Slot Ter Hooge

Ligging

Middelburg - Koudekerkseweg 196

Geschiedenis

Hoogstwaarschijnlijk is kasteel Ter Hooge in de 13e eeuw begonnen als een versterkte woonplaats op een hoger gelegen plek. De naam werd voor het eerst genoemd in 1289. Het kasteel, zoals het er nu staat, is pas in de 18e eeuw ontstaan.

Edelman Sijmon van der Hooge was vermoedelijk de bouwheer van het eerste kasteel. In 1448 kwam het huis en de omliggende heerlijkheden in het bezit van Adriaan van Borssele, ridder en heer van Kleverskerke. Naar oud gebruik liet hij zich ook naar zijn bezittingen vernoemen. Op 9 mei 1485 verleende Maximiliaan van Oostenrijk aan Adriaan van der Hooge verschillende gunsten ten behoeve van het kasteel.

Adriaan werd opgevolgd door zijn zoon Joos van der Hooge. Aan hem werd door Philips van Oostenrijk op 30 mei 1501 privileges verleend voor de bouw van een valbrug over de gracht en mocht hij op het kasteel zijn eigen bier brouwen. Na Joos waren achtereenvolgens Adriaan van der Hooge en Jan van der Hooge eigenaar en bewoner.

Tijdens de strijd om Middelburg tussen de Geuzen en de Spanjaarden had het kasteel veel te lijden. Op 20 april 1572 bezette kapitein Treslong van de Geuzen het kasteel. Het interieur werd grotendeels verwoest. Na de bevrijding van Middelburg werd het in 1574 hersteld. Na het overlijden van Jan van der Hooge in 1575 erfde zijn zoon Pieter van de Hooge de heerlijkheid die op zijn beurt in 1617 werd opgevolgd door zijn zoon Philips. Hij ging zich weer Philips van Borssele noemen.

In 1712 werd het kasteel verkocht door Philips van Borssele aan Pieter Vos, die het weer doorverkocht in 1713 aan de Middelburgse koopman Steven Scheyderuyt. Hij was schipper in dienst van de VOC en was de initiator van de formele tuin met vier sterrenbossen, een gracht en laan achter het huis. Ewout van Diskhoek kocht het kasteel in 1739 van de zus van Scheyderuyt. Van Dishoek was schepen en raad van Middelburg. Daarnaast was hij vanaf 1733 bewindvoerder van de VOC. Na zijn overlijden in 1744 verkochten zijn erfgenamen het kasteel aan Jan van Borsselle.

Hij was eveneens bewindvoerder van de VOC. En bekleedde een van de machtigste posities in de Zweeuwse politiek, die van Eerste Edele in Zeeland, waarmee hij op verzoek van Wllem IV Zeeland vertegenwoordigde in de Staten. Hij had het plan om het inmiddels in slechte staat verkerende kasteel een modern kasteel te maken dat kon dienen als buitenverblijf, aangezien hij zelf in Den Haag woonde. Het oude kasteel werd grotendeels afgebroken en werd er gedurende de jaren 1754 tot 1757 gebouwd aan het nieuwe kasteel.

Na het overlijden van Jan van Borssele in 1764 hertrouwde zijn veel jongere weduwe met Steven Walraad. Zij verkochten de buitenplaats aan Cornelis Kien van Citters, die schepen, raad en burgemeester van Middelburg was. Hij was gehuwd met Magdalena Adriana Steengracht, wiens zus in die tijd de buitenplaats Thoornvliet bewoonde. In 1805 overleed Cornelis Kien van Citters. Zijn erfgenamen verkochten de buitenplaats voor 45.000 gulden aan de koopman te Middelburg, Daniël Jacques de Superville. De tuin moet in de periode 1806-1809 zijn aangepast in Engelse landschapsstijl.

Na het overlijden van Daniël Jacques in 1846 erfde zijn neef Daniël Marinus van Dusseldorp de Superville de buitenplaats. Hij was rechter en verkocht in 1856 bij een publieke verkoop de buitenplaats aan Henri Dignus von Brucken Fock, lid van de centrale directie van de polder Walcheren. De boerderij Groot Ter Hooge werd afzonderlijk verkocht aan Pieter Dekker.

Willem Aarnoud baron van Lynden werd in 1871 de eigenaar. Hij liet tussen 1873 en 1880, naar een ontwerp van de Goese architect J.H. Hanninck, enkele aanpassingen aan het kasteel uitvoeren. Wilhelmina Johanna de Bruyn, weduwe van Van Lynden, bleef tot haar overlijden in 1926 het kasteel bewonen. Haar mans neef Rudolf Willem baron van Lynden erfde het kasteel. Met tuinarchitect Leonard Springer reorganiseerde hij het bos, liet een rotstuin en enige tuinhuizen aanleggen.

In 1944 werd de gehele landschappelijke tuinaanleg bij de inundatie verwoest. Na het droogvallen van Walcheren, werd door de Heidemij, in samenwerking met Van Lynden een nieuw ontwerp voor het park gemaakt, dat een vereenvoudigde versie was van het vooroorlogse landgoed. In 1947 werd het park opnieuw aangeplant.

Na der verhuizing van baron Van Lynden in 1950 naar Oostkapelle bracht hij dit landgoed onder in de Van Lynden - Ter Hooge Stichting. Van 1967 tot 1969 werd het kasteel gerestaureerd. Tegenwoordig heeft de stichting een viertal appartementen ondergebracht in het kasteel. Het park werd vanaf 1979 beheerd door het Zeeuws Landschap, tegenwoordig wordt het door de familiestichting beheerd.

Bewoners

  • - 1712 Philips van Borssele
  • 1712 - 1713 Pieter Vos
  • 1713 - 1739 Steven Scheyderuyt
  • 1739 - 1744 Ewout van Dishoek
  • 1744 - 1764 Jan van Borselle
  • 1764 - Steven Walraad
  • 1764 - 1805 Cornelis Kien van Citters x Magdalena Adriana Steengracht
  • 1805 - 1846 Daniël Jacques de Superville
  • 1846 - 1856 Daniël Marinus van Dusseldorp de Superville
  • 1856 - 1871 Henri Dignus von Brucken Fock
  • 1871 - Willem Arnoud baron van Lynden x Wilhelmina Johanna de Bruyn
  • - 1926 Wilhelmina Johanna de Bruyn
  • 1926 - 1950 Rudofl Willem baron van Lynden
  • 1950 - Van Lynden - Ter Hooge Stichting

Huidige doeleinden

  • Particuliere bewoning

Opengesteld

  • Het huis is niet toegankelijk
  • Het landgoed is vrij toegankelijk

Bronverwijzing

  • Buitenplaatsen op Walcheren.

Foto's © Albert Speelman 2018

@