Buitenplaats Rhijnhof

Ligging

Leiden - Rhijnhofweg 4

Andere benaming

Dubbelhof

Geschiedenis

Op de plaats waar nu de buitenplaats bevindt, was in de 17e eeuw sprake van een steenbakkerij met enkele arbeidershuisjes. Nicolaas van Campen, schepen van Leiden, kocht op 26 december 1679 voor ƒ 3.000,-- 'een speelhuis met daarnaast een nieuwe grote boomgaard met uitzicht op het Haagse Schouw, gelegen op de Hoge Morschweg met de losse gereedschappen van de steenplaats als de visserij en de vinkerij'. Van Campen bestemde de steenbakkerij tot het buitenverblijf Dubbelhof.

Op 15 juli 1715 wordt de buitenplaats in opdracht van de erfgenamen van Susanne de Hoorne, weduwe van Nicolaas van Campen, verkocht aan Jacobus Le Boeuf. Hij verbeterde het huis met de aanbouw van een koepelkamer.

Willem Mylius, arts te Leiden, kocht de buitenplaats op 22 november 1729. In 1730 bleken de zijvleugels, die niet onderheid waren, verzakt. Hij heeft het huis tussen 1730 en 1731 herbouwd. Het door hem gebouwde pand, dat inmiddels Rhijnhof heette, maakte van de waterzijde een grootse indruk, maar dat was grotendeels schijn. Gelijkvloers was er niet meer dan een 'zaal' met aan weerskanten een zijkamer, op de verdieping waren vier kamers, die echter niet verwarmd konden worden. Het was dus echt een zomerverblijf.

De buitenplaats is niet lang in het bezit geweest van de familie Mylius. Op 24 mei 1749 koopt mr. Anthony d’Ailly Pietersz van Aletta Elisabeth Mylius, weduwe van Jan Pieter Marcus de buitenplaats. Na 10 jaar verkoopt hij het aan Hendrik van Sandijk. Het huis kreeg zijn huidige aanzien in 1775. Hendrik gaf de Berlijnse architect Johan Samuel Creutz de opdracht het huis een neoclassicistisch uiterlijk (Lodewijk XVI-stijl) te geven.

In 1813 is de buitenplaats door D.C. Gevers van Endegeest verkocht aan Andries Stadnitski. Na het overlijden van S van Heukelom, weduwe van A Stadnitski, in 1855 is de buitenplaats gekocht door Barend Kopersmit voor ƒ 23.700,00.

Anna Maria Gesina Cock kocht de buitenplaats in 1871 voor ƒ 33.400,00. Zij woonden in de zomer met haar broers en zusters op het landgoed. In de winter woonde de familie op Rapenburg 48. Na het overlijden van Anna in 1901 ging het gehele bezit over op haar jongste broer, de advocaat Coenraad Cock. Hij verkocht de buitenplaats aan Geertruid Albertina Johanna Wendly uit Deventer, echtgenote van Charles Jacobus Schattenkerk, de rector van het gymnasium in Deventer. Rhijnhof was toen nog een buitenverblijf dat men alleen in de zomer bewoonde.

Het Leidsch Dagblad van 18 november 1908 schreef: 'Met bange vreeze werd het tijdstip tegemoet gezien, waarop de buitenplaats van wijlen meester Coenraad Cock zou worden verkocht. Toch maakt het huis bij het Haagsche Schouw aan het water gelegen zoodanig effect met de omgeving, dat een slooping dier terreinen ook door de wandelende en fietsende Leidenaren met leedwezen zou worden aanschouwd'.

'Te boven zijn wij echter deze vrees! Al is de bestemming die eraan zal worden gegeven een sinistere, dat het huis en het geboomte blijven is ons al voldoende. De Hervormde Gemeente van Leiden heeft het gekocht om deze plaats in te richten tot een begraafplaats'.

Vrouwe Wendly verkocht op 18 december 1908 de buitenplaats, bestaande uit herenhuis, koetshuis, landerijen en orangerie, aan de Hervormde Gemeente van Leiden. De kerkvoogdij liet het terrein ophogen en veranderde de buitenplaats met haar gebouwen in begraafplaats Rhijnhof.

Op 24 mei 1910 werd de begraafplaats in gebruik genomen. Het herenhuis was tot ontvangstruimte van de aula verbouwd. In 1939 vorderde het Ministerie van Oorlog het voormalige koetshuis voor de inkwartiering van Nederlandse militairen bij de mobilisatie. In de Tweede Wereldoorlog werd het herenhuis licht beschadigd door mitrailleurvuur en bombardementen. De buitenplaats lag voor de Duitsers strategisch gunstig aan de Haagsche Schouwweg (de toenmalige autoweg naar Amsterdam). In een deel van het pand was de Duitse bezetter ingekwartierd.

De begraafplaats breidde na de Tweede Wereldoorlog opnieuw uit. De aula in de koepelkamer van het herenhuis werd te klein voor grote gezelschappen bij begrafenissen. In 1956 werd rechts van het herenhuis een nieuwe aula aangebouwd. In 1966 ging het landgoed over van de gemeente Oegstgeest naar de gemeente Leiden.

Het herenhuis, koetshuis, de orangerie en het tuinmanshuis zijn door de Hervormde Gemeente van Leiden verkocht aan particulieren.

Bewoners

  • 1679 - Nicolaas van Campen x Susanne de Hoorne
  • - 1715 erfgenamen van Susanne de Hoorne
  • 1715 - Jacobus Le Boeuff
  • 1729 - Willem Mylius
  • - Jan Pieter Marcus x Aletta Elisabeth Mylius
  • - 1749 Aletta Elisabeth Mylius
  • 1749 – 1759 Anthony d’Ailly Pietersz.
  • 1759 - Hendrik van Sandijk
  • - 1813 D.C. Gevers van Endegeest
  • 1813 – 1855 Andries Stadnitski x S van Heukelom
  • 1855 – Barend Kopersmit
  • 1871 - 1901 Anna Maria Gesina Cock
  • 1901 - Coenraad Cock
  • - 1908 Geertruid Albertina Johanna Wendly x Charles Jacobus Schattenkerk
  • 1908 - Hervormde Gemeente van Leiden

Huidige doeleinden

  • Particuliere bewoning

Opengesteld

  • Niet toegankelijk

Bronverwijzing

  • Monumenten in Nederland - Zuid-Holland
  • Kastelen en buitenplaatsen in Zuid-Holland
  • Rhijnhof van Buitenplaats, ... tot Begraafplaats.
  • Schwencke, G.D.M. - "Uw straatnaam verklaard - Rhijnhofweg" - Vereniging Oud Oegstgeest 2000
  • Poole, F.A. – “Rhijnhof” – pag 102-104 - Leids jaarboekje 1959

Foto's © Albert Speelman 2018

@