Landgoed De Wiersse

Ligging

Vorden – Wiersserallee 9

Geschiedenis

De oudst bekende vermelding van de Wiersse dateert uit 1288, toen door de abdis van het adellijke vrouwenklooster te Hoog-Elten in een akte werd opgenomen dat de pacht jaarlijks op haar huis ‘de Wedersche’ moest worden voldaan. In 1378 werd een zekere Henrick die Wedersche met het goed Heeckeren bij Steenderen beleend. Johan van Vorden werd in 1411 door Jacob van Hackfort met een achtste deel van de Wiersse beleend.

Gerrit van Vordenn en zijn echtgenote Margrita van Leefdael bezaten in 1482 een huis en een hof in de Wiersse. Hun dochter Maria, echtgenote van Robert van Walraven, erfde dit goed. Haar zuster Bernarda bezat een helft van de Wiersse en door vererving kwamen beide delen in  1600 in handen van Anna van Walraven, dochter van Maria van Vorden en Robert van Walraven.

Door het huwelijk van Anna van Walraven met Rudolf van Raesfeld kwam het goed in zijn familie. Rogier van Bushof verwierf na een lange familiestrijd in 1636 de Wiersse. Rond 1678 is de havezate afgebroken en vervangen door het huidige omgrachte huis. Het is niet zeker of dit op dezelfde plaats is gebouwd.

Enno Matthias ten Broek komt in 1678 in het bezit van De Wiersse. Hij was lid van het college van burgemeester en wethouders van Zutphen. Vervolgens was het in bezit van de families Valck, Van Heeckeren en Van Lawick van Pabst.

In de periode tussen de laat 18e eeuw en 1833 wordt begonnen de ‘gronden van vermaak’ in een landschappelijke aanleg om te vormen. In de tweede helft van de 19e eeuw raken huis en tuinen licht in verval.

Het huis komt in 1869 in het bezit van Jacoba Louisa van Lawick van Pabst en haar echtgenoot Julius Bernard graaf van Limburg Stirum.  Hun dochter Aurelia Cornelia trouwde in 1892 met jonkheer Victor Eugène Louis de Stuers, die bekendheid kreeg als grondlegger van de monumentenzorg in Nederland. De Stuers kocht in dat jaar De Wiersse van de erfgenamen en in 1912 wordt het huis door hem gerestaureerd.

De moes- en bloementuin ten oosten van het huis (op de plaats van de 18e eeuwse formele tuin) wordt voorzien van een buxu- en rozenparterre die door de 16-jarige Alice de Stuers in 1911 is ontworpen.

Tijdens de tweede restauratie, in de periode 1921-1925, wordt het huis met twee traveeën verlengd en wordt de voorgevel door de restauratiearchitect Slothouwer voorzien van een uitspringende entreepartij naar schetsen van W.E. Gatacre. In deze periode wordt ook de zuidzijde van de binnengracht weer uitgegraven. Aan weerszijden van het voorplein worden twee nieuwe bouwhuizen gebouwd. In het westelijke bouwhuis wordt een ruimte gemaakt om de Grote Zaal uit Victor de Stuers’ huis in Den Haag onder te brengen.

Sinds 1982 worden de tuinen en het landgoed verder ontwikkeld en hernieuwd onder leiding van E.V. Gatacre en zijn vrouw Laura. Sinds 2007 is het landgoed ondergebracht in een stichting.

Bewoners

  • 1482 Gerrit van Vorden x Margrita van Leefdael
  • - Maria van Vorden x Robert van Walraven
  • 1600 – Anna van Walraven x Rudolf van Raesfeld
  • 1636 – Rudolf van Bushof
  • 1678 – Enno Matthias ten Broek
  • - familie Valck
  • - familie Van Heeckeren
  • 1869 – Jacoba Louisa van Lawick van Pabst x Julius Bernard graaf van Limburg Stirum
  • 1892 - Aurelia Cornelia x Victor Eugène Louis de Stuers
  • - Alice de Stuers x William Edward Gatacre
  • - E.V. Gatacre

Huidige doeleinden

  • Particuliere bewoning

Opengesteld

  • Het huis is niet toegankelijk. Het landgoed is deels toegankelijk

Bronverwijzing

Foto's © Albert Speelman 2018

@