Hofstede Paardenburg

Ligging

Amstelveen - Amstelzijde 55

Geschiedenis

Het terrein, waarop hofstede Paardenburg later zou ontstaan, wordt al in 1580 vermeld onder de naam van "Walich Thijsz.camp". Gerrit Willemszoon Tuth is in 1588 eigenaar, zijn weduwe verkoopt het land met huis en hofstede in 1594 aan Jan Willemszoon Kool. In 1649 wordt Pieter Meffert eigenaar van de opstallen en geeft aan de hofstede de naam "Paardenburg", welke naam in 1693 voor het eerst in een acte voorkomt. Toen werd ook de heer Micheel, juwelier, voor de helft eigenaar van de hofstede. Na 1709 werd de hofstede alleen maar gebruikt als herberg

In 1709 wordt de heer Jacob van Nuijs eigenaar van de hofstede, hij leent 1.300 gulden op zijn bezitting, die in een herberg veranderd is. Drie jaar later wordt het verkocht aan Ertwijn Zapffenbergh.

 

 Na diens dood wordt Gerrit Plaatman, medicinae doctor, zwager van Ertwijn Saffenberg eigenaar van de hofstede (30 mei 1730).

Negen jaar later doet hij de herberg over aan de heer Emmericus Veeling, wonende te Bodegraven, voor 9.500 gulden, die haar dezelfde dag verkoopt aan Gerardus Greevers met een winst van 1.300 gulden. Die eveneens een hypotheek van 6.000 gulden tot zijn last moet nemen. Anna Boel, de weduwe van Gerardus Greevers (of Grievers) laat de herberg na aan haar dochter Christina Walbers. Deze is gehuwd met Jan Steen.

Laatstgenoemde vermaakte bij testament van 1790 de herberg aan Gerardina Theodora Ploos, gehuwd met Lambettus Mager. Gerardina verkocht in 1801 de "herberg genaamd "Paardenburg" met deszelfs huizing, koets of wagenhuis, stalling voor 18 paarden, benevens een wagenhuis met koe en paardenstallingen mitsgaders een roijaale kolfbaan alles met hun erven en circa 3 morgen allerbest toegemaakt weiland" voor 6.200 gulden aan Geradus van Groll.

In tegenstelling tot de buitenplaatsen die juist in het begin van de 19e eeuw zeer in waarde verminderen, steeg de waarde van Paardenburg in acht jaar tijd van 6.200 gulden tot 10.000 gulden, welk bedrag Albertus van Leusden er in 1810 voor neertelde.

In 1810 was de herberg in het bezit van Albertus van Leusden. De zaken floreerden minder goed, want hij moet in 1824 twee hypotheken geven de de herberg, een van 3.000 gulden en een van 5.000 gulden. In 1826 moet hij zijn herberg met nog eens 500 gulden bezwaren. In 1828 werd het noodgedwongen verkocht aan Jean Baptiste Ceulemans voor een bedrag van 16.800 gulden. Die het in 1829 alweer verkocht aan Thomas Ockerman voor 8.500 gulden. Op 14 februari 1846 probeerde Ockermans tevergeefs de herberg in een openbare veiling te verkopen. De biedingen bleven beneden de gestelde limiet. Vier dagen later meldt zich Harmen Hogenhout als koper. Hij wordt voor 3.800 gulden de eigenaar. Daarna is de herberg nog regelmatig van eigenaar verwisseld.

Bewoners

  • 1594 - Jan Willemszoon Kool
  • 1649 - Pieter Meffert
  • 1693 - de heer Micheel
  • 1709 - 1712 Jacob van Nuijs
  • 1712 - 1730 Ertwijn Zapffenbergh
  • 1730 - 1739 Gerrit Plaatman
  • 1739 Emmericus Veeling
  • 1739 - Gerardus Greevers x Anna Boel
  • - 1790 Christina Walbers x Jan Steen
  • 1790 - 1801 Gerardina Theodora Ploos x Lambettus Mager
  • 1801 - Geradus van Groll
  • 1810 - 1828 Albertus van Leusden
  • 1828 - 1829 Jean Baptiste Ceulemans
  • 1829 - 1846 Thomas Ockerman

Huidige doeleinden

  • Restaurant

Opengesteld

  • Toegankelijk voor gasten

Bronverwijzing

Foto's

Foto's © Albert Speelman 2018

@