Buitenplaats 's-Gravenhof

Ligging

Rotterdam (Wijk Kralingen) - 's-Gravenweg 168

Geschiedenis

In 1720  kocht de Rotterdamse industrieel, later schepen van Kralingen, Pieter Barbet tien hectare grond aan weerszijden van de ’s-Gravenweg voor de vestiging van zijn katoendrukkerij ‘Non Plus Ultra’. Drie jaar na aankoop liet hij al een buitenplaats aan de noordzijde van de ’s-Gravenweg bouwen, naar (vermoedelijk) ontwerp van Adriaan van der Werff. Dit huis, genaamd ’s-Gravenhof, werd gebouwd in Louis XIV-stijl. Het werd omschreven als een huis met deftig aanzien, smaakvol ingericht met behangsels aan de wanden en schilderijen in de schoorstenen. Achter het huis op het lange smalle terrein, liggen de bleekvelden en de drukloodsen. De katoendrukkerij blijft op deze plaats bestaan tot 1870.

In 1753 gaat het bezit van de familie Barbet over nar de familie Van Eyck, en in 1773 in dat van de familie Riemersma. Aan het eind van de 18e eeuw gaat slecht in Europa met de katoenindustrie. De Franse tijd, met het wegvallen van de invoer van katoen, is de doodslag voor de meeste fabrieken. De Riemersma’s echter weten het bedrijf in stand te houden.

Zij verkopen in 1809 de buitenplaats en de fabriek aan de heren Landt en Van Marle. Daarna wordt Van Marle en Plemp van Duiveland en tenslotte aan de familie Van Sillevoldt. Door bemiddeling van Koning Willem I, die het Fonds voor Nationale Nijverheid vraagt hem te steunen, werd een faillissement in 1839 afgewend.

Zij weten er weer een gezond bedrijf van te maken. Na het droogleggen van de Alexanderpolder, verhuist het bedrijf naar de Oost-Zeedijk aan de Maas in Kralingen. Tot 1932 bestond het bedrijf en ten gevolge van een faillissement de deuren moest sluiten. De familie Van Sillevoldt is tot 1920 op het huis blijven wonen.

In de tweede helft van de 19e eeuw breken ze de 18e eeuwse vleugels af en vervangen deze door een streng uitziend 19e eeuwse huis aan de oostzijde. Aan de westzijde wordt een serre-achtige aanbouw neergezet. De raampartijen van het huis worden in 1885 gewijzigd.

In 1920 verkoopt de familie de buitenplaats aan de heer Goudriaan van de Ypenhof. Het voormalige industriële gebied is dan een park en een boerderij geworden. Een van de oude drukloodsen is omgebouwd tot boerenwoning. Goudriaan verhuurt het huis en richt een NV ter exploitatie van het gebied ten zuiden van de ’s-Gravenweg waar een dure villa wijk ontstaat.

In de jaren vijftig wordt de buitenplaats verkocht aan jhr. P.R. Feith, die het grondgebied bij het huis in de jaren daarna weet uit te breiden tot twee hectare. Hij verkoopt het huis na een aantal jaren aan de gemeente, deze overwoog afbraak. Dit werd gelukkig voorkomen door de heer R. Koole, directeur van de AMRO bank te Rotterdam, die het van de gemeente kocht en het bewoonde.

Vanaf 1982 wordt het huis bewoond door jhr. R.J.H. Boddaert.

Bewoners

  • 1720 - Pieter Barbet
  • - 1753 familie Barbet
  • 1753 – 1773 familie Van Eyck
  • 1773 – 1809 familie Riemersma
  • 1809 – heren Landt en Van Marle
  • - Van Marle en Plemp van Duiveland
  • - 1920 familie Van Sillevoldt
  • 1920 – de heer Goudriaan
  • - jhr. P.R. Feith
  • - gemeente Rotterdam
  • - de heer R. Koole
  • 1982 – jhr. R.J.H. Boddaert

Huidige doeleinden

  • Particuliere bewoning

Opengesteld

  • Niet toegankelijk

Bronverwijzing

  • Monumenten in Nederland - Zuid-Holland
  • Robert J Ligtheim – “De Buitenplaatsen van Kralingen (deel 5): Nog twee lusthoven aan de ’s-Gravenweg”, pag. 37-38 – Infoblad Stichting Vrienden van de Hollandse en Zeeuwse Kastelen en Buitenplaatsen.

Foto's

Foto's © Albert Speelman 2018

@