Buitenplaats Meer en Duijn

Ligging

Lisse -

Geschiedenis

In de acte van 27 januari 1505 wordt vermeld dat de Leidse poorter Claes Willemsz. zijn eigendom te Lisse, bestaande uit “eenen woninghe mytter huijsynghe, boemen ende poethinge” op te dragen aan jonker Aelbrecht van den Raephorst om het dan van hem in leen terug te ontvangen. Cleas Willlemsz. had nog andere gronden in eigendom. Het staat in elk geval vast dat in het begin van de 16e eeuw hier een huis stond.

In 1552 wordt er opnieuw in een acte gevraagd door Willem Jansz., een poorter van Haarlem, die de belening verkreeg op de naam van de erven van zijn schoonvader, Pieter Saling.

Na enige jaren verkopen de erven Saling het onverdeelde bezit aan Henrich van Wamelen Allertsz., op 23 augustus 1554. Hij was burgemeester in Haarlem geweest. Na zijn overlijden kwam de buitenplaats in het bezit van zijn dochter Katherijne. Die het op 2 april 1578 verkreeg. Zij was getrouwd met Herebert Stalpaert van der Wiele.

Na het overlijden van Katherijne in 1616 heeft haar zoon jhr. Cornelis Stalpaert van der Wiele voor belening gezorgd en tevens voor zijn zuster Anna, de echtgenote van jhr Cornelis de Nobelaer. Zij kregen de buitenplaats in bezit.

Op 10 mei 1660 volgde Cornelias de Nobelaer, heer van Cabauw, hun zoon, in het bezit op. Hij maakt bij testament van 21 juli 1780 zijn weduwe de levenslange lijftocht van het leen te Lisse, onder bepaling, dat zijn neef jhr. Justus de Nobelaer, heer van Burght, van Grijsoirde etc. en na diens overlijden de Haarlemmer jhr Diederik Ramp daarin zou opvolgen.

De laatste werd de eigenaar van de buitenplaats. Door schulden werd de boedel op 11 november 1711 insolvent verklaard. Het huis werd overgedragen aan Willem Adriaan van der Stel (1663-1733), heer van Oud- en Nieuw-Vossemeer en oud-schepen van de stad Amsterdam. Hij kocht het Raephorster leen niet voor zichzelf, maar voor zijn minderjarige zoon en naamgenoot. Na het te vroeg overlijden van zoon, kwam het bij zijn broer Simon.

Simon van der Stel (1692-1780) overleed in september 1780 op de buitenplaats Meer en Duijn. Zijn zoon, Willem, werd op 22 januari 1784, beleend met de buitenplaats. Hij verkoopt het al op 31 augustus 1790 aan jvr Carolina Sidonia Louisa Frederica gravin van Gronsveld.

Zij heeft maar drie jaar van de buitenplaats kunnen genieten. In 1793 verkoopt zij het aan prof dr Lambertus Bicker (1732-1801). Hij was getrouwd met Joanna Geertruida Caarten. Op 15 juni 1801 verkoopt hij “de hofstede genaamd Meer en Duin met deszelfs stallingen, koetshuis, tuinmanswoning, koepel aan de Heerenweg, bossen, plantagiën, tuinen en omrasterde duinen aan de overzijde van zijn hofstede” aan de heer Jacob Elias Smissaert voor ƒ 23.500,00.

In een akte van 1 februari 1812 wordt Christiaan Stumphuis, makelaar te  Beverwijk, als nieuwe eigenaar genoemd. De buitenplaats is daarna afgebroken en land werd gebruikt voor de bollenteelt.

Bewoners

  • < 1505 – Claes Willemsz.
  • - Pieter Saling
  • – Willem Jansz.
  • - 1554 erven Saling
  • 1554 – 1578 Henrich van Wamelen Allertsz.
  • 1578 – 1616 Katherijne van Wamelen x Herebert Stalpaert van der Wiele
  • 1616 – Anna Stalpaert van der Wiele x Cornelis de Nobelaer
  • 1660 – Cornelias de Nobelaer
  • - 1711 Diederik Ramp
  • 1711 – 1734 Willem Adriaan van der Stel x Maria de Hase
  • 1734 – 1780 Simon van der Stel x Catharina Keyser
  • 1784 – 1790 Willem van der Stel
  • 1790 – 1793 Carolina Sidonia Louisa Frederica gravin van Gronsveld
  • 1793 – 1801 Lambertus Bickerx Joanna Geertruida Caarten
  • 1801 – Jacob Elias Smissaert
  • 1812 Christiaan Stumphuis

Huidige doeleinden

  • Verdwenen

Bronverwijzing

  • Roijen, R. van – “Meer en Duijn te Lisse”, 110-121, Jaarboekje voor geschiedenis en oudheidkunde van Leiden en Omstreken - 1951.

Foto's © Albert Speelman 2018

@