Buitenplaats Daelwijck

Ligging

Utrecht - Burgemeester Norbruislaan 17

Andere benaming

(Daelwijk, Daalwijck, Daalwijk)

Geschiedenis

Vanaf 1400 komen er pannen- en steenbakkerijen voor langs de Vecht. Er wordt vanuit gegaan dat één van de eerste steenovens bij het Cisterciënzerklooster Mariëndaal stond, dat uit de 13e eeuw dateert en dicht bij het huidige Daalwijk stond. Het is bekend dat de Cisterciënzernonnen al heel vroeg zeer bedreven waren in de fabricage van grofkeramiek. Mogelijk is de pannenfabriek van Daalwijk een voortzetting van de steenoven van het klooster.

We komen in 1657 Aelbert Christiaens Vermaeck tegen, die in dat jaar trouwt met Japichje Joosten en staat vermeld als "jongeman van Maarssen, pannenbakker op Vijfhuizen, wonende op Daalwijk". Drie jaar later, op 10 augustus 1660, komen we een Johannes Teeckman tegen, die het van Quirinus van Reede en het Capittel van St. Jan overneemt. Barta van Steenbergen, weduwe van Johanes Teeckman, doet Daalwijk in 1682 over aan mr. Willem van der Sturck. Door een affaire met zijn "dienster" vertrekt Willem naar het buitenland, waardoor zijn zoon William in 1686 de nieuwe eigenaar wordt.

William trouwt in 1687 met Maria Barta Teeckman, dochter van bovengenoemde Johannes en Barta. In dat jaar woont hij op Daelwijk en was eigenaar van een tichelarij aldaar. In 1690 wordt Daalwijk omschreven als "hofstede met een panoven aan de overzijde van de Vecht".

Daalwijk komen we daarna weer in 1730 tegen en wordt omschreven als "een huis, erf en tichelarij, loods en ovens staande en gelegen ten westen van de Vecht aan de Daalsche dijk recht tegenover de steenoven op Vijfhuizen". Eigenaar is dan Willem van Dijk en de waarde werd getaxeerd op f 2000,-.

Op 7 mei 1743 wordt juffrouw Jacoba Wilhelmina van der Sturck eigenaresse van het huis voor f 3200,-. Waarschijnlijk was ze een kleindochter van William. Ruim 40 jaar later (in 1785) komen we Daalwijk weer tegen: Het wordt dan door de weduwe van Cornelis Gerardus Verkerk verkocht aan Pieter van Dijk. Het geheel is dan belast met een hypotheek van f 4000,-. Pieter van Dijk komen we al eerder tegen als pannenbakker in Zuilen en vermoedelijk bezat hij dus al een pannenbakkerij. Een jaar later verkoopt hij Daalwijk al weer en wel aan Jan Janse Plomp, die uit Woerden afkomstig is, voor f. 7000,-. Dit is exclusief de kosten en de inventaris, die hij apart voor f. 2000,- koopt.

Na de dood van Jan Janse Plomp in 1821, neemt zijn zoon Jan (II) de pannenbakkerij over. Het gaat deze Jan voor de wind, want hij laat na 1830 het huidige Daalwijk bouwen in classicistische stijl en in 1847 wordt de pannenbakkerij omgebouwd tot een steenfabriek. Na zijn dood in 1855, komen Daalwijk en de steenfabriek in handen van Jan Cornelis Plomp, die ook burgemeester van Zuilen was. Door hem wordt aan Daalwijk rond 1870 enkele aanbouwen toegevoegd.

Jan Cornelis heeft een groot vermogen bijeen gebracht, want na zijn dood in 1888, blijkt de nalatenschap een omvang van f 366.000,- te hebben. Daar hoorde ook nog onroerend goed bij in Zuilen, Vleuten en Breukelen. Zijn zoon Carel, die ook burgemeester van Zuilen werd, erft dan Daalwijk.

De familie Plomp bewoonde tal van bekende buitenplaatsen langs de Vecht. Naast Daalwijk, Rust en Vree, Klein-Zuilenburg en Groot-Zuilenburg. In Breukelen Vecht en Rhijn en in Maarssen Richmond en Leeuw en Vecht. (Overige 4 genoemde huizen heb ik nog geen informatie over (KBR).)

In 1910 wordt de steenfabriek opgeheven en verkoopt de familie Plomp Daalwijk aan Jacob Gerritszoon Jonker, die eigenaar is van een borstelfabriek in Amsterdam. In 1912 bouwt hij Daalwijk om tot borstelfabriek. Twintig jaar later verkoopt hij het huis aan de gemeente Zuilen, die het huis verbouwt tot gemeentehuis. De heer Jonker verhuist naar Breukelen en gaat op "Vecht en Rhijn" wonen. Tot 1954 is het huis in gebruik als gemeentehuis; in dat jaar wordt Zuilen bij de gemeente Utrecht gevoegd en verandert Daalwijk in een officiële trouwlocatie van de gemeente Utrecht.

In 1985 werd het huis door een beveiligingsbedrijf in gebruik genomen en sinds 1996 is het hotel/restaurant "Het Vechtse Park" in het huis gevestigd. De voormalige raadszaal is nog in gebruik als trouwzaal, waarvan de exploitatie nu in handen van de hoteleigenaar is.

Het hoofdgebouw bestaat uit twee bouwlagen evenwijdig aan de Vecht, dat gedekt wordt door een schilddak. Het gepleisterde huis is 5 ramen breed en 3 ramen diep en heeft op de hoeken pilasters. Rechts bevindt zich het oudste gedeelte van het huis, waarin ook de ingang is aangebracht.

Originele details zijn door de interne verbouwingen bijna allemaal verdwenen, op de raadszaal na. Tot slot bevindt zich in de tuin een voormalig koetshuis, dat in het begin van de vorige eeuw is verhoogd met twee verdiepingen.

De toegang tot het terrein verkrijgt men via een moderne toegangspoort uit 1912, waarboven een fraaie steen met de naam Daelwijck is gemetseld. Deze steen moet uit het begin van de 17e eeuw stammen. Vroeger diende de poort ook als brug, welke funktie het verloor na het dempen van de sloot in de jaren 60 van de vorige eeuw.

Verder staat er op het terrein een zonnewijzer op een oude hardstenen sokkel. Deze stamt waarschijnlijk ook uit de 17e eeuw en op de noordelijke erfgrens staat een oude bakstenen muur in Utrechts Vechtformaat.

Bewoners

  • 1657 Aelbert Christiaens Vermaeck
  • 1660 - 1682 Johannes Teeckman x Barta van Steenbergen
  • 1682 - 1686 mr. Willlem van der Sturck
  • 1686 William van der Sturck x Maria Barta Teeckman
  • 1730 Willem van Dijk
  • 1743 juffrouw Jacoba Wilhelmina van der Sturck
  • - 1785 weduwe van Cornelis Gerardus Verkerk
  • 1785 - 1786 Pieter van Dijk
  • 1786 - 1821 Jan Janse Plomp
  • 1821 - 1855 Jan Plomp
  • 1855 - 1888 Jan Cornelis Plomp
  • 1888 - Carel Plomp
  • - 1910 familie Plomp
  • 1910 - 1930 Jacob Gerritszoon Jonker
  • 1930 - 1954 gemeente Zuilen
  • 1954 - 1985 gemeente Utrecht
  • 1985 - een beveiligingsbedrijf
  • 1996 - hotel / restaurant "Het Vechtse Park"

Huidige doeleinden

  • Restaurant

Opengesteld

Bronverwijzing

Foto's © Albert Speelman 2017

@