Buitenplaats Duinzigt

Ligging

Oegstgeest - Rhijngeesterstraatweg 40

Andere benaming

(Duinzicht), Klein Curium

Geschiedenis

De grondslag voor de buitenplaats werd al in de 17e eeuw gelegd door de Oegstgeester baljuw en schout Lambertus de Ruyt. Hij werd in 1670 aangesteld als schout, en in 1671 werd hij eigenaar van het huis waarin de baljuw woonde (in de 18e eeuw verbouwd tot huis dat we nu nog kennen als 'Klein Curium', Rhijngeesterstraatweg 38). Hij breidde in 1682 zijn grondbezit uit door aankoop van de aan de zuidzijde aangrenzende voormalige herberg 'Graeff Maurits'. Toen in 1690 de daar weer naast gelegen boerderij van Jan Willemsz. Trompert zaliger te koop werd aangeboeden, kocht hij ook die erbij. Eén van de panden werd gesloopt en de vrijkomende grond werd in een tuin herschapen.

Na het overlijden van Lambertus de Ruyt bleven de drie percelen bijeen. In 1709 kwamen ze in handen van de heer Petrus van der Upwich. Deze kocht van de erfgenamen van de bekende grootgrondbezitter Johan Knotter de percelen teelland die zich uitstrekten achter zijn grondgebied, tot aan de Zandsloot toe. Kort daarna kon hij het bezit ook aan de noordzijde nog wat uitbreiden door aankoop vande vroegere herberg 'Het Wapen van Oegstgeest', met het daarachter gelegen wei- of hooiland.

Na het overlijden van Van der Upwich in 1718 verkochten zijn erfgenamen dit alles aan Johannes Wesselius, hoogleraar aan de theologische faculteit in Leiden. Zijn dochter Adriana Johanna erfde het daarna. Zij was getrouwd met Adrianus van Roijen, hoogleraar in de plantkunde. Deze kocht de voormalige herberg 'De Son', gelegen aan de Lage- of Achterweg naast het Rechthuis, aan de achterzijde grenzend aan het erfgoed van zijn vrouw. Later voegde hij er nog een partij teelland aan toe. Uiteindelijk was de hele buitenplaats bijna 7 ha groot. Meer dan een eeuw bleef de hofstede Duinzigt in de familie.

Ondertussen werd het oorspronkelijke samenstel van woningen en boerderijen, tuinen, wei- en teellanden herschapen in een echte buitenplaats, met "koepeltjes, schuitenhuis, broeikassen, goudvischkom, vijvers, slingerbosschen, met Engelsch Plantsoen, naar den nieuwsten smaak aangelegd, moezerij en een groot aantal veeldragende vruchtbomen. De uitvaart via de Zandsloot naar de Rijnsburgse Vliet bleef behouden, maar elders op het terrein werd de sloot gedempt, om plaats te maken voor de nieuwe aanleg met zijn vijvers en slingerbosschen, die wij nu nog terug vinden in het Bos van Wijkerslooth.

 

Na het overlijden van Adraina Johanna en Adrianus van Royen kwam het in bezit van hun zoon, mr. Jan van Royen. Hij overleed op 1 mei 1803 en in november 1806 werden zijn onroerende goederen geërfd door Cypriana Anna Margaretha van Royen (1767 - 1828), die gehuwd was met de Leidenaar Pieter van Lelyveld. Zij was het, die tuinarchitect J.D. Zocher sr. (1763 - 1817) verzocht het geheel op landschappelijke wijze in een wandelbos te veranderen.

In 1834 werd de buitenplaats gekocht door mgr. Cornelius Lodovicus baron van Wijckerslooth (1787 - 1851), bisschop van Curium (naar de vroegchristelijke gemeenschap in Curium op Cyprus) en heer van Schalkwijk en Weerdesteyn. Hij liet even ten zuiden van het oude huis een royaal buitenverblijf in neo-classicistischestijl bouwen, waar hij in 1836 tot zijn overlijden op 10 november 1851 woonde. Na zijn overlijden werd “het paleis van de bisschop”, zoals het door de Oegstgeesters werd genoemd, niet meer bewoond. Het werd in 1915 wegens bouwvalligheid gesloopt.

In 'Klein Duinzigt', de oude baljuwswoning, stichtte hij een klooster met aanvankelijk twee zusters, belast met de zorg voor weesjes en oude lieden. In 1850 begonnen zij hier een bewaarschool en een naaischool. Weldra werd begonnen met de bouw van een 'gesticht' waarin in 1853 een wees- en oudeliedentehuis kon worden ondergebracht, het begin van het tegenwoordige huis Duinzicht.

De hofstede liet hij na aan een op te richten seminarie ten behoeve van de missie in de Nederlandse koloniën, dat overigens door omstandigheden nooit tot stand is gekomen. Het later in verval geraakte huis werd in de Eerste Wereldoorlog afgebroken.

Van de uit de 18e eeuw bestaande hofstede Duinzigt is het huis aan de straatzijde, thans Klein-Curium geheten, en het oude toegangshek bewaard gebleven.

Bewoners

  • - Lambertus de Ruyt
  • 1709 - 1718 Peter van der Upwich
  • 1718 - Johannes Wesselius
  • - Adriana Johanna Wesselius x Adrianus van Roijen
  • - 1803 Jan van Royen
  • 1806 - Cypriana Anna Margaretha van Royen x Pieter van Lelyveld
  • - 1834 Casparus Hendrikus Wolff
  • 1834 – 1851 Cornelius Lodovicus baron van Wijckerslooth

Huidige doeleinden

  • Particuliere bewoning

Opengesteld

  • Het landgoed is vrij toegankelijk
  • Het "Bos van Wijckerslooth" is openbaar toegankelijk

Bronverwijzing

  • Monumenten in Nederland - Zuid-Holland
  • Kastelen en buitenplaatsen in Zuid-Holland
  • Schwencke, G. - "Uw straatnaam verklaard - Duinzichtstraat" - Vereniging Oud Oegstgeest – 1992
  • Varik, W.J. van – “De hofstede Duinzicht en het rechthuis te Oegstgeest” – pag 65-69 -  Jaarboekje Leiden en Omstreken 1961

Foto's © Albert Speelman 2018

@