Buitenplaats Croonhoven

Ligging

Hoogezand-Sappemeer – Noorderstraat 51

Geschiedenis

De inwoners van Groningen begonnen in het begin van de 17e eeuw met de ontginning van het grote hoogveengebied ten zuidoosten van de stad. Eén van de eerste verveners was de rentmeester van de stad Groningen, Johan de Mepsche. Hij kocht een groot deel van het drooggevallen Sappemeer en in 1637 laat hij een boerenbehuizing aan het kanaal bouwen.

Van het terrein is bekend, dat het 3 opstrekkende heerden en een lengte van ongeveer 2 km. heeft. Op het voorste gedeelte wordt rond de borg een lusthof aangelegd, terwijl het achterste gedeelte landbouw-, veebedrijf is. Johan de Mepsche was een potentaat en het valt dan ook niet te verwonderen, dat hij met zijn opstrekkende heerden in conflict kwam met de boeren uit Noordbroek, aan de andere kant van Sappemeer. Een van de tegenstanders van de Mepsche is Ucko Walles. Deze is behalve boer ook leider van de dopersen, die om godsdienstige redenen naar de veenkoloniën komen. Wanneer Ucko Walles en zijn aanhang in 1649 Johan de Mepsche bij de Staten-Generaal in Den Haag aanklagen is bij de laatste de maat vol en hij zal zijn leven lang de dopersen de voet dwars zetten.

De zoon van Johan de Mepsche en Helena Wicheringe, Rembt de Mepsche, laat in 1655 naast de boerderij een zogenaamde veenborg met twee schathuizen bouwen. Hij geeft het de veel zeggende naam Croonhoven.

In 1672 verdrinkt Rembt de Mepsche op raadselachtige wijze in één van de vijvers. Tot 1739 blijft het in bezit van zijn erf-genamen. Daarna komt de borg met 2 heerden land in het bezit van Johannes Lohman. Na het overlijden van Lohman, in 1787, worden borg en park voor afbraak verkocht aan houthandelaar Egbert Maathuis. In 1837 wordt het terrein aan 4 kopers verdeeld. De Doopsgezinde gemeente wordt eigenaar van een halveheerd (35 m).

Zij bouwt op de plaats van een deel van de veenborg een pastorie met kosterij en paardestalling en in 1847 op 70m. van de straat een kerkgebouw. Naast en achter de pastorie wordt een siertuin en achter de stalling naast de kerk een moestuin en een appelhof aangelegd. Achter de kerk een bos met een vijver over de gehele breedte ( 250m) .
Kort voor 1940 worden kosterij en stallen afgebroken, terwijl het bos ten offer valt aan de stads uitbreiding. De naam "Croonhoven" op de pastorie en de oude beuk, geplant door Lohman, wijzen de plaats aan waar eens de veenborg stond.

Bewoners

  • 1655 – 1672 Rembt de Mepsche
  • - 1739 familie De Mepsche
  • 1739 – 1787 Johannes Lohman
  • 1787 – Egbert Maathuis

Huidige doeleinden

  • Verdwenen

Bronverwijzing

Foto's © Albert Speelman 2018

@