Buitenplaats Westerwijk

Ligging

Koudekerke

Geschiedenis

Rond 1574 stond er al een boerderij op dit stukje van het buitengebied van Koudekerke. Pieter Symonszoon Schotte, afkomstig uit Souburg of Ritthem, wordt in de overloper van de Westwatering van Walcheren uit 1585 genoemd als eigenaar van een boerenbedrijf in het zogeheten Adriaen Laureynsz Dommisblock in de ambachtsheerlijkheid van Koudekerke. Na zijn overlijden werden zijn bezittingen verdeeld onder zijn weduwe en Apollonia, vermoedelijk zijn dochter. Zij beheerden respectievelijk een 'boomgaard' en de 'hofstede en boomgaard'.

Na het overlijden van Pieters weduwe ging haar boomgaard over naar mr. Symon Jacobszoon Schotte. Hij was een vermogend Middelburgs regent en hoogstwaarschijnlijk een neef. Hij liet een tweede boerderij bouwen op deze plek. Bovendien liet hij het bezit van zijn nicht Apollonia transformeren tot een heus buiten- en zomerverblijf. Dit moet ergens tussen 1623 en 1640 zijn gebeurd. Symon nam in 1627 afscheid van Middelburg om zich in Den Haag te vestigen, waar hij benoemd was tot lid van de Raad van State. Mogelijk is rond dat jaar de buitenplaats ontstaan.

Mr. Symon Schotte werd rond 1570 in Ritthem geboren als zoon van Jacob Simonszoon Schotte en Apollonia (Leuntje) Thoor. Hij studeerde rechten in Leiden en in 1599 werd hij benoemd tot secretaris van de stad Middelburg, een hoge functie die hij tot 1627 vervulde. Naast zijn baan als secretaris was hij bewindvoerder bij de West-Indische Compagnie. Symon was getrouwd met een van de dochters van Jan van der Hooge en Anna van Borssele, de eigenaren van kasteel Ter Hooge.

Toen de familie Schotte in het tweede kwart van de 17e eeuw uit beeld verdween, doemde de zeer vermogende koopman Jan Baggaert op. Hij bezat vele percelen land en verschillende hofsteden in de zuidwesthoek van Walcheren. Hij overleed in 1654. Zeevaarder Carel van de Putte was erfgenaam van Baggaert. Hij werd in 1684 vice-admiraal. Zeeslagen tegen Engeland waren zijn bekendste wapenfeiten.

Vanaf 1655 was Carel eigenaar van de buitenplaats. In 1675 werd Christina van de Putte genoemd als eigenaresse.

Aan het eind van de 17e eeuw waren Gerard Verstege en zijn gelijknamige zoon enige tijd eigenaar van de buitenplaats en vanaf 1701 was dat de Vlissingse kapitein Jacob Spierinck. De dochter van vice-admiraal Carel van de Putte, Catharina Johanna van de Putte, zorgde er in 1741 voor dat haar beroemde familienaam werd herenigd met de buitenplaats. Zij woonde op haar buitenplaats Westerbeek aan de Galgeweg in Koudekerke. Zij was in 1715 getrouwd met zeeheld Philibert (van) Boesschot. Deze overleed in 1733.

In mei 1745 kocht Nicolaas Carel van Hoorn van Burgh de buitenplaats van zijn schoonmoeder. Hij was getrouwd met zijn nicht Constantia Suzanna. Slechts zeven maanden later verkoopt hij de buitenplaats weer aan zijn schoonmoeder. Vermoedelijk heeft hij de buitenplaats laten afbreken. Op de plaats van de boomgaard van de buitenplaats laat Catharina in 1745 het Huis Moesbosch bouwen voor haar dochter en schoonzoon. Wat van de oude buitenplaats overblijft is de boerderij.

De naam Westerwijk wordt pas in 1833 voor het eerst in de Middelburgsche Courant genoemd.

In 1755 verkocht de weduwe Boesschot-van de Putte haar boerderij en de bijbehorende percelen land aan Cornelis Piet de Voogd. In 1778 erfde Jacobus Haak de boerderij en de grond eromheen. Hij was getrouwd met een dochter van De Voogd, Johanna Cornelia. Toen beide echtelieden waren overleden, erfden de broers Pieter en Cornelis Haak de boerderij in 1809. Pieter liet zicht direct uitkopen en de boerderij kwam in zijn geheel in handen van Cornelis.

Lieven de Jonge Borgerhoff, een Vlissingse notaris, kocht de boerderij in 1825 van Cornelis Haak, Cornelis bleef als pachter van de notaris op de boerderij wonen. In 1836 verkoopt hij de boerderij Westerwijk aan Josias de Groot, die de boerderij later verpachtte aan zijn zoon Izaäk.

In 1878 wordt het verkocht aan Krijn Wielemaker (Abrahamszoon). Zijn kleinzoon Cornelis moest als gevolg van de wereldwijde crisis in de jaren dertig van de 20ste eeuw zijn bezit van de hand doen. Dr. Paul Loeff, werkzaam als arts in het Gelderse Epe, werd in 1932 eigenaar van Westerwijk. Na zijn overlijden werd zijn zoon Pieter Loeff de eigenaar.

Izaäk Tange was in 1948 eigenaar van de boerderij, maar reeds twee jaar later emigreerde hij naar Canada. Pieternella Adriana Verhage besluit de boerderij Westerwijk van Tange te kopen. Tot op hoge leeftijd woonde zij met haar zoon Lourus (jr). In 1963 trouwde Leuntje Vos met Lourus jr. In 1974 hebben zij, na het overlijden van Pieternella, de boerderij overgenomen. Vanaf 1990 is de boerderij in erfpacht.

Bewoners

  • - Pieter Symonszoon Schotte
  • - weduwe van Pieter Symonszoon Schotte en Apollonia
  • - 1627 Symon Jacobszoon Schotte
  • - 1654 Jan Baggaert x Mayke van de Putte
  • 1655 - Carel van de Putte
  • 1675 - Christina van de Putte
  • - Gerard Verstege
  • 1701 - Jacob Spierinck
  • 1741 - 1745 Catharina Johanna van de Putte
  • 1745 Nicolaas Carel van Hoorn van Burgh x Constantia Suzanna
  • 1745 (?) afbraak van de buitenplaats
  • 1745 - 1755 Catharina Johanna van de Putte
  • 1755 - Cornelis Piet de Voogd
  • 1778 - 1809 Jacobus Haak x Johanna Cornelia
  • 1809 Pieter en Cornelis Haak
  • 1809 - 1825 Cornelis Haak
  • 1825 - 1836 Lieven de Jonge Borgerhoff
  • 1836 - Josias de Groot
  • - 1878 Izaäk de Groot
  • 1878 - Krijn Wielemaker
  • - 1932 Cornelis Wielemaker
  • 1932 - Paul Loeff
  • - 1948 Pieter Loeff
  • 1948 - 1950 Izaäk Tange
  • 1950 - 1974 Pieternella Adriana Verhage en Lourus (jr)
  • 1974 - 2008 Lourus jr x Leuntje Vos
  • 2008 - Leuntje Vos

Huidige doeleinden

  • Boerderij

Opengesteld

  • Niet toegankelijk

Bronverwijzing

  • De Wete jaargang 39, nummer 1 (januari 2010) - Jaco Simons "Westerwijk. Een hof in de Westhoek van Koudekerke", pag. 28-36

Foto's © Albert Speelman 2017

@