Buitenplaats Bloemert

Ligging

Midlaren -

Geschiedenis

De oorsprong is gelegen in het zogenaamde Mepsche-goed, genoemd naar de familie De Mepsche die het in de eerste helft van de 16e eeuw in bezit had. In 1550 werd het door Johan Huesinge verkocht aan het klooster van Bergum. Daarna was het in bezit van het klooster Essen, waarna het vóór 1600 overging naar de familie Woldringe, die het, evenals de vorige eigenaren verpachtte. Door vererving komt het in bezit van Lucas Sijpers en deze heeft op zijn grond een buitenplaats gebouwd. Het huis moet ergens tussen 1705 en 1717 zijn gebouwd. Hij gebruikte het alleen als zomerverblijf. In de winter woonde hij aan de Herestraat in Groningen.

Omstreeks 1740 komt de buitenplaats in handen van Hendrik Harm Bloemert, zoon van de wijnhandelaar Jan Bloemert uit Groningen. Hij was getrouwd met Margrieta Sijpers, een dochter van Lucas en Anna Maria Clinge.

In 1764 wordt het gekocht door Eiso Tjaarda de Drews, hij was ook eigenaar van Meerwijk. Hij liet het huis tot 1777 leeg staan. Na zijn overlijden gingen de buitenplaatsen Meerwijk en Bloemert over in handen van Rudolf de Drews, een zoon van zijn broer Regnerus Tjaarda en Hebbelina Emmen. Rudolf had Meerlust al van zijn ouders geërfd en bezat zo dus drie buitens op een rij. Vanaf 1777 werd Bloemert gebruikt door mr. Willem de Sitter, die getrouwd was met Maria Albertina Johanna de Drews. Bij de scheiding van de nalatenschap van Rudolf de Drews in 1808 kregen zij Bloemert in bezit. Na het overlijden van mr Willem de Sitter en zijn echtgenoot in respectievelijk 1827 en 1828 werd de buitenplaats geërfd door Rudolf de Sitter, woonachtig te Vlissingen, waar hij majoor bij het Korps Mariniers was. Hij maakte van de buitenplaats geen gebruik en bood het vanaf 19 januari 1830 te huur aan. Het werd geen succes. In 1832 werd Rudolf de Sitter burgemeester van Haren en trouwde met Petronella Elizabeth Beelaerts. In 1836 is hij daar overleden.

Het huis werd gebruikt door zijn zuster Maria Beerta de Sitter, weduwe van Daniël Bonifatius van der Haer. Waarschijnlijk heeft zij het huis gekocht van haar broer. Want het huis komt in handen van haar docher en erfgename Anna Charlotte van der Haer, die in 1833 trouwde met jhr. Frederik Ignatius Lycklama à Nijeholt. Na het overlijden van jhr. Lycklama à Nijeholt werd de buitenplaats door zijn schoonzoon dr. Domenie gebruikt tot 1879. In dat jaar wordt het door de douairière Lycklama à Nijeholt verkocht. Gerhard David Birnie is de koper. Hij heeft zijn kapitaal verkregen in de tabaksbouw op Java. Met zijn inlandse vrouw Djemilah kwam hij naar Nederland. Zij kon maar moeilijk wennen aan het Nederlandse klimaat en het echtpaar keerde weer terug naar Java.Na de dood van zijn vrouw ging Birnie voorgoed naar Nederland, waarna hij in de winter in Groningen en zomer's op zijn buitenplaats verbleef.

Tot 1899 is hij eigenaar geweest. In dat jaar vond er een publieke verkoping plaats. De kopers zijn Harm Oltkamp van Hemmen en Trientje de Boer. Zij laten het huis grondig verbouwen en richtte het in tot een café-restaurant. In 1906 wordt het verkocht aan de heren Vogelzang, Zeeven en Koning. De exploitant van het café-restaurant wordt de heer Zeeven.

In oktober van 1907 bandde de buitenverblijf af. In 1908 werd het nog bruikbare afbraakmateriaal verkocht.

Bewoners

  • - 1740 Lucas Sijpers x Anna Maria Clinge
  • 1740 - 1764 Hendrik Harm Bloemert x Margrieta Sijpers
  • 1764 - 1777 Eiso Tjaarda de Drews
  • 1777 - 1806 Rudolf de Drews
  • 1808 - 1828 mr. Willem de Sitter x Maria Albertina Johanna de Drews
  • 1828 - Rudolf de Sitter x Petronella Elizabeth Beelaerts
  • - 1879 Anna Charlotte van der Haer x jhr. Frederik Ignatius Lycklama à Nijeholt
  • 1879 - 1899 Gerhard David Birnie x Djemilah
  • 1899 - 1906 Harm Oltkamp van Hemmen en Trientje de Boer
  • 1906 - 1908 de heren Vogelenzang, Zeeven en Koning

Huidige doeleinden

Verdwenen

Bronverwijzing

  • Huizen van Stand

Foto's © Albert Speelman 2017

@