats kwam in bezit van haar echtgenoot Abraham. Na zijn overlijden in 1790 vererfde het op zijn neef Abraham Mattheas Cornelis van Bommel, Raad in de Vroedschap der stad Haarlem. Hij liet zijn bezit al in 1791 publiekelijk verkopen voor ƒ 12.120,00 aan Isaac François Delcourt. Hij was ook eigenaar van de buitenplaats De Ypelaar en de Kleine Ypelaar, die hij in 1791 had aangekocht. Delcourt heeft Wolfslaar verhuurd aan een officier Guillaume Theodore Wouthier, kapitein bij de dragonders. Guillaume woonde hier van 1792 tot 1800 voor een huurprijs van ƒ 275,00 per jaar.

In 1795 werd Delcourt tijdens een avondwandeling van het dorp naar de Ypelaar vermoord. Zijn weduwe verkocht de buitenplaats in 1797 voor ƒ 12.000,00 aan een landbouwer uit Heusdenhout, Adriaan Buicx. Na zijn overlijden liet zijn weduwe Cornelia Vermolen het landgoed in 1826 publiekelijk verkopen. De nieuwe eigenaar werd Fredericus Christianus Petrus Antonius van Mattemburgh. De koopsom bedroeg slechts ƒ 8.410,00.

Na het overlijden van Frederik in 1844 ging de buitenplaats over aan de drie kinderen van zijn zuster Maria Theresia. Zij was getrouwd met de burgemeester van Bergen op Zoom P.J. Cuypers. De kinderen waren Charlotte, Henriette en Charles Cuypers.

In 1845 kocht Charlotte voor ƒ 10.000,00 het aandeel in de blote eigendom van het landgoed van haar twee mede-erfgenamen Henriette en Charles Cuypers. Zij was getrouwd met mr. L.D. Storm, griffier van de Bredase rechtbank. De buitenplaats werd door haar een geheel nieuw aanzien gegeven. In 1869 betrok zij het herenhuis definitief na de verkoop van haar huis in de Veemarktstraat te Breda.

Na haar overlijden in 1888 kwam de buitenplaats aan haar drie dochters, die in 1890 een onderhandse acte van boedelscheiding opstelden. Het landgoed kwam daarbij aan Maria Johanna Storm, douairière van Henri Iweins d’Eeckhoutte. Hij verkocht in 1905 voor ƒ 65.000,00 de buitenplaats aan Ernest Hubert Marie Bemelmans, bacterioloog te Teteringen.

Bemelmans verkocht de buitenplaats in 1910 voor ƒ 65.000,00 aan jhr. Jacob Karel Willem Quarles van Ufford. Hij woonde hier tot zijn vertrek naar Montreux in 1931. Na zijn overlijden in 1933 werd het gehele landgoed voor ƒ 40.000,00 verkocht aan Chaim Jaschua Hermer, afkomstig uit Letland.

Stichting R.K. Sanatorium De Klokkenberg te Tilburg kocht het landgoed in 1949 voor een bedrag van ƒ 100.000,00. Deze aankoop was bedoeld voor de huisvesting van de Broeders van het Juvenaat Mariahof te Tilburg. Zij bewoonden Wolfslaar van 1949 tot 1953, in welk jaar de eigen gebouwen van het Sanatorium in Galder gereed kwamen. In 1955 werd het voor ƒ 95.000,00 verkocht aan de gemeente Breda. De motieven tot de aankoop waren: redding van het landgoed en voorkoming van het kappen van de mooie bomen langs de Wolfslaardreef, in het park van het kasteel en in de tuin van de villa.,

Het huis werd in 1961 voor een tijd van vijf jaar verhuurd aan het Wit-Gele Kruis, dat in het huis een kraamopleidings-instituut heeft gevestigd. De tuin werd ingericht tot park en in het jaar 1960 voor het publiek opengesteld.

Daarna werd het huis gebruikt als onderdeel van de Volkshogeschool Bouvigne en als kantoor van de Grontmij.

In 1998 werd het huis volledig gerestaureerd en in 2000 werd het in gebruik genomen als restaurant.

Bewoners

  • 1694 – 1706 Leonard van Erfrenten x Catharina van Kuyk
  • 1705 – 1749 Cornelis van Erfrenten x Cornelia Vereyck
  • 1749 – 1783 Cornelia Vereyck x Abraham Mathias Chombach
  • 1783 – 1791 Abraham Mathias Chombach
  • 1790 – 1791 Abraham Mattheas Cornelis van Bommel
  • 1791 – 1795 Isaac François Delcourt
  • 1795 – 1797 weduwe Delcourt
  • 1795 – 1826 Adriaan Buicx x Cornelia Vernolen
  • 1826 – 1844 Fredericus Christianus Petrus Antonius van Mattemburgh
  • 1844 – 1845 Charlotte, Charles en Henriette Cuypers
  • 1845 – 1888 Charlotte Cuypers x L.D. Storm
  • 1888 – 1890 erfgenamen Storm-Cuypers
  • 1890 – 1905 Maria Johanna Storm x Henri Iweins d’Eeckhoutte
  • 1905 – 1910 Ernest Gaston Hubert Marie Bemelmans
  • 1910 – 1933 Jhr. Jacob Karel Willem Quarles van Ufford
  • 1933 – 1949 Chaim Jaschua Hermer
  • 1949 – 1955 Stichting R.K. Sanatorium de Klokkenberg
  • 1955 – Gemeente Breda

Huidige doeleinden

  • Restaurant

Landgoed Wolfslaar

Opengesteld

  • Toegankelijk voor gasten

Bronverwijzing

 

  • Monumenten in Nederland - Noord-Brabant
  • Website Landgoed Wolfslaar
  • Drs. F.A. Brekelmans – “Het Landgoed Groot Wolfslaar” – Jaarboek De Oranjeboom 17 (1964) – pag. 134-162

Foto's © Albert Speelman 2017

@