Buitenplaats Gerlacius

Ligging

Hoogezand – lag ten oosten van het Kieldiep

Geschiedenis

De buitenplaats droeg de naam van zijn stichter Abraham Gerlacius (1706 - 1778), die hier in 1756 een behuisde heemstede aankocht van Aeltien Rijckens, weduwe van Adam Tebbes, voor ƒ 1.631. Hij was getrouwd met Jacoba Johanna van Paddenburgh.

Na zijn overlijden in juli 1778 verkocht zijn weduwe op 4 mei 1779 voor ƒ 7.500 de buitenplaats aan mr. Campegius Hermannus Gockinga, secretaris van de stad Groningen. In 1786 verkreeg zijn vrouw Alagonda Maria van Sijsen, een telg uit een Gronings regeringsgeslacht de buitenplaats Veenhuizen te Stootshorn bij Noordbroek.

In 1787 werd de buitenplaats gekocht door majoor Scato Burs Trip. In dat jaar vond er een oproer plaats in Hoogezand waarbij ook deze buitenplaats werd geplunderd. Op 24 maart 1790 werd ‘hunne geweezen buitenplaats, bestaande in het staande geblevene van de in den jaare 1787 gespolieerde behuizinge’ gekocht door Eisso Metelerkamp voor ƒ 6.500.

Er werd een nieuwe woning gebouwd, die op 12 januari 1804 voor ƒ 2.000 werd verkocht aan het echtpaar Pieter van Calcar en Dievertje Vervelt. Zij stichtten hier een distilleerderij van jenever en brandewijn. Het huis zelf werd in 1896 door brand verwoest.

Bewoners

  • - 1756 Aeltien Rijckens
  • 1756 - 1778 Abragam Gerlacius x Jacoba Johanna van Paddenburgh
  • 1778 – 1779 Jacoba Johanna van Paddenburgh
  • 1779 – 1787 Campegiuis Hermannus Gockinga x Alagonda Maria van Sijsen
  • 1787 – 1790 Scato Burs Trip
  • 1790 – 1804 Eisso Metelerkamp
  • 1804 – Pieter van Calcar x Dievertje Vervelt

Huidige doeleinden

  • Verdwenen

Bronverwijzing

  • Groninger Volksalmanak 1961 - pag. 99-119
  • Voormalige website www.rna-project.org

Foto's © Albert Speelman 2018

@