Buitenplaats Woudenstein

Ligging

Rotterdam (Wijk Kralingen) - heeft gelegen tussen de 's-Gravenweg en de Honingerdijk.

Andere benaming

Klein Maaszigt, Nut en Vreugd, (Woudestein, Woudesteyn)

Geschiedenis

Voor het eerst werd er in 1671 gesproken over een buiten Klein Maaszigt. Dit gebied was in 1621 eigendom van de stadschirurgijn Hendrick van Teylingen, mogelijk was hij de bouwheer. Hij verkoopt het in 1636 aan de Rotterdamse bierbrouwer Pieter Blanckert. Hij verkoopt het in 1649 aan de regent Adriaen van Berckel. Het huis heet dan voor het eerst ‘Maessicht’, een herenhuis ter hoogte van de herberg ‘In den Rustwat’ gelegen.

Zijn zoon Pieter verkoop de buitenplaats in 1687 aan Jean Steenlack. Hij begon aan de Hoogen Zeedijk op een deel van het landgoed een blekerij. Ergens aan het einde van de 18e eeuw bouwde hij op het landgoed nog een tweede buitenplaats, genaamd Maaszigt. Na het overlijden van Steenlack in 1718, zijn weduwe blijft op het nieuwe huis wonen, hun schoonzoon Roos koopt de blekerij en het huis Klein Maaszigt uit de erfenis. In 1736 erft zijn vrouw Lucia Steenlack Maaszigt van haar stiefmoeder waardoor beide huizen weer verenigd worden.

Na hun overlijden wordt het landgoed tweemaal verkocht en komt het zo in bezit van de koopman Daniel Harvart, die het herdoopt tot ‘Nut en Vreugd’. Harvart verkoopt het in 1786 aan regent Guillaume Alvarez getrouwd met de weduwe van een andere Daniel Harvart. Dit echtpaar sloop Klein Maaszigt zodat er op het landgoed nog maar één huis is: Maaszigt.

In 1798 wordt Barent van Lockhorst (1771-1831) eigenaar, getrouwd met Hermine Erkelens van Kenenburg (1794-1845), die het de naam Woudenstein geeft. Hij verkoopt het deel van het landgoed waar Klein Maaszigt heeft gestaan aan Pieter Simon Madry ( -1802). Na het overlijden van Madry ontwikkelt Klein Maaszigt zich via het buiten Zomerlust tot het buiten Trompenburgh.

De buitenplaats Woudenstein wordt door de erven Van Lockhorst in 1836 verkocht aan de Rotterdamse reder John Twiss. Deze breidt het terrein uit, hij koopt o.a. de oude herberg ´In den Rustwat´, waar hij de tuinmanswoning van maakt. In 1873 wordt de buitenplaats verkocht voor ƒ 52.000,00 aan de industrieel Adrianus Q Kolff. Na het overlijden van mevrouw Kolff in 1890 wordt de buitenplaats verkocht voor ƒ 55.000,00 aan Frederik Gansberg, directeur van de Deli Maatschappij in Indië. Als hij en zijn vrouw in 1895 kort na elkaar overlijden en zes minderjarige kinderen nalaten wordt de buitenplaats geveild.

De gemeente Rotterdam is met ƒ 69.700,00 de hoogste bieder. Zij hebben plannen voor de bouw van een gemeenteziekenhuis en rondom Woudenstein wordt de grond zelfs opgespoten. Maar de geschatte kosten van vier miljoen gulden kan de gemeente niet opbrengen. Op het park worden een harddraverijbaan en het eerste voetbalterrein van Excelsior geopend. Het huis is inmiddels zo bedreigd geraakt door het opgespoten zand, dat uit de Merwede haven kwam, dat het in 1929 afgebroken moest worden.

Bewoners

  • - 1636 Hendrick van Teylingen
  • 1636 – 1649 Pieter Blanckert
  • 1649 – Adriaen van Berckel
  • - 1687 Pieter van Berckel
  • 1687 – 1718 Jean Steenlack
  • 1718 – 1736 weduwe Steenlack
  • 1736 – Lucia Steenlack
  • - 1786 Daniel Harvart
  • 1786 – 1798 Guillaume Alvarez
  • 1798 – Barent van Lockhorst x Hermine Erkelens van Kenenburg
  • - 1836 erven Van Lockhorst
  • 1836 – John Twiss
  • - 1873 familie Twiss
  • 1873 – Adrianus Q Kolff
  • - 1890 weduwe Kolff
  • 1890 – 1895 Frederik Gansberg
  • 1895 – gemeente Rotterdam

Huidige doeleinden

  • Verdwenen

Bronverwijzing

  • Website Gemeentearchief Rotterdam
  • Leids Jaarboekje
  • Rotterdams Jaarboekje - mejuffrouw WAH Cool - 'De Rustwat', pag. 162-179
  • Robert J. Ligtheim – “De buitenplaatsen van Kralingen (deel 7) – In de luwte van de Honingerdijk: Woudenstein”,  pag. 61-64 - Infoblad Stichting Vrienden van de Hollandse en Zeeuwse Kastelen en Buitenplaatsen

Foto's © Albert Speelman 2018

@