Buitenplaats Rhijn- en Landzicht

Ligging

Leiden - Hoge Rijndijk

Andere benaming

Wit en Rijn, Mijn Lust

Geschiedenis

Voor 1741 werd het Wit en Rijn genoemd. Na de verkoop werd het omgedoopt in Mijn Lust en pas in 1753 bij de volgende verkoop kreeg het de naam Rhijn- en Landzicht. In 1760 was het eigendom van Johannes van Bergen van der Grijp (1713 - 1784). Hij was opperkoopman en hoofdadministrateur van het gouvernement Malakka in Oost-Indië geweest en had zich na terugkeer in Leiden gevestigd. De buitenplaats werd in de akte omschreven als een huis met een 'vermakelijk' uitzicht over de Rijn. Ook was er sprake van een 'royale koepel met schuiframen uitziende over de landerijen naar Delft en 's-Gravenhage'. In 1771 verkoopt hij de buitenplaats aan Jan Crucius (1739 - 1788). In 1774 werd door Jan Crucius de naastgelegen buitenplaats Delf(t)zicht gekocht.

Ludolph Mulder koopt van Jan de buitenplaats in 1799. Na het overlijden van Ludolph verkoopt zijn weduwe het in 1806 aan Hendrik Nicolaas van Hasselt. Zijn weduwe verkoopt het weer in 1809 aan Carel Wilhelm Scheyer.

Bewoners

  • 1760 - 1771 Johannes van Bergen van der Grijp
  • 1771 - 1799 Jan Crucius
  • 1799 - Ludolph Mulder
  • - 1806 weduwe van Ludolph Mulder
  • 1806 - Hendrik Nicolaas van Hasselt
  • - 1809 weduwe Van Hasselt
  • 1809 - Carel Wilhelm Scheyer

Huidige doeleinden

  • Verdwenen

Bronverwijzing

  • De Leidse Lustwarande. Geschiedenis van de tuinkunst op kastelen en buitenplaatsen rond Leiden, 1600 - 1800.

Foto's © Albert Speelman 2017

@