Buitenplaats Reineveld

Ligging

Delft - Haagweg 127

Andere benaming

(Reynevelt)

Geschiedenis

Op de toekomstige plek van de buitenplaats stond eertijds een Leprooshuis. Deze werd al in 1389 genoemd. In 1667 beschrijft de Delftse geschiedschrijver Van Bleyswijck het Leprooshuis als "een oud en bouwvallig gebouw met een voorplaats, die door een voormuur van de weg was gescheiden, werdende door enige bomen buten de muur belommerd".

In 1614 waren er niet veel melaatsen aanwezig. Het huis werd overgedragen aan de Kamer van Caritatie die zeer noodlijdend was en rijke bezittingen goed kon gebruiken. De leproosvaders hadden al op 8 juli 1613 enige stukken grond in erfpacht uitgegeven, respectievelijk aan Jacob Bel (van de Berg) Sebastiaanse en Dirk Jansz. Bogge, die deze grond later in eigendom verwierven.

Mr. Wijbrand Laurentius koopt op 3 augustus 1681 voor 3.201 gulden het huis met erve en tuin, groot 360 roeden, van de regenten van het Tuchthuis en het St. Joris Gasthuis en op 5 januari 1682 voegt hij door aankoop daaraan toe het oorspronkelijk door Van de Berg verworven stuk grond, groot 168 roeden, voor 1.200 gulden. Het overblijvende stuk van 336 roeden wordt er op 20 mei 1761 weer bijgevoegd door de toenmalige eigenaar Thomas Browne.

HIj was kennelijk de eerste geweest die het huis als buitenverblijf ging gebruiken. In die tijd duikt ook de naam Reineveld op. In de koopakte van een stuk grond van 22 juli 1681 wordt dit omschreven als "staende ende geleegen in deese jurisdictie agter Reynevelt van outs 't Leprooshuys der Stad Delft."

Uit akten van 1830 blijkt dat de buitenplaats Reineveld als logement gebruikt werd, waartoe het door zijn stallingen en ligging zeer geschikt was. De buitenplaast werd tot 1873 geëxploiteerd als uitspanning. In dat jaar werd het "aanzienlijk huis Reineveld, met stal en koetshuis, ruime pleinen, wandeltuinen en waterwerken, benevens een perceel bos en boomgaard" geveild. Het zou eerst in drie gedeelten verkocht worden, maar het kwam in zijn geheel in het bezit van het bestuur van de Societeit, dat er een buitensocieteit van wilde maken.

In 1890 werd de buitenplaats verkocht aan de firma Vreede van Rinsum & Co, IJzergieters en Machinefabrikanten, voor 23.400 gulden. Het landhuis werd ingericht tot kantoor. In 1951 werd het voormalige landhuis afgebroken om plaats te maken voor een modern kantoorpand.

Bewoners

  • - 1681 Tuchthuis en het St. Joris Gasthuis
  • 1681 - Wijbrand Laurentius
  • 1830 - Bestuur van de Societeit
  • 1890 - firma Vreede van Rinsum & Co.

Huidige doeleinden

  • Verdwenen

Fabrieksterrein van de firma Machinefabriek Reineveld NV

Opengesteld

  • Niet toegankelijk

Bronverwijzing

Foto's © Albert Speelman 2017

@