Buitenplaats De Polberg

Andere benaming

Jacoba Hoeve

Ligging

Wapenveld - Groteweg 23-25-27

Geschiedenis

Rond 1850 werd het landgoed gesticht door de heer P. Koumans Smeding. Hij kocht het landgoed als heideterrein en liet het oostelijke deel ontginnen en bebossen en bouwde hierop in 1855 een landhuis met koetshuis. Het landgoed kreeg de naam ‘Jacoba Hoeve’.

Gerrit Boele, een welgestelde sigarenfabrikant uit Kampen, kocht in 1879 het landgoed. Hij verfraaide het hoofdhuis en liet achter het huis een Engels landschapspark aanleggen door Louis Paul Zocher (1820-1915). Dit Jacobapark kreeg een hoofdstructuur van lange rechte lanen, die werden doorkruist door slingerpaden en lange zichtassen in westelijke, noordwestelijke en noordelijke richting. Aan het einde van deze zichtlijnen liet de heer Boele theekoepels bouwen.

Omstreeks 1855 begon de heer Boele ook met het ontginnen van het westelijke deel van het landgoed. Op dit terrein werden grove dennen aangeplant. Ook liet hij een vierwindenkoepel, een refugio (schuilhut), een boshuis en een uitkijktoren bouwen.

Na het overlijden van de heer Boele kwam het landgoed in handen van zijn zoon, de heer C.J. Boele. In 1901 liet hij een geheel ommuurde tuin aanleggen door twee lokale werklieden, de heren Hendrikus Plakmeijer en Willem Buitenkamp. De moestuin kreeg een oppervlakte van 2500 m2 en werd opgedeeld in vier gelijke compartimenten met in het midden een waterput.

In 1905 werd het landgoed gekocht door mevrouw M.J. Bouman-de Lange uit Den Haag. Zij liet direct het landgoed omdopen tot ‘De Polberg’. Ook werd het grootste deel van huize Jacoba Hoeve afgebroken en op basis van bouwtekeningen van architect H.P. Berlage liet zij een nieuw hoofdhuis bouwen. Het huis kreeg drie badkamers, vijf wc’s, zeven openhaarden en heteluchtverwarming. Bij de inrichting van het huis liet zij zich inspireren door de Engelse landhuisstijl. De huidige boswachterswoning bij de noordingang werd in 1910 gebouwd.

In de Tweede Wereldoorlog werd het landgoed door de Duitsers aangemerkt als vijandelijk gebied en werden landerijen en opstallen in beslag genomen. En om te voorzien in energie en stutten voor de mijnbouw werden op grote schaal bomen gekapt. Zowel het park als het bos had hiervan ernstig te lijden.

Door vererving kwam het landgoed in 1960 in handen van de heer en mevrouw A.P.H. Stuyling de Lange-Fenenga. Om de oorlogsschade te herstellen en inkomsten te genereren, besloten zij om hout te gaan produceren. De moestuin, boomgaard en bloementuin werden ingericht als kwekerij voor jonge bomen.

Na het overlijden van de heer Stuyling de Lange kwam het landgoed in handen van zijn drie zoons. Zij besloten om het landgoed te ontwikkelen tot een natuurbegraafplaats met bijbehorende faciliteiten.

Bewoners

  • 1855 – 1879 P. Koumans Smeding
  • 1879 – G. Boele
  • - 1905 C.J. Boele
  • 1905 - mevrouw M.J. Bouman-de Lange
  • 1960 – dhr en mw A.P.H. Stuyling de Lange-Fenenga
  •  - familie Stuyling de Lange

Huidige doeleinden

Opengesteld

  • Het landgoed is (nog) niet opengesteld.

Bronverwijzing

Foto's

Foto's © Albert Speelman 2018

@