Buitenplaats Overmeer

Ligging

Heemstede - lag aan de westzijde van de Glipperdreef tegenover de molen.

Geschiedenis

Pieter van der Meulen, gehuwd met Maria Patijn, verkoopt op 10 juni 1665 'een hofstede, huizinge, boomgaert etc..., groot 535 roeden' aan Cornelis Claeszoon Valckoogh voor 4.000 gulden. Op 22 mei 1669 verkoopt hij zijn huis aan mr. Engelbert van der Mijl, advocaat bij het Hof van Holland, voor 4.000 gulden.

Mr. Engelbert van der Mijl genoot drieëntwintig jaar van zijn bezit, dat intussen sterk in waarde was gedaald, want hij verkocht het op 22 oktober 1692 voor 2.000 gulden aan Philippus Muije. Drie jaar later werd echter de weduwe van Philippus failliet verklaard en haar aandeel werd bij executie op 5 augustus 1695 voor 975 gulden verkocht aan Cornelis van der Laan. Hij kocht een jaar later het andere aandeel van ds. Wilhelmus Muije, de vader van Philippus, voor 1.000 gulden erbij.

Na scheiding van Cornelis en zijn vrouw werden beiden voor de helft eigenaar van de woning. Zij verkochten elk hun helft aan Herman Hilbart, inwoner van Heemstede. Anderhalve maand later verkocht hij de hofstede aan de Haarlemse advocaat mr. Adriaan van der Sprongh. Hij had vanuit zijn hofstede uitzicht op het Haarlemmermeer, en gaf de naam 'Overmeer' aan zijn buitenplaatsje. Hij was getrouwd met Weyntje Bontemantel

Na het overlijden van beide echtlieden werd 'de hofstede Overmeer met zijn heerenhuys, koets- en tuynmanshuys, stalling, boomgaart en tuinen' aan Reynier Brant voor 3.400 gulden op 29 oktober 1708 verkocht.

Negen jaar later werd het voor 3.000 gulden verkocht aan François de Vicq, schepen van Amsterdam. Hij verkocht het op 23 oktober 1720 voor 3.300 gulden aan Jan van der Waeyen. Op 20 maart 1724 koopt François de Vicq de buitenplaats voor hetzelfde bedrag weer terug. De buitenplaats wordt als volgt beschreven: 'gelegen in de Princebuurt aan den rijweg op de Glip, onder de heerlijkheid van Heemstede, buyten de stad Haarlem, voorsien van desselfs Herenhuijsinge met 3 royale vertrecken, kookkeuken en andere gemacken meer beneden de grond. Mitsgaders de stallinge voor 5 tot 6 paerden, koetshuis, thuinmanswoning, boomgaard, honeder- en duijvenhocken, aspergeperk (...)'. Op 23 april 1726 verkoopt hij het weer voor 3.050 gulden aan juffrouw Janeton la Vange, de aanstaande bruid van Pieter Croonenburgh.

Na het overlijden van Petrus van der Upwich, verkochten zijn kinderen de hofstede voor 1.955 gulden aan Wiering van der Zee, broodbakker te Heemstede. Deze liet het huis slopen, want op 2 juli 1794 verkocht hij 'een stuk weiland, zijnde van ouds geweest een hofstede genaamd Overmeer' aan een kleerbleker geheten Faas Leendertszoon Faas voor een bedrag van 2.200 gulden. Het oppervlak bedroeg toen 4 Rijnlandse morgen ofwel 34.034 vierkante meter. Nadien is het als bleekveld en vervolgens als bollenveld aangewend.

Bewoners

  • - 1665 Pieter van de Meulen x Maria Patijn
  • 1665 - 1669 Cornelis Claeszoon Valckoogh
  • 1669 - 1692 Engelbert van der Mijl
  • 1692 - Philippus Muije
  • - 1695 weduwe van Philippus Muije
  • 1695 - 1696 Cornelis van der Laen, Harman Hilbart en Adriaen van der Spieghel
  • 1696 - Cornelis van der Laen
  • - Hilbert van der Laan
  • - 1708 Adriaan van der Sprongh x Weyntje Bontemantel
  • 1708 - 1717 Reynier Brant
  • 1717 - 1720 François de Vicq
  • 1720 - 1723 Jan van der Waeyen
  • 1723 - 1726 François de Vicq
  • 1726 - Janeton la Vange x Pieter Croonenburgh
  • - Petrus van der Upwich
  • 1767 - 1794 Wiering van der Zee
  • 1794 sloop
  • 1794 - Faas Leendertszoon Faas

Huidige doeleinden

  • Verdwenen

Bronverwijzing

  • Groesbeek, J.W. - Heemstede in de historie - 1972 - pag 58-59
  • Librariana~ Een weblog gewijd aan bibliotheken, boeken en verzamelen alsmede aan historisch Heemstede en Zuid-Kennemerland

Foto's © Albert Speelman 2017

@