Buitenplaats Valk en Heining

Ligging

Loenersloot - Rijksstraatweg 147

Geschiedenis

Op 2 juni 1677 is Cornelis Valckenier eigenaar geworden van een hofstede. Hij wil direct met de bouw van de buitenplaats beginnen, want op 12 juni 1677 dient hij bij de Staten van Utrecht een verzoek in om een sloot te dempen voor zijn huis, omdat hij 'suppliant van mening is te maken een lustplaats en boerewooning'.

Hellingh was slechts gedeeltelijk eigenaar en op 25 juli vindt de overdracht plaats van de overige delen.

De eerste kaart waarop de buitenplaats genoemd wordt, is de 'Nieuwe Kaart van de Mynden en de 2 Loosdrechten, mitsgaders van 's-Graveland', in of kort na 1677 gemaakt. Hierop staat een rechthoekig patroon aangegeven als 'Valckenier'.

Men neemt aan dat de koepel van Valk en Heining aan de zuidzijde pas ten tijde van Cornelis Valckeniers zoon, Jacob Valckenier (1673-1740), is gebouwd. Wie de koepel ontworpen heeft is niet bekend, maar de stijl doet vermoeden dat het gebouwd is naar een ontwerp van de bekende architect Marot. Deze koepel staat voor het eerst afgebeeld op een gravure door A. Rademaker uit 1730.

De eerste kaart die een indruk geeft van de aanleg in de achttiende eeuw, is de 'Kaart van een gedeelte van de provincie Holland' uit 1769. Hierop blijkt de aanleg zich vanaf de Angstel in oostelijke richting uit te strekken. Hij valt globaal in drie delen uiteen. Het eerste, meest westelijke deel heeft de vorm van een driehoek. Hierin ligt het huis, dat met zijn voorgevel naar het zuidwesten gericht is. Het volgende deel sluit in oostelijke richting op het vorige deel aan, en wordt begrensd door de buitenplaats Den Haring. Het derde deel tenslotte ligt aan de meest oostelijke zijde van het terrein en staat aangegeven als sterrebos.

In 1796 wordt Valk en Heining geveild. De buitenplaats bestaat dan o.a uit een 'Heeren-Huizinge', koetshuis, stalling, tuinmanswoning en koepel en is in totaal 34 morgen groot.

In 1837 is de buitenplaats eigendom van de weduwe van T. Jas, terwijl de ernaast gelegen buitenplaats Den Haring in bezit is van de heer Kersjes. In 1844 blijkt dat ook Valk en Heining in bezit is van de heer Kersjes, waaruit we opmaken dat de samenvoeging van Valk en Heining en Den Haring rond 1840 plaatsgevonden heeft. Tussen 1844 en 1856 wordt Den Haring afgebroken en later verdwijnt ook de theekoepel van Valk en Heining.

In de loop van de 19e eeuw is ook het middenstuk van Valk en Heining veranderd in weiland en wordt de ronde vijver gedempt. Rond 1900 is op het resterende deel van de buitenplaats een geometrische tuin aangelegd in de trant van D.F. Tersteeg. Hiervan krijgen we een goede indruk op een luchtfoto uit de jaren 30 van de vorige eeuw.

Bewoners

  • - 1613 erven Lambert Drossen
  • 1613 - 1619 Cornelus van de Poll
  • 1619 - Gysberthe Lamberts
  • - 1677 Dirk Jansz Helling c.s.
  • 1677 - 1700 Cornelis Valckenier
  • 1700 - 1740 Jacob Valckenier
  • 1740 - 1784 Wouter Valckenier
  • 1796 - 1808 Harmen Hendrik Damen
  • 1808 - Willem van Wees
  • 1836 - 1843 H. Kersjes
  • 1843 - 1850 Johan Coenraad Rahder
  • - Laurentius de Maret
  • 1871 - 1874 ds. C.L.D. van Coevorden Adriani
  • 1925 - 1926 T.J. Verrijn
  • - 1946 familie Kalff
  • 1946 - 1968 Euphernia Elisabeth Ruys-Van Houten
  • 1968 - 1969 Jacob Molenkamp sr.
  • 1969 - M. van Erven Dorens-Vinke

Huidige doeleinden

  • Particuliere bewoning

Opengesteld

  • Niet toegankelijk

Bronverwijzing

  • - Historische buitenplaatsen in particulier bezit
  • - Plaatsen langs de Vecht en de Angstel, 1993

Foto's © Albert Speelman 2017

@