Buitenplaats Ruimzicht

Ligging

Utrecht - gelegen aan de oostzijde van de Vaartse Rijn bij de tegenwoordige Zuiderbrug

Geschiedenis

De steenbakkerij Ruimzicht werd voor het eerst vermeld in 1743 maar was dan al vermoedelijk al zo'n vijftien jaar in gebruik. Het was op dat moment in eigendom van Coenraad van Beuningen. Na zijn dood in 1745 kwam de steenbakkerij in bezit van zijn zwager Willem van Cleeff, raad bij het Hof van Utrecht. In 1802 was het in eigendom van Nicolaas Cornelis van Cleef, het dreigde toen met een aantal landerijen te worden geveild. Daarbij werd het goed omschreven als 'eene buitenplaats en welbeklante steenbakkerij, genaamd 'Ruijmzicht'. De veiling ging uiteindelijk niet door. Na verkoop van 'een grote partij broeibakken met glaasen en papieren raamen, druiventrekkasten, loden beelden en verdere tuincieraden, mitsgaders allerhande meubelen en huiscieraad' op Ruimzicht,kwamen voldoende middelen vrij om nieuwe investeringen in het bedrijf te doen. In 1806 - 1807 werd patent verkregen voor steenbakkerij met twee steenovens.

 

Het bedrijf opereerde sinds 1823 onder de naam Munnicks Van Cleeff. Na het overlijden van Gerard Munnicks Van Cleeff kwamen het buitenhuis en de steenbakkerij aan zijn kleinzoon Alexander C.P.G. van Rappard. Op 18 september 1846 legde zijn echtgenote Alida Johanna Sara van Munnick van Cleeff de eerste steen voor een rijtje arbeiderswoningen; deze steen met inscriptie A.J.S.M.C. 1846 bevindt zich nog in het arbeidershuis Oude Kerkweg 15. Later werden er veertien woningen bijgebouwd op hetzelfde terrein. Deze werden bij de aanleg van de brede 't Goylaan in 1964 gesloopt.

 

Na het overlijden van Alexander in 1922 werd de steenbakkerij wegens faillissement in een openbare veiling verkocht aan Van Arkel & Co. die een jaar later ook de naastgelegen steenbakkerij Rijnoven aankocht. Als sinds 1866 was Van Arkel eigenaar van steenbakkerij Rijn- en Veldzicht. De drie steenbakkerijen zouden in 1923 tot één groot bedrijf worden samengevoegd, dat tot 1970 werd voortgezet en daarna verplaatst naar Vianen.

De buitenplaats werd in 1925 gesloopt.

 

De uit 1800 daterende houten theekoepel behoorde bij de buitenplaats van de familie Van Rappard en werd in 1925 na het opheffen van de buitenplaats en de bouw van de Julianabrug iets verplaatst naar het zuiden. Het deed dienst als opslagschuur van de familie J. Stekelenburg, Oude Kerkweg 15. In 1971 werd de verwaarloosde koepel ontdekt door de heer Frans H. Landzaat. In 1981 werd de werkgroep theekoepel Oud-Vaartserijngebied opgericht onder leiding van A.M. de Reuver, die ging streven naar restauratie en herplaatsing van de koepel langs de Vaartse Rijn.

Op 12 oktober 1985 werd de koepel gesloopt en in onderdelen naar de sociale werkplaats gebracht voor restauratie. De koepel kwam nu iets ten zuiden van haar vroegere plaats te staan, namelijk bij de woning Oude Kerkweg 12 (nu Salamanderpad).

Op de plaats waar de theekoepel nu staat, stond eerst een molen; daarnaast lag een steenfabriek, die naar de molen 't Oog in 't Zeil heete en deze naam staat nu op koepel.

Bewoners

  • - 1745 Coenraad van Beuningen
  • 1745 - Willem van Cleeff
  • 1802 - Nicolaas Cornelis van Cleeff
  • 1823 - Gerard Munnicks Van Cleeff
  • - 1922 Alexander C.P.G. van Rappard
  • 1922 - Van Arkel & Co.

Huidige doeleinden

  • Verdwenen

Bronverwijzing

  • Het Schrale End. Langs de Vaartse Rijn van het Ledig Erf naar Jutfaas.
  • De Utrechtse wijken - Zuid

Foto's

Foto's © Albert Speelman 2017

@