Buitenplaats Bornia

Ligging

Driebergen - Hoofdstraat 9

Geschiedenis

Het landgoed, dat zich nu vanaf de Hoofdstraat -nabij de NS station in noordoostelijke richting langs de spoorlijn Utrecht - Arnhem uitstrekt tot aan Austerlitz toe, ontstaond in de 19e eeuw. Omstreeks 1860 had Jan Kol, bankier te Utrecht, een groot deel van de hier gelegen heidegronden in handen. Rond 1870 heeft de Utrechtse advocaat bij de Rhijnspoorwegmaatschappij mr. Jacobus Johannes Uyterwerff Sterling een groot gedeelte van de heidegronden gekocht van Jan Kol. Hij liet in 1873, op de plaats waar in de 17e eeuw een hofstede, genaamd De Brandolie - verbastering van de naam Abraham Dole - stond, een groot wit huis bouwen. Het werd een witgepleisterd huis in een eclectische stijl, waarin vooral neoclassicistische kenmerken opgenomen werden. De totale oppervlakte van het huis bedroeg 150 m2 en bestond uit een souterrain met twee verdiepingen erboven. Later werd er een derde verdieping toegevoegd.

De naam Bornia is ontleend aan de Bornia State bij Leeuwarden. In het Fries betekent Bornia grensgebied, en deze naam is hier heel toepasselijk, omdat de buitenplaats op de grens tussen de gemeenten Zeist en Driebergen-Rijsenburg ligt.

Oorspronkelijk was de gebied een grote kale heide, die de heer Uyterwerff Sterling liet bebossen, zelfs tot aan Austerlitz toe. In 1894 verkocht hij een deel van de grond aan de familie Taets van Amerongen, terwijl hij zijn huis en de omliggende grond een jaar later verkocht aan de familie Du Marchie van Voorthuysen.

In 1908 wordt Bornia gekocht door de familie Thurkow-Dorrepaal, die er ongeveer 500 ha grond bijkoopt van o.a. de familie Van Tuyll van Serooskerken van Coelhorst. Het echtpaar Thurkow-Dorrepaal had als hobby een aspergekwekerij, maar hadden daarnaast ook tropische plantenkassen en in de oranjerie een wintertuin.

Na het overlijden van dit echtpaar wordt het landgoed in 1922 in drieën gesplitst. Twee kinderen verkopen hun aandeel, terwijl het derde kind, mevr. J.S. Clifford Kocq van Breugel-Thurkow, het huis gaat bewonen. Door deze eigenaresse en haar man wordt 50 ha grond aangekocht om toe te voegen aan het landgoed, zodat deze dan een totale oppervlakte krijgt van 330 ha.

In 1982 wordt door de toenmalige eigenaars Jhr. W.F. Clifford Kocq van Breugel en zijn zuster Jkvr. W.G.L. Pippet-Clifford Kocq van Breugel een deel van het landgoed (301 ha) gelegen ten noorden van de Arnhemse Bovenweg in beheer gegeven aan de Stichting Het Utrechts Landschap, die het terrein openstelt voor het publiek. In hetzelfde jaar werd het huis grondig gerestaureerd.

Nu is het huis in bezit van Jkvr. I.C.A.L. de Beaufort-Clifford Kocq van Breugel.

Het huis beschikt over een driezijdige erker met dubbele tuindeuren, met erboven een balkon met twee deuren. Ook aan de oostgevel bevindt zich een serre, met eronder de toegang tot het souterrain. De hoofdingang is bereikbaar via een stenen trap met vier treden, en men komt dan in de vestibule. Aan de westzijde bevindt zich een verlaagde afrit tot de garage, die tegen de gevel gebouwd is. Tot slot valt een grote glazen serre op, die in 1920 aan het huis werd toegevoegd.

Bewoners

  • 1870 - 1895 mr. Jacobus Johannes Uyterwerff Sterling
  • 1895 - 1908 familie Du Marchie van Voorthuysen
  • 1908 - 1922 familie Thurkow-Dorrepaal
  • 1922 mevr J.S. Clifford Kocq van Breugel-Thurkow
  • - familie J.R. Clifford Kocq van Breugel-Van Nageli
  • - Jhr. W .F .Clifford Kocq van Breugel en Jkvr. W.G.L. Pippet-Clifford Kocq van Breugel
  • - Jkvr. I.C.A.L. de Beaufort-Clifford Kocq van Breugel

Huidige doeleinden

  • Particuliere bewoning

Opengesteld

  • Niet toegankelijk

Bronverwijzing

  • Kastelen en Buitenplaatsen op en om de Utrechtse Heuvelrug
  • Heg en Steg

Foto's © Albert Speelman 2017

@