Buitenplaats Sion

Ligging

Rijswijk - Sionsweg

Geschiedenis

In 1433 vestigden de reguliere kanunniken van Delft hier een klooster met de naam: "Sancta Maria in Monte Sion" met een eigen kerk en kerkhof in het ambacht Rijswijk. Het werd in 1572 afgebroken uit angst dat de Spanjaarden bij een eventueel beleg van Delft zich in het klooster zouden verschansen. Na de oorlog van de Nederlanden met Spanje begonnen de Staten van Holland hun verworven eigendommen te verpachten en te verkopen. Na een periode van pachten, kreeg Cornelis van Stoutelande, in 1581 ca. 4,2 ha, waarop het klooster eerder stond, in eigendom. Hij hield daar een boerderij. Hierna kwam het gebied door erfenissen en verkopen in diverse andere handen.

Tussen 1674 en zijn overlijden in januari 1679 was Frederick Huyssen, getrouwd met Wilhelmina Henriëtte Heylersich, eigenaar van de buitenplaats.

Op 7 augustus 1679 kocht mr. Gerard Putmans de hofstede Sion. Zijn vader en schoonvader waren beiden rijk geworden in hoge functies, onder meer als gouverneur van de VOC (in Formosa en Batavia). Hij zelf was veertigraad, schepen en burgemeester van Delft, baljuw en dijkgraaf van Delfland en bewindhebber van de Delftse kamer van de VOC. Gerard Putmans liet alle opstallen van het klooster Sion afbreken om er een nieuwe buitenplaats aan te leggen. Het nieuwe huis had twee bouwlagen en een rondlopend schilddak. De ingang bevond zich in de zuidgevel, aan de zijde van de Kastanjewetering.

In 1681 kocht hij ook nog de Kitswoning (een boerderij genoemd naar Claes Willemsz., "bierbrouwer in de Kidth").

In 1698 overleed Gerard Putmans kinderloos. Jacob Dankers en Jacob Quina, twee neven van Gerard erfden de buitenplaats. In 1704 werd Jacob Dankers alleen eigenaar. In 1710 verkoopt hij de buitenplaats aan Gijsbert van Hogendorp, een Rotterdamse regent. .

Gijsbert van Hogendorp en Margaretha Beck verfraaiden de buitenplaats aanzienlijk. Zij verblijven alleen maar zomers op het huis. De rest van het jaar woonden zij in een pand aan de zuidzijde van de Herengracht in Den Haag. Na het overlijden van Gijsbert van Hogendorp in 1750 erfde zijn dochter Jacoba Sara Justina de buitenplaats. Na haar door in 1777 ging het complex over in handen van haar broer Johan François van Hogendorp, ontvanger-generaal van de Unie. Hij overleed twee jaar later, waarna de buitenplaats in bezit kwam van zijn neef Willem van Hogendorp. Deze kon in 1783 de andere erfgenamen uitkopen en werd zo alleen eigenaar. In 1784 kwam hij om toen zijn schip verging. ZIjn weduwe Caroline van Haren bleef er met haar zes kinderen wonen. Tot rond 1800 bleef de buitenplaats in bezit van de familie. Daarna werd het in onderdelen verkocht en werden de meeste opstallen gesloopt.

Opgravingen in 1979 / 1980 hebben o.a. funderingen van het herenhuis en het eerdere klooster blootgelegd.

Bewoners

  • 1674 - 1679 Frederick Huyssen x Wilhelmina Henriëtte Heylersich
  • 1679 - 1698 mr. Gerard Putmans
  • 1698 - 1704 Jacob Dankers en Jacob Quina
  • 1704 - 1710 Jacob Dankers
  • 1710 - 1750 Gijsbert van Hogendorp x Margaretha Beck
  • 1750 - 1777 Jacoba Sara Justina
  • 1777 - 1779 Johan François van Hogendorp
  • 1779 - 1784 Willem van Hogendorp x Carolina van Haren
  • 1784 - weduwe Caroline van Haren
  • 1804 sloop van het herenhuis

Huidige doeleinden

  • Van de buitenplaats resteren twee vijvers, de brug over de Spieringwetering, het timmermanshuis, een deel van het koetshuis en de Kitswoning.

Bronverwijzing

  • Klooster, buitenplaats en tuinbouwgebied. De rijke historie van het Rijswijkse Sion.
  • Kastelen en buitenplaatsen. Monumenten in Rijswijk
  • Simons, J. - "Groei en krimp. Bewoners geschiedenis van Hof Ravestein" - De Wete van oktober 2013

Foto's © Albert Speelman 2017

@