Buitenplaats Rijnstroom

Ligging

Leiden - Hoge Rijndijk. Gelegen op de plaats waar nu het Rijn-Schiekanaal in de Nieuwe Rijn uitmondt.

Geschiedenis

De buitenplaats is ontstaan uit een speeltuin en een boomkwekerij. Uit een verkoopakte van 1687 blijkt dat er een speeltuin met twee speelhuizen werd verkocht. Uit een verkoopakte van 1721 blijkt dat er inmiddels een huis met een oranjerie, tuinmanshuis en stalling is gebouwd, en dat het huis de naam Rijnstroom heeft gekregen.

In 1779 werd de buitenplaats gekocht door Pieter Vreede jr. (1750 - 1837). Hij kocht het van zijn moeder.

De buitenplaats werd in 1808 gekocht door Johanna Pauline du Pon, weduwe van Dominicus Jan van Deventer. In 1817 werd het verkocht aan Constantia Elisabeth Rau, weduwe van Samuel III Luchtmans, die in 1817 ook het terrein van de vroegere buitenplaats Zomerlust verwierf.

Van 1829 tot 1834 was het huis in bezit van Jacobus Scheltema (1794 - 1838). Daarna kwam het in handen van Johan Hermanus van Wensen (1777 - 1854) en vervolgens van diens zoon Johannes Ignatius (1810 - 1886). Na het overlijden van diens weduwe in 1893 werden het terrein met koetshuis, stalling en tuinmanshuis voor huizenbouw verkaveld. In 1907 werd het landhuis afgebroken voor de aanleg van het Rijn-Schiekanaal.

Bewoners

  • 1779 - Pieter Vreede jr.
  • 1808 - 1817 Johanna Pauline du Pon
  • 1817 - Constantia Elisabeth Rau
  • 1829 - 1834 Jacobus Scheltema
  • 1834 - 1854 Johan Hermanus van Wensen
  • 1854 - Johannes Ignatius

Huidige doeleinden

  • Verdwenen
  • Van de buitenplaats resteert alleen nog het toegangshek aan de Hoge Rijndijk 25, voormalig Militair Invalidenhuis.

Bronverwijzing

  • De Leidse Lustwarande. Geschiedenis van de tuinkunst op kastelen en buitenplaatsen rond Leiden, 1600 - 1800.

Foto's © Albert Speelman 2017

@