Buitenplaats Tivoli

Ligging

Utrecht - Wittevrouwensingel

Geschiedenis

In maart 1819 kocht de koopman W.A. van Ewijck een stuk grond. Hierop liet hij een buitenverblijf bouwen. Toen hij het op 5 juli 1828 verkocht aan Hugo van Emmerik, werd het beschreven als: "een woonhuis, koepel, tuinmanshuizinge, schuur en verdere getimmertens, twee goudvisch-vijvers, ruime wandelingen en riante partijtjes, alles in den besten staat met den meeste smaak aangelegd, beplant met beste vruchtdragende boomen, planten en gewassen, tezamen groot een bunder, alleraangenaamst gelegen te Utrecht, buiten de Wittevrouwenpoort, aan den singel, nabij de Nachtegaalsteeg".

In 1828 pachtte Kees van Leeuwen, de stichter van de toenmalige schouwburg op het Vredenburg, het buitenverblijf aan de Wittevrouwensingel. HIj opende er een koffiehuis en stelde het park open voor het publiek. Na 1839 werd de buitenplaats Tivoli genoemd, naar het klassieke ontspanningsoord ten noorden van het oude Rome.

In 1842, na de dood van Kees van Leeuwen, kocht prof. Th.G. van Lidth de Jeude (1788 - 1863) de buitenplaats. Hij bezat een groot aantal preparaten, die hij tot 1839 had ondergebracht in zijn woonhuis aan de Plompetorengracht.

In 1843 - 1844 verrees in het park Tivoli een nieuw complex gebouwen. En richtte het in als menagerie. Het publiek moest 50 cent toegang betalen; de belangstelling bleek echter gering. En hij hoopte vergeefs op een subsidie van de gemeente om een dierentuin in te richten.

De Zoölogische Sociëteit werd in 1852 opgeheven. De gebouwen en een gedeelte van het terrein werd verhuurd aan jhr. mr. J.L.B. de Muralt. Deze was commissaris van twee sociëteiten: de in 1775 opgerichte Oranje-sociëteit Sic Semper en de in 1803 opgerichte sociëteit De Vriendschap. Beiden werden gevestigd in de gebouwen van de voormalige Zoölogische Sociëteit.

In 1854 werd het hele complex geveild en werd een zeker Abspoel de nieuwe eigenaar. Deze verhuurder het complex aan Joseph Wolters. Hij maakte van Tivolie een buitensociëteit. Na de dood van Abspoel in 1880 werd het complex verkocht aan de leden van de sociëteit, die de NV Maatschappij tot Exploitatie van het park Tivoli oprichtten.

In 1929 werd het verkocht aan de directeur van de NV De Stadswoning, W.J. Godijn. Op 11 juni 1929 werd het laatste tuinconcert gegeven. Enkele dagen daarna begon de afbraak. De bomen werden gekapt, de vijvers gedempt en de gebouwen afgebroken om plaats te maken voor woningen en winkels.

Bewoners

  • 1819 - 1828 W.A. van Ewijck
  • 1828 - 1842 Hugo van Emmerik
  • 1842 - 1854 prof. Th. G. van Lidth de Jeude
  • 1854 - 1880 Abspoel
  • 1880 - 1929 NV Maatschappij tot Exploitatie van het park Tivoli
  • 1929 W.J. Godijn (NV De Stadswoning)

Huidige doeleinden

  • Verdwenen

Bronverwijzing

  • Wittevrouwen en Buiten-Wittevrouwen. Tussen Lepelenburg en Ezelsdijk.

Foto's © Albert Speelman 2017

@