Buitenplaats Trompenburg

Ligging

Rotterdam - Honingerdijk 86 (beneden)

Andere benaming

Zomerlust

Geschiedenis

Hendrik Wachter, getrouwd met Elisabeth Madry, koopt in 1813 het kleine buiten Maassigt van zijn schoonfamilie Wachter. Geleidelijk aan verwerft hij de weilanden en de binnendijkse grienden die tegen de Hoogen Zeedijk aanliggen. In 1825 krijgt hij toestemming om onder aan de zeedijk een eigen buiten neer te zetten, dat hij Zomerlust noemt. Achter het huis ontstaat in de loop van de jaren het park in een Engelse landschapsstijl.

Hij besluit in 1841 zijn Kralingse bezit te verkleinen en zich terug te trekken op de Ypenhof en verkoopt Zomerlust aan de bierbrouwer Pieter Hendrik Tromp.enHendri

 

In 1848 koopt Tromp uit de boedel van buitenplaats Vredenoord het “bosch”, dat precies de oude buitenplaats Trompenburg omvat. Na verloop van tijd laat hij de naam Zomerlust vervallen en noemt zijn hele landgoed Trompenburg. De belangrijkste reden hiervoor was dat Trompenburg ouder was dan Zomerlust en dus meer cachet had.

Bij de verkoop in 1852 wordt het goed weer gesplitst, het “bosch” wordt verkocht aan William Cotton Laming, koopman te Kralingen en het zuidelijk ervan gelegen huis Trompenburg aan James Smith (1824-1894), cargadoor te Kralingen. Hij koopt in 1861 het “bosch” van de weduwe Laming en verenigt zo het oude en het nieuwe Trompenburg weer.

Na een verbouwing in 1869 woont James Smith permanent op de buitenplaats en heeft zijn huis in de stad verkocht. In 1867 werd J.D. Zocher jr. geconsulteerd om tot een plan voor het gehele landgoed te komen. Zijn schoondochter Grietjes (1860-1942) leidt de herplanting na de iepenziekte en legt in tekeningen en aquarellen het park vast. Zij draagt geleidelijk het beheer over aan haar zoon James van Hoey Smith (1891-1965). Naast het ondernemen van de rederij en het cargadoorsbedrijf, weet hij door zijn verzameling bomen en het aanleggen van het arboretum, Trompenburg op de internationale dendrologische kaart te zetten.

James bouwt in 1955-1959 een nieuw huis en verhuurt het oude landhuis. Tijdelijk is er o.a. een sanatorium in gevestigd. In 1957 wordt het definitief verkocht zonder grond, zodat het park onaangetast blijft. James van Hoey Smith (1921-2010) vervolmaakt samen met zijn vrouw Riet Trouw het park. In 1958 besluit hij het geheel onder te brengen in een stichting en wordt voorzichtig met openstelling van het park begonnen. In 1960 wordt de Perenhof en een deel van de oude tuin van Woudestein gekocht.

Het geheel wordt in 1991 geschonken aan de Stichting Volkskracht.

Bewoners

  • 1825 – 1841 Hendrik Wachter x Elisabeth Madry
  • 1841 – 1852 Pieter Hendrik Tromp
  • 1852 – 1894 James Smith
  • 1894 - familie Smit, later familie Hoey Smith
  • 1958 - Stichting Arboretum Trompenburg
  • 1991 – Stichting Volkskracht

Huidige doeleinden

Opengesteld

  • Toegankelijk voor gasten

Bronverwijzing

  • Website Arboretum Trompenburg
  • Monumenten in Nederland - Zuid-Holland
  • Robert J Ligtheim – “De Buitenplaatsen van Kralingen (deel 6): In de luwte van de Honingerdijk; Trompenburg”, pag. 50-53 – Infoblad Stichting Vrienden van de Hollandse en Zeeuwse Kastelen en Buitenplaatsen.

Foto's © Albert Speelman 2019

@