Buitenplaats Vredenoord

Ligging

Rotterdam (Wijk Kralingen) - 's-Gravenweg 105-107

Geschiedenis

Op 3 mei 1698 kocht mr. François du Bois, oud-burgemeester van Rotterdam, een boerderij met landerijen, tuinen en een boomgaard voor ƒ 6.750,00. Hij kocht op 9 april 1706 ten oosten van het huis gelegen stuk weiland erbij voor een bedrag van ƒ 1.550,00. In 1711 overlijdt zijn zoon Hugo du Bois die dan de eigenaar blijkt te zijn. De familie blijkt in de voorgaande jaren heel veel geld besteed te hebben aan hun bezit, maar het voldoet nog niet echt aan de eisen die je aan een buitenplaats stelt. Het huis is nog altijd meer een boerderij met herenkamer dan een fraai lustoord.

Mr. Adriaan Boon, heer van Steenhuyzen en Molenaarsgraaf, en zijn vrouw Jacoba du Bois komen door een erfenis in het bezit van de buitenplaats. Op 24 maart 1724 verkoopt zij het geheel aan Hendrik Nieuwaart, gewezen brouwer van Rotterdam, voor ƒ 9.500,00. Het wordt dan omschreven als "een buytenplaats, bestaande soo in tuyn als weyland met sijn huysinge en verder getimmerte daarop staande, bepootinge, beplantinge en orangerieën".

Hendrik Nieuwaart en zijn vrouw Benjamine van Es wonen er tot 1746. Zij hebben het huis voor het eerst Vredenoord genoemd. De naam verwijst naar hun hele gelukkige leven samen op dit landgoed. Bij de verkoop op 30 april 1746 wordt precies dezelfde omschrijving gebruikt voor de overdracht. Koper van de buitenplaats werd toen de heer Dirk Adriaan van der Burch voor ƒ 8.000,00, terwijl hij voor ƒ 2.800,00 moest overnemen "soodanige behangsels, doekramen, spiegels in de schoorsteenen, schilderijen en plaaten in de schoorsteenen, alsmede die in 't secreet staat, oranjeboomen en verdere tuindersgereedschappen en 't geene in de koopcedulle tussen de verkoopster en kooper voor Johan van Gezel, notaris te Rotterdam, en getuijgen op den 30sten April seeventienhonderd vijf en veertigh gepasseert in 't breede is gemelt en gespecificieert".

Drie jaar later, op 11 maart 1749, verkocht Van der Burch de buitenplaats aan de heer Theodorus Martinus Liebenrood, koopman, voor een bedrag van ƒ 6.000,00. Samen met zijn huisvrouw Anna Catharina Sperling bewoonden zij een huis aan de Boompjes en kochten dus Vredenoord blijkbaar om als zomerverblijf te gebruiken. Na het overlijden van Liebenrood op 17 juni 1765 hield de weduwe niet alleen het huis aan de Boompjes en de buitenplaats aan, maar zette zij de handelszaak voort, met Theodorus George Gleichman als firmant, nu onder de naam van de firma Weduwe Liebenrood en Gleichman.

Na haar overlijden op 29 oktober 1773, vererfde de buitenplaats op haar dochter Elisabeth Liebenrood, getrouwd met Hendrik David Mispelblom Meyer, kolonel van de cavalarie. Hij overleed in 1776. Na het overlijden van Elisabeth in 1795 werd de buitenplaats op 12 mei 1795 publiekelijk geveild. In de Rotterdamse Courant wordt het omschreven als “…een zeer aangenaam gelegen buitenplaats, genaamt Vredenoort, met deszelfs logeabel Huis, Coupel, Tuinmanswoning, Koetshuis, Stalling etc. Plantagiën, Boomgaard en Lanen etc.; alsmede een partij Land daarnevens en –agter gelegen, te samen groot of verongeldende voor 4 Morgen 462 Roeden, staande en gelegen bezuiden ’s-Gravenweg, oomtrent de Hoflaan, in den Ambagte van Kralingen, buiten Rotterdam etc.” Het werd verkocht voor een bedrag van ƒ 10.762,00 aan Johannes van Rossum, koopman te Rotterdam. Bij een latere verkoop op 1 mei 1811 bracht het ƒ 7.000,00 op.

In 1832 werd als eigenaar van het perceel genoemd Johannes Kloppenburg. Op 21 januari 1848 werd de buitenplaats in drie percelen verkocht. Een kavel bestaat uit de boerderij en weilanden, een ander kavel uit het bos die verkocht wordt aan de eigenaar van Trompenburg, het derde kavel is het huis met een kleine tuin.

De laatste particuliere eigenaar, de heer J.F. Ficq, overleed in 1902. De Ficq’s waren de 10e familie die in twee eeuwen het landgoed bewoonden. Zij erven en verhuren het eerst en verkopen het een aantal jaren later aan een stichting voor tuberculose verpleging (1902-1953) die er een sanatorium opricht.

In 1953 koopt het St. Franciscus Gasthuis het huis en begint er een tehuis voor opvang van RK werkende meisjes. In de 60e jaren van de vorige eeuw werd het gebouw steeds bouwvalliger. Het Gasthuis besluit Vredenburg te slopen.

Van 1902 tot 1953 was het in gebruik als sanatorium. Daarna kwam het in bezit van het Sint-Franciscus Gasthuis, die er een tehuis voor Rooms-Katholieke meisjes van maakte. Inmiddels was er een kapel aan het huis gebouwd.

In overleg met de gemeente Rotterdam en de Stichting Kuyl’s Fundatie wordt besloten op het terrein van de buitenplaats het Regentengebouw van het hofje van Kuyl’s Fundatie te herbouwen. Het regentengebouw aan de Schiekade, die daar voor de uitbreiding van het Gasthuis afgebroken moet worden, kan zo gered worden. Het uit 1812 stammende neoclassicistische gebouw opende in 1972 haar deuren met een nieuw hofje erachter.

Het park is nog intact en loopt aan de achterzijde door in de overtuin van Trompenburg.

Bewoners

  • 1698 - mr. François du Bois
  • - 1711 Hugo du Bois
  • 1711 - 1724 mr. Adriaan Boon x Jacoba du Bois
  • 1724 - 1746 Hendrik Nieuwaart x Benjamine van Es
  • 1746 - 1749 Dirk Adriaan van der Burch
  • 1749 - 1765 Theodorus Martinus Liebenrood x Anna Catharina Sperling
  • 1765 - 1773 Anna Catharina Sperling
  • 1773 - 1776 Elisabeth Liebenrood x Hendrik David Mispelblom Meyer
  • 1776 - 1795 Elisabeth Liebenrood
  • 1795 - 1811 Johannes van Rossum
  • 1832 Johannes Kloppenburg
  • - 1902 J.F. Ficq
  • 1902 – 1953 Stichting voor Tuberculose Verpleging
  • 1953 – St. Franciscus Gasthuis

Huidige doeleinden

  • Verdwenen

Opengesteld

  • Niet toegankelijk
  • Park is vrij toegankelijk

Bronverwijzing

  • dr. E Wiersum "Kralingsche buitenplaatsen I" p. 127-131, Rotterdamsch Jaarboekje 1915
  • Kastelen en buitenplaatsen in Zuid-Holland
  • Robert J Ligtheim – “De Buitenplaatsen van Kralingen (deel 3): Twee verloren lusthoven”, pag. 18-19 – Infoblad Stichting Vrienden van de Hollandse en Zeeuwse Kastelen en Buitenplaatsen.

Foto's © Albert Speelman 2019

@