Buitenplaats Haaswijk

Ligging

Oegstgeest - Haarlemmerstraatweg / J. van Gilsepad

Andere benaming

(Haeswijk)

Geschiedenis

In 1631 kocht Johan van Matenesse ( -1653), heer van Matenesse, Riviere, Opmeer en Zouteveen, al land begrensd door de Heereweg (nu Haarlemmerstraatweg), de Nieuweweg, de Poelsteeg en de Vliet. In 1635 kocht hij daar nog een ander land bij, dat hij met de Kerk van Oegstgeest ruilde voor een strook kosterijland, gelegen tussen de Groene Kerk en de boerderij bij de brug over de Vliet. Op deze strook land kwam de oprijlaan van de buitenplaats. In 1648 kocht hij nog de Grote Godtshuyscamp erbij, waarmee hij het grondgebied van de buitenplaats afrondde. Het precieze bouwjaar dat hij aan de Vliet liet bouwen is niet bekend. Na het overlijden van Johan van Matenesse op 30 juni 1653, volgde zijn oudste zoon Adriaan hem op als Heer van Matenesse, Riviere en Opmeer. Zijn jongste zoon Gijsbert werd Heer van Zouteveen.

In 1655 overleed Adriaan, weldra ook de oudste dochter, en het jaar daarop de jongste. Gijsbert was toen de enige erfgenaam van de titels en het bezit, waaronder dus Haaswijk. Hij was toen ca. 11 jaar en hij woonde op Huis ter Does in Leiderdorp. Gijsbert overleed in 1670. Zijn vrouw en kinderen waren hem al voorgegaan. Bij testament had hij als universeel erfgenaam zijn neefje Willem van Matenesse aangewezen. Hij overleed al op 4 jarige leeftijd. Lang was het onzeker, wie zich eigenaar van Haeswijk mocht noemen. Het huis is in die tijd verhuurd geweest als kostschool. Uiteindelijk kwamen de goederen aan Willems zuster Florentina. Haar echtgenoot verkocht de hofstede aan mr. Jeronimus de Haze, schepen van Amsterdam. Deze kocht nu ook de boerderij tussen de oprijlaan en de Vliet, en later nog de Kleyne Gotshuyscamp. In 1698 verkocht hij het aan Philips van Almonde (1655-1711), luitenant-generaal van Holland en Westfriesland.

Door diverse aankopen vergrootte hij het erbij behorende grondgebied. Onder andere kocht hij de eendekooi in de polder Kleyn Proffijt, en in 1706 de zg. Sluyswey, het driehoekige stukje land tussen de Pastoorswetering en de Rijnsburgse dijk, die tegenwoordig naar hem Almondeweg heet. Bij zijn overlijden in 1711 liet hij deze bezittingen na aan mr. Willem van Almonde, die de hofstede in 1723 verkocht aan Diderik van Leyden (1695-1764).

Hij was onder meer heer van Vlaardingen, Vlaardingerambacht, Westbarendrecht, Hardinxveld en Oostvoorne, was secretaris van het Hoogheemraadschap van Rijnland. De familie Van Leyden heeft de buitenplaats jarenlang als zomerverblijf gebruikt. In 1740 werd het verkocht, voor de helft aan Adrianus Boers, baljuw en schout van Voorschoten, en Willem Suermondt, secretaris te Voorschoten en voor de andere helft aan Rijn Jochem Lelievelt en Claas Jansz. Dobbe. De buitenplaats werd afgebroken en het terrein werd in 1742 in kavels verkocht.

Bewoners

  • 1631 - 1653 Johan van Matenesse
  • 1653 - 1655 Adriaan van Matenesse
  • 1655 - 1670 Gijsbert van Matenesse
  • 1670 - erven Van Matenesse
  • - Florentina
  • - 1698 Jeronimus de Haze
  • 1698 - 1711 Philips van Almonde
  • 1711 - 1723 Willem van Almonde
  • 1723 - Diderik van Leyden
  • 1740 - 1742 Adrianus Boers, Willem Suermont en Rijn Jochem Lelievelt en Claas Janz. Dobbe

Huidige doeleinden

  • Verdwenen
  • Van de buitenplaats resteert nog een deel van de oprijlaan (J. van Gilsepad) en er is nog een gedeelte van de singel te vinden.

Bronverwijzing

  • De Leidse Lustwarande. Geschiedenis van de tuinkunst op kastelen en buitenplaatsen rond Leiden, 1600 - 1800.
  • Schwencke, G.D.M., "Uw straatnaam verklaard" - Vereniging Oud Oegstgeest, 1989
  • Schwencke, G.D.M., "Uw straatnaam verklaard - Haaswijklaan" - Vereniging Oud Oegstgeest, 1996

Foto's © Albert Speelman 2017

@